Criteria
Belangrijk om te weten is dat een verstandelijke beperking meer is dan de mate
van intelligentie. Het gaat erom dat de intelligentie aantoonbaar lager is dan wat
je mag verwachten op een bepaalde leeftijd, maar het gaat er ook om dat er
sprake is van beperking rondom de communicatie, zelfredzaamheid, sociale
vaardigheden en eigenlijk de deelname aan de samenleving. Mensen met een
verstandelijke beperking hebben problemen in het dagelijks leven, ze kunnen
zich moeilijk aanpassen. De beperking laat zich al in de kinderleeftijd zien, daar
starten de problemen. Mensen met een matige of ernstige verstandelijke
beperking hebben begeleiding nodig om te kunnen leven en zullen hun hele
leven die begeleiding in meer of mindere mate nodig hebben.
Mental Indicatie intelligentieniveau
retardation (IQ)
Mild Licht verstandelijk beperkt (50-70)
Moderate Matig verstandelijk beperkt (3-50)
Severe Ernstig verstandelijk
beperking (20-35)
Profound Zeer ernstig verstandelijk
beperkt (<20)
Voorzichtig met stigmatiseren, persoon niet in hokjes plaatsen. Iedere persoon
heeft eigen eigenheid!
Ernstig verstandelijke beperking: Je ziet dat de personen zich ontwikkelen in een
leeftijd van 1 tot 2 jaar. Je ziet dat de motoriek traag en houterig is, ze laten
bepaalde opvallend heden zien. Qua zelfredzaamheid verschilt dat heel erg per
persoon, iedereen ontwikkelt zich op zijn eigen manier los van de beperking. In
de sociale redzaamheid zie je dat er meer afhankelijkheid is, soms ook erg
aanhankelijk. Bij de spraak-taalontwikkeling die valt op omdat er vaak in
telegramstijl wordt gesproken of dat er slechts enkele woorden worden gebruikt
en/of de zinnen op een eenvoudige manier worden opgebouwd. Mensen met een
ernstig verstandelijk beperking zitten vaak op speciaal onderwijs of bezoeken een
dagcentrum waar activiteiten met hen gedaan worden.
Zeer ernstig verstandelijke beperking: Je ziet dat zij ongeveer een
ontwikkelingsleeftijd hebben van 1 tot 1,5 jaar. Mensen met een zeer ernstig
verstandelijk beperking hebben een geringe woordenschat, waardoor ze zich
moeilijk kunnen uiten middels taal, dus ze zullen dat veel lichamelijker doen. Ze
kunnen dan ook heel direct reageren (stompen, gillen). Je ziet bij deze groep ook
vaak dat ze last hebben van agressie, ze kunnen zichzelf gaan slaan (autoplexie)
of zichzelf gaan verwonden (automutilatie) of het voedsel weer ophalen
(braken/rumineren). Dit komt vaak omdat ze aandacht nodig hebben. Deze
mensen hebben een hele sterkte reactie op zintuigelijk prikkels, omdat ze alles
heel lichamelijk beleven. Voor ons is taal heel belangrijk, maar voor hen het licht,
geluid, taal, geur en smaak. In de motoriek zie je dat ze minder ontwikkeld zijn en
dat er vaak ook beperkingen zijn of bepaalde stoornissen zoals epilepsie en
spasticiteit (meervoudige beperking). Deze groep leven vaak permanent in een
instelling en hebben intensieve zorg nodig.
Factoren
De oorzaken kunnen op verschillende gebieden liggen, namelijk voor, tijdens en
na de geboorte.
Mogelijke oorzaak voor de geboorte Hierbij kun je denken aan een
infectieziekte, bijvoorbeeld de rodehond. Het kan ook komen door een