SAMENVATTING
1
,LES 2: GEPLANDE EN ONGEPLANDE VERANDERING
DE STUDENT BEGRIJPT EN HERKENT HET VERSCHIL TUSSEN
INCREMENTELE EN RADICALE VERANDERING
Incrementele verandering Radicale verandering
In kleine stappen verandering stap Grootschalig veranderen
voor stap Korter timeframe
Continu veranderproces Het hele systeem van de
Langer timeframe organisatie wordt gewijzigd
Kleinschalige veranderingen, bijna Veel impact, gevolgen voelbaar
niet te merken Meestal gecoördineerd en gestuurd
Eindbeeld vaag vanuit de directe (top-down)
Bij voorkeur medewerkers in de
lead (bottom up)
Continue verandering Episodische verandering
Verandering loopt geleidelijk Verandering loopt in fases
Dagelijks veranderen In bepaalde periodes komt
verandering in een
stroomversnelling
DE STUDENT BEGRIJPT EN HERKENT HET VERSCHIL TUSSEN GEPLANDE
EN ONGEPLANDE VERANDERING
Heldensprookjes
Dit zijn veranderingen die worden gestuurd vanuit de directie. De managers/directeuren zijn
daarin de helden van de verandering.
Strategic choice-theorie: we maken keuzes die leiden tot resultaten
Richt een organisatie in passend bij de omgeving
Organisaties zijn rationeel en maken weldoordachte analyses van hun omgeving
Succesvolle leiders en managers zijn helden en worden op een voetstuk geplaatst
(denk bijv. aan Steve Jobs)
2
,Geplande verandering (School of thought: OD, Lewin, Kotter)
Aanname: Met de juiste interventies en leiderschap kunnen we verandering organiseren
Wat: Veranderen is het veranderen van gedrag
Consequentie: Investeren in goed leiderschap, directie, inhuren van consultants
Heldensprookjes
We kunnen het gedrag van mensen sturen en beïnvloeden en daarmee gedrag
veranderen
Organisaties maken weldoordachte analyses
Op basis van analyses wordt verandering geïmplementeerd met interventies
Een kleine groep stuurt de verandering
Verandering is planbaar
o Planmatige aanpak: rationeel, lineair en incrementeel
Verandering vindt plaats in fases
Valkuil: verandering wordt onderschat
Tragedies
Hierbij wordt de verandering veroorzaakt door de omgeving.
Organisaties zijn kwetsbaar “als kleine bootjes op de oceaan”
De wereld is chaos
De omgeving is complex, onvoorspelbaar en onbeheersbaar
Bedrijven die goed uitgerust zijn hebben een betere kans om te overleven
Chaos- en complextheorie
Aanname:
Verandering is niet te plannen of te managen
Te veel beïnvloedingsfactoren, zowel extern als intern
Verandertraject is een wirwar, complex en chaotisch
Wat: Probeer de verandering te beïnvloeden
Hoe:
Door Storytelling en communicatie
Continu aanpassen, bijsturen, meebewegen
Geen plannen maken
Consequentie: Financieel gezond blijven (appel voor de dorst) en investeren in resources
Ongeplande verandering
Komt voort uit de chaos- en complextheorie
Verandertragedies
Erkent wel de complexiteit van de verandering
Verandering is dynamisch, niet lineair en onvoorspelbaar
Gaat uit van continu experimenteren en leren (leercultuur)
3
, Verandering ontstaat spontaan, zonder voorbedachte rade
Verandering wordt niet gestuurd of gepland
Meestal op de werkvloer zonder inmenging van managers of directie
Valkuil: eigen invloed wordt onderschat
DE STUDENT BEGRIJPT WELKE VERANDERBRONNEN BESTAAN EN WELK
EFFECT DE VERANDERBRON HEEFT IN DE ORGANISATIE
Veranderbronnen Voorbeelden Effecten voor (mensen in)
organisaties
Technologische innovatie Nieuwe producten, kortere Vaker kennis en vaardigheid
productlevens vernieuwen, op de hoogte
blijven van updates en
lagere baanzekerheid
Informatisering, Instant vergelijkingen,
digitalisering, robotisering, transparantie, snelle
big data (analytics) verspreiding van innovaties
waardoor snelle verzadiging
Sociale innovatie Thuiswerken, leren en 24/7 bereikbaar, vervaging
werken op afstand, sociale van privé-/werksfeer en
media, werken in teams en privacy, frequente
(tijdelijke) projecten, verandering van
netwerken, crowd- werkcontext en -inhoud, veel
sourcing/open innovatie simultane aandacht en voor
veel partijen
Demografische Vergrijzing, verhoging Noodzaak tot langer (en
verandering opleidingsniveau misschien elders)
doorwerken en dus langer
up-to-date blijven
Sociale veranderingen Meervoudige rolopvattingen, Meer verschillende mensen
multi-etniciteit, hogere om mee samen te werken,
arbeidsparticipatie, verlies meerdere banen tegelijk en
van het ‘eigene’ en lokale binnen de loopbaan, werken
en zorgen combineren
Culturele verandering Verschuiving in waarden en Culturele druk om continu
waarderingen, bijv. traag = mee te veranderen, ‘jong’ te
saai, stilstand = zijn, overal iets van te weten
achteruitgang, jong = mooi, en vinden, iedereen te
oud = lelijk, anders = beter, ‘volgen’, voorop te lopen.
en de reactie daar weer op: Verwarring over identiteit en
‘slow living’ en eigenheid
herwaardering voor het
lokale
4