H1: Controleproces
1.1 Het controleproces in het algemeen
Bij de beheersing van de controleproces treden 2 aspecten op de voorgrond, namelijk: de effectiviteit
van het controleproces en de efficiency van het controleproces.
Bij de effectiviteit van het controleproces gaat het erom of de juiste controlewerkzaamheden zijn
gekozen en of deze controlewerkzaamheden op de juiste wijze zijn uitgevoerd, opdat het uiteindelijke
doel wordt bereikt.
De efficiency van het controleproces kenmerkt zich door het streven het doel met zo weinig mogelijk
middelen te bereiken.
Voorbereiding van de controle
1. Vaststelling controleopdracht
2. Voorbereiding controle
3. Bepaling controleaanpak en controleplan
4. Tussentijdse controle
5. Eindejaarscontrole
6. Evaluatie en afronding van de controle
1.2 Bepalen controleopdracht
Indien opdrachtgever en accountant het eens zijn over de inhoud van de opdracht, de voorwaarden
waaronder de opdracht wordt uitgevoerd en de condities, waaronder de prijs, dan wordt dit vastgelegd
in een opdrachtbevestiging ook wel ‘engagement letter’ genoemd.
1.3 Vaststellen controleaanpak
De algehele controleaanpak bepaalt de reikwijdte, de tijdsfasering en de begeleiding van de controle.
Voorts is deze richtingen geven voor het ontwikkelen van het controleplan.
Het controleplan is meer gedetailleerd dan de controleaanpak. Het beschrijft de aard, de tijdsfasering en
de omvang van de controlewerkzaamheden.
Vaststellen controleaanpak
1. Identificeren opdrachtkenmerken bepalend voor de reikwijdte
2. Vaststellen doelstellingen met betrekking tot rapportages
3. Beoordelen belangrijke factoren bepalend voor kernpunten controleplan
1.4 Opstellen controleplan en werkprogramma’s
1. Beschrijving van de planning van werkzaamheden met betrekking tot de risico-inschatting
2. Beschrijving van de planning van controlewerkzaamheden op beweringniveau
3. Beschrijving van de overige controlewerkzaamheden
Op basis van het controleplan en de daaruit afgeleide werkprogramma’s kunnen de controlekosten
worden begroot, de te verrichten werkzaamheden worden gedelegeerd en eventueel in te schakelen
externe deskundigen worden geïnstrueerd.
1
,1.5 Tussentijdse controle
1. Systeemgerichte controles
De systeemgerichte werkzaamheden kunnen in twee groepen worden onderverdeeld. Een deel
van de systeemgerichte werkzaamheden heeft tot doel de algemene maatregelen van interne
beheersing op hun werking te testen, het andere deel is meer procesgericht en heeft tot doel de
in de verschillende processen opgenomen beheersingsmaatregelen op hun werking te testen.
2. Tussentijdse cijferanalyse
De tussentijdse cijferanalyse heeft een meer diepgaand karakter dan de initiële cijferanalyse. Bij
de tussentijdse cijferanalyse wordt gebruikgemaakt van alle cijferoverzichten die de
gecontroleerde huishouding ter beschikking heeft. Ook totaal- en verbandcontroles zullen
worden beoordeeld op hun werking door vooral de afstemmingsverschillen nader te
onderzoeken. Via de tussentijdse cijferanalyse wordt een nadere indruk verkregen over de
werking van het systeem van interne beheersing
3. Tussentijdse gegevensgerichte controles
4. Tussentijdse evaluatie tolerantie en risico
Nadat de hiervoor beschreven werkzaamheden zijn uitgevoerd, evalueert de accountant zijn
tussentijdse verbindingen en gaat na of en zo ja, welke consequenties deze hebben voor de
eerder vastgestelde controletolerantie en de risico-inschatting per proces en per post van de
jaarrekening.
5. Rapportering tussentijdse controle
1.6 Eindejaarscontrole
1. Gegevensgerichte controlehandeling
Gegevensgerichte controlehandelingen zijn werkzaamheden waarbij de accountant door eigen
actie controle-informatie verzamelt op grond van met betrekking tot de entiteit beschikbare
gegevens. Er zal aandacht worden besteed aan kritische posten. Voorbeelden:
- Transacties of saldi die de vooraf gestelde tolerantie overschrijden
- Transacties waarbij de bedrijfsleiding een bijzondere rol heeft gespeeld
2. Controle van gebeurtenissen na balansdatum
3. Beoordelen van de jaarrekening
De beoordeling van de jaarrekening is erop gericht om vast te stellen of de jaarrekening, het
jaarverslag en de overige gegevens voldoen aan de daaraan te stellen eisen.
4. Afsluitende cijferanalyse
Alle significante afwijkingen moeten bij deze cijferanalyse kunnen worden verklaard op basis
van eerder verrichte controlewerkzaamheden en het daarbij aangelegde controledossier.
1.7 Evaluatie en afronding
1. Review dossier
2. Evaluatie tolerantie en risico
3. Vaststellen van de accountantsverklaring
4. Rapportage controlebevindingen
Het is gebruikelijk om de afsluitende beoordeling te combineren met de afsluitende cijferanalyse.
De bevindingen met betrekking tot de jaarrekening en de interne beheersing zullen worden
gerapporteerd aan de ondernemingsleiding in de vorm van een management letter en aan het
toezichthoudend orgaan in de vorm van een accountantsverslag.
De controle zal worden afgesloten met een evaluatie van het gehanteerde controleplan en de
werkprogramma’s, alsmede van de uitkomsten van de controle.
2
, H2: Het aanvaarden en continueren van controleopdrachten
De regels voor aanvaarding van opdrachten zijn vastgelegd in de Verordening gedragscode. In de NV
COS 210 ‘opdrachtvoorwaarden’ zijn de regels nader uitgewerkt.
2.1 Uitbrengen van een offerte
Een eerste contact met een potentiële opdrachtgever heeft veelal de vorm van een oriënterende
bespreking en leidt vervolgens tot het verzoek een offerte uit te brengen. Een offerte bevat een
beschrijving van de aangeboden werkzaamheden met een kostenindicatie.
2.2 De cliënt en opdrachtaanvaarding
Voordat een controleopdracht kan worden geaccepteerd, dient de accountant vast te stellen dat er
geen vaktechnische belemmeringen zijn om de opdracht te aanvaarden.
De gedragscode verplicht de accountant om bij een nieuwe cliëntrelatie te beoordelen of er sprake is
van een bedreiging voor de naleving van de fundamentele beginselen.
Bij de opdrachtaanvaarding komt ook aan de orde of de accountant en zijn team over voldoende
deskundigheid en ervaring beschikken om de opdracht uit te voeren. Voordat hij de opdracht aanvaardt,
zal de accountant onder andere vaststellen dat er geen bedreigingen bestaan uit oogpunt van:
- De onafhankelijkheid van de accountant
- De integriteit van de opdrachtgever in relatie tot de specifieke opdracht
o De integriteit van de leiding van de huishouding c.q. de opdrachtgever kan
twijfelachtig zijn, indien deze beperkingen aan de accountant oplegt in het
onderzoek naar de getrouwheid van financiële informatie
- De deskundigheid en ervaring wat betreft personeelsbezetting van de controleopdracht
Wanneer een controleopdracht wordt overgenomen van een andere openbaar accountant, is het
vragen van informatie bij de fungerende accountant een gebruikelijke waarborg. De fungerende
accountant is verplicht om met inachtneming van het belang van alle partijen de informatie aan de
opvolgende accountant te geven. Bij het geven van inlichtingen zal de fungerende accountant de nodige
zorgvuldigheid betrachten met betrekking tot de geheimhouding.
Indien de opdracht door de vorige accountant is opgezegd wegens omstandigheden van fraude, is het
de uitgenodigde accountant niet toegestaan de opdracht te aanvaarden voordat de opdrachtgever
adequate maatregelen heeft getroffen.
3