MASTER ADVANCED NURSING PRACTICE
Gelieve voor eigen gebruik te houden om het werk van de auteur te respecteren ®
Heel veel succes!
,INHOUDSOPGAVE
Jaar 1 ~ Semester 1 .............................................................................................................................2
Tractus circulatorius (1) .....................................................................................................................2
Angina pectoris ................................................................................................................................6
Myocardinfarct .................................................................................................................................9
Atriumfibrilleren / ritmestoornis ...................................................................................................... 13
Decompensatio cordis / hartfalen ................................................................................................... 16
Cardiovasculair risicomanagement ................................................................................................. 20
Acute arteriële vaatafsluiting ........................................................................................................... 23
Tractus respiratorius (1) ................................................................................................................... 26
Pneumonie .................................................................................................................................... 28
Astma bronchiale ........................................................................................................................... 31
COPD ............................................................................................................................................ 34
Longcarcinoom .............................................................................................................................. 37
Longembolie .................................................................................................................................. 40
Endocrinologie (1)............................................................................................................................. 42
Diabetes mellitus ........................................................................................................................... 42
Hyper-/ hypothyreoïdie ................................................................................................................... 49
Morbus Cushing ............................................................................................................................. 52
Bijnierschorsinsufficiëntie .............................................................................................................. 54
Tractus uro-genitalis ........................................................................................................................ 56
Nierfunctiestoornis (1) .................................................................................................................... 58
1
,JAAR 1 ~ SEMESTER 1
TRACTUS CIRCULATORIUS (1)
BLOEDSOMLOOP
Er zijn twee bloedsomlopen:
1. Rechterharthelft pompt van het lichaam naar de longen
2. Linkerharthelft van de longen naar de rest van het lichaam
SOORTEN BLOEDVATEN
Arteriën (slagaders): Voeren zuurstofrijk bloed van hart
naar organen en weefsels
Venen (aders): Voeren zuurstofarm bloed van de
weefsels terug naar het hart.
ANATOMIE VAN HET HART
Hart is een spier die bestaat uit vier delen: linker atrium
(boezem), linkerventrikel (kamer), rechter atrium,
rechterventrikel.
Diastole: ontspanning, ventrikel vult zich
Systole: bloed wordt uit het hart gepompt de slagaders in.
Aorta: Grootste slagader (arterie) van het lichaam en zorgt
voor zuurstofrijkbloed voor het hele lichaam. Als het door het
lichaam is geweest, komt het weer terug via de;
- Vena cava inferior: bloed vanuit de onderste
lichaamshelft
- Vena cava superior: bloed vanuit de bovenste lichaamshelft.
Vervolgens zal het bloed vanuit de longen gepompt worden via de Arteria pulmonalis
(longslagader). Deze splitst al snel af om
naar de linker- en de rechterlong te gaan;
- Arteria pulmonalis links (sinistra)
- Arteria pulmonalis rechts (dextra)
Na de longen zal het bloed terugkomen naar
het hart via de;
- Venae pulmonalis links (sinistra)
- Venae pulmonalis rechts (dextra)
2
,KLEPPEN
- Aortaklep: Tussen de linkerventrikel en de aorta
- Pulmonalisklep: Tussen het rechterventrikel en de arteria pulmonalis.
- Tricuspidalisklep: Tussen het rechter atrium en rechterventrikel
- Mitralisklep: Tussen het linker atrium en linkerventrikel
PIJN OP DE BORST (POB)
Bij verdenking van ischemische
hartklachten
EJECTIEFRACTIE
Ejectie: Hoeveel bloed die het hart per
hartslag uit de kamer wegpompt.
Ejectiefractie (EF): Hoeveel bloed het
hart uitpompt vergeleken met de hoeveelheid bloed die 50-70%. +/- de helft van het bloed gaat
dus naar de slagaders, waardoor het lichaam voldoende bloed krijgt om aan de behoefte van de
cellen te voldoen.
- 40-49% = matig verminderd =
hartfalen midrange ejectiefractie
= HfmrEF
- < 40% = verminderd = hartfalen
reduced ejectiefractie = HfrEF
- 50% = behouden = hartfalen
preserved ejectiefreactie = HfpE
HARTFALEN
Belangrijk is om te bepalen waar de hartfalen zit. Linksdecompensatie of rechtsdecompensatie.
Dit leidt namelijk tot andere symptomen. Vaak begint het met linksdecompensatie. Er wordt
minder bloed uitgepompt naar de rest van het lichaam, rechts blijft gewoon meedoen met
pompen naar de longen. Daardoor ontstaat er stuwing in de longen (bloedophoping). Dit zorgt
voor een hogere druk in de longaders, waardoor longoedeem ontstaat → dyspnoe en orthopnoe
(dyspnoe als je gaat liggen). Lijkt op astma, waardoor het soms astma-cardiale genoemd wordt.
Ondertussen krijgt het
lichaam onvoldoende
bloed en kan moeheid en
duizeligheid ontstaan.
3
,Het lichaam gaat compensatiemechanismen inzetten bv. naar de nieren om het RAAS-systeem
aan te zetten. Zo wordt extra bocht vastgehouden in het lichaam. Op korte termijn is dat goed, het
bloedvolume stijgt en wordt het hart geholpen met een stijging van de EF. Op lange termijn is het
slecht, het hart moet steeds harder werken door het grotere bloedvolume. Zo ontstaat ook
rechtsdecompensatie. Het lichaam gaat vocht ophopen in de aders → oedeem (zakt met
zwaartekracht naar de enkels). ’s Nachts (liggen) moet het terug naar de bloedbaan → nieren gaan
uitscheiden → nycturie.
ATRIUMFIBRILLEREN (AF)
Je hartslagfrequentie wordt bepaald door de
sinusknoop, de pacemaker van ons hart. Het
elektrische signaal zal vanaf daar naar de atria gaan,
waar ze samentrekken. Vanaf hier gaat het signaal naar
de AV-knoop. Die geeft de prikkel door aan de
ventrikels via de bundel van His, waarnaar de
ventrikels samentrekken. In AF zien we geen
gecoördineerd signaal n de atria maar complete chaos.
Sommige van deze elektrische prikkels bereiken de AV-knoop en worden daarmee omgezet naar
de ventrikels, dit gebeurt onregelmatig, waardoor je een onregelmatige hartslag krijgt. Elke
hartsamentrekking is hierdoor minder efficiënt dan normaal.
HYPERTENSIE
Vanaf 140/90mmHg (tenzij risicogroep als bv
DM) is het risico op atherosclerose
(slagaderverkalking) en daarmee het risico op
hart- en vaatziekten meetbaar verhoogd.
▪ Systole 180mmhg → Ernstige hypertensie
▪ Systole 200mmhg → Zeer ernstige/ maligne
hypertensie/ hypertensieve crisis, waarbij
hoog risico op orgaanschade.
Je hebt verschil tussen primaire hypertensie en
secundaire hypertensie. Zie afbeelding hiernaast.
Het gevaarlijke aan hypertensie is dat het
eigenlijk geen symptomen geeft totdat je een
van de complicaties krijgt, bv. orgaanschade
aan het hart, de nieren, de hersenen en de
bloedvaten.
4
,MYOCARDINFARCT
Het hart pompt bloed naar zichzelf, dit gaat via de coronaire circulatie met de drie coronaire arteriën
(kransslagaderen).
▪ Rechter coronaire arterie
(RCA)
▪ Linker coronaire arterie
(LCA), die splitst in 2:
o Linker anterior
descendes
(LAD) → arterie
die aan voorkant
naar beneden loopt
o Ramuscircumflex (RCX) → arterie die in bocht terugloopt
5
, ANGINA PECTORIS
Ziektebeeld Angina Pectoris (AP)
omsnoering v.d. borst
Korte omschrijving Pijn of drukkend gevoel op de
borst door een tijdelijke
disbalans tussen
zuurstofaanbod en -vraag van
het myocard (de hartcellen). De
patiënt krijg aanvalsgewijs
onvoldoende O2 → ischemie.
Oorzaak is meestal
atherosclerose.
Epidemiologie/ ▪ Hogere leeftijd
risicofactoren ▪ Man (oestrogenen beschermende factor)
▪ Roken, familiair
▪ Hypertensie
▪ Hypercholesterolemie
▪ Diabetes mellitus
▪ Obesitas
▪ Sedentaire levensstijl
Pathofysiologie Door atherosclerose ontstaan vernauwingen in de coronairarteriën →
bij inspanning of stress neemt zuurstofbehoefte myocard toe →
zuurstofaanbod onvoldoende → myocardiale ischemie → pijn/druk op de borst.
Het O2 tekort zorgt voor een verstoring in de energiehuishouding van de hartspier (te weinig ATP) en
een ophoping van afvalstoffen als lactaat → dat veroorzaakt de pijn
Symptomen ▪ Drukkende pijn (retrosternaal) op de borst, soms uitstraling naar kaken,
linkerarm en rug
▪ Uitgelokt door inspanning (bij stabiele AP)
▪ Pijnklachten verminderen door:
o Rust houden (bij stabiele AP)
o Nitroglycerine spray
▪ Vegetatieve verschijnselen: zweten, misselijk, braken, bleek, grauw zien
▪ Angst
▪ (Dyspnoe)
Anamnese (ALTIS) A: Drukkende pijn op de borst (retrosternaal), soms beklemmend gevoel.
Aard ▪ Wat voor soort pijn ervaart u? Drukkend, brandend of scheurend?
▪ Hoe erg is de pijn en in hoeverre beïnvloedt deze uw dagelijkse activiteiten, werk of slaap?
Lokalisatie
Tijd L: Pijn, uitstralend naar kaak, linkerarm of schouderbladen
Intensiteit ▪ Waar zit de pijn precies: is deze gelokaliseerd, spreidt het zich uit?
▪ Straalt de pijn uit naar de linkerschouder of -arm, de hals of de kaken?
Samenhang
T: Enkele minuten (<15 min, dan denken we eerder aan myocardinfarct)
▪ Wanneer is de pijn begonnen?
▪ Hoe lang houdt de pijn meestal aan: seconden, minuten of uren?
I: Intensiteit wisselend, vaak toenemend bij inspanning
▪ Neemt de pijn toe bij inspanning of blijft deze hetzelfde als in rust?
S: Inspanning, emoties, kou, zware maaltijd.
▪ Treden de klachten op in rust of juist bij inspanning?
▪ Zijn er duidelijke uitlokkende factoren zoals traplopen, kou, emotionele stress of een
zware maaltijd?
6