Economie in Context H7 Arbeidsverdeling en productie samenvatting
H7.1 Productie en goederen
Zelfvoorziening: voor jezelf produceren (geen betaald werk, maar wel productie!)
Officieel geregistreerde productie → formele productie/productie in enge zin
Informele productie → ongeregistreerd betaald- of zwart werk
Formele productie + informele productie = productie in ruime zin
Primaire en secundaire goederen
Goederen die je kan aanraken → stoffelijke goederen/ stoffelijke producten
Vb. aardappelen, mobiele telefoon of scooter
Goederen die je niet kan aanraken → onstoffelijke goederen
Vb. diensten van een arts, dj of een supermarkt.
Primaire goederen: goederen die je echt nodig hebt, denk aan: kleding en voedsel
Secundaire goederen/ luxegoederen: goederen die niet echt nodig zijn, denk aan:
computerspelletjes en naar de bioscoop gaan.
Statusgoederen: goederen die mensen aanschaffen om een indruk te maken op hun
omgeving.
Individuele en collectieve goederen
Individuele goederen: goederen die in een individuele behoefte voorzien, denk aan; dvd’s,
auto’s en auto’s. Kenmerk ervan is dat je ze individueel kan kopen
Collectieve goederen: goederen die voorzien in een collectieve behoefte.
Sommige individuele goederen worden door de overheid geleverd omdat zij die ook
belangrijk vinden, dit noemen we: quasi collectieve goederen of semicollectieve goederen.
Productie en productie factoren
Productiefactoren zijn middelen die nodig zijn voor het produceren van goederen. Hiervan
zijn er vier:
1. Arbeid 3. Kapitaal
2. Natuur 4. Ondernemerschap
Bemoeigoederen:
- Merit goods: overheid wil deze goederen stimuleren (zonnepanelen), subsidies
- Demerit goods: overheid wil deze goederen juist niet stimuleren (roken), accijns
H7.2 Arbeidsverdeling en sectoren
Arbeidsverdeling: specialiseren in een bepaalde taak.
- Interne arbeidsverdeling/technische arbeidsverdeling: verdeling van taken binnen
een organisatie.
- Externe arbeidsverdeling/maatschappelijke arbeidsverdeling: ieder bedrijf richt zich
op de productie van 1 of enkele goederen.
- Geografische arbeidsverdeling: verdeling van de productie over verschillende
gebieden.
- Regionale arbeidsverdeling: binnen een land
- Internationale arbeidsverdeling: landen specialiseren zich in bepaalde producten.
H7.1 Productie en goederen
Zelfvoorziening: voor jezelf produceren (geen betaald werk, maar wel productie!)
Officieel geregistreerde productie → formele productie/productie in enge zin
Informele productie → ongeregistreerd betaald- of zwart werk
Formele productie + informele productie = productie in ruime zin
Primaire en secundaire goederen
Goederen die je kan aanraken → stoffelijke goederen/ stoffelijke producten
Vb. aardappelen, mobiele telefoon of scooter
Goederen die je niet kan aanraken → onstoffelijke goederen
Vb. diensten van een arts, dj of een supermarkt.
Primaire goederen: goederen die je echt nodig hebt, denk aan: kleding en voedsel
Secundaire goederen/ luxegoederen: goederen die niet echt nodig zijn, denk aan:
computerspelletjes en naar de bioscoop gaan.
Statusgoederen: goederen die mensen aanschaffen om een indruk te maken op hun
omgeving.
Individuele en collectieve goederen
Individuele goederen: goederen die in een individuele behoefte voorzien, denk aan; dvd’s,
auto’s en auto’s. Kenmerk ervan is dat je ze individueel kan kopen
Collectieve goederen: goederen die voorzien in een collectieve behoefte.
Sommige individuele goederen worden door de overheid geleverd omdat zij die ook
belangrijk vinden, dit noemen we: quasi collectieve goederen of semicollectieve goederen.
Productie en productie factoren
Productiefactoren zijn middelen die nodig zijn voor het produceren van goederen. Hiervan
zijn er vier:
1. Arbeid 3. Kapitaal
2. Natuur 4. Ondernemerschap
Bemoeigoederen:
- Merit goods: overheid wil deze goederen stimuleren (zonnepanelen), subsidies
- Demerit goods: overheid wil deze goederen juist niet stimuleren (roken), accijns
H7.2 Arbeidsverdeling en sectoren
Arbeidsverdeling: specialiseren in een bepaalde taak.
- Interne arbeidsverdeling/technische arbeidsverdeling: verdeling van taken binnen
een organisatie.
- Externe arbeidsverdeling/maatschappelijke arbeidsverdeling: ieder bedrijf richt zich
op de productie van 1 of enkele goederen.
- Geografische arbeidsverdeling: verdeling van de productie over verschillende
gebieden.
- Regionale arbeidsverdeling: binnen een land
- Internationale arbeidsverdeling: landen specialiseren zich in bepaalde producten.