Jagers en boeren/ prehistorie (-3000 v.
Chr. – 500 v. Chr.)
Kenmerkende aspecten:
1.1. De levenswijze van jager-verzamelaars.
1.2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.
1.3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Begrippen tijdvak 1:
Nomadisch bestaan = een rondtrekkend bestaan leven
Sedentair leven = leven met een vaste woonplek
Neolithische revolutie = landbouwrevolutie
Demografie = samenstelling en de grootte van de bevolking
65 miljoen jaar geleden → komeetinslag. Maakt een eind aan de dinosauriërs
en maakte de komst van de mens mogelijk.
De eerste mensen:
- Australopithecus
- Homo erectus
- Neanderthaler
- Homo Sapiens: Jagers en Verzamelaars
Jagers en Verzamelaars
Zij hadden geen vaste verblijfplaats en haalden hun voedsel uit de wilde
natuur. Ze jaagden op dieren of verzamelden bessen of andere eetbare
planten. Mensen die op deze manier leven, noemen wij nomaden. Zij leidden
een nomadisch bestaan.
1. Op zoek naar voedsel
2. Magie en geloof
3. Versieringen aanbrengen
1. Op zoek naar voedsel
- Verzamelen van planten en vruchten
- Jagen
- Visvangst
,Alle groepen maakten gebruik van eenvoudige werktuigen. Omdat het kleine
groepen waren, was er geen ingewikkelde organisatie.
Levenswijze:
- Groepen bleven kort op dezelfde plek.
- Ze leefden in eenvoudige hutten, grotten of in de open lucht.
- Leven was relatief makkelijk en gezond.
- Men jaagde maar werd zelf ook gejaagd.
2. Magie en geloof
- Geloven in natuurgoden → maken muurschilderingen.
3. Versieringen aanbrengen
- Maken beeldjes en wrijven over het beeldje als ritueel → hopen op
goede oogst en gezonde kinderen
Venusbeeldje
Vuur voor:
- Warmte
- Dieren afschrikken
- Eten bereiden
De overgang van jagers en verzamelaars → landbouw
Jagers en verzamelaars worden boeren: neolithische revolutie
9000 jaar geleden: overgang naar landbouw
Jagers en verzamelaars gingen op pad → nemen dieren en planten mee naar
een vaste plek (later vee) → gaan dit op een vaste plek verbouwen en temmen
de dieren → domesticeren → krijgen meer kennis → specialiseren in beroep en
ruilhandel
Domesticatie = Selectie en aanpassing van de eigenschappen van planten en
dieren voor menselijk gebruik.
Gevolgen:
- Niet rondtrekken
- Meer voedsel
- Meer zekerheid
- Groeiende groep
, - Meer spullen nodig
- Gelaagde maatschappij
Potten in de bron: betekent vaste woonplek dus sedentair
Alles wat we weten van de prehistorie weten we dankzij archeologische
vondsten
3000 v. Chr. → Einde prehistorie, want het schrift werd uitgevonden om
voorraad bij te houden
Het oude Egypte (3000 – 30 v. Chr.)
8000-5000 v. Chr. → ontdekking vruchtbare Nijl
Slib → vruchtbaar voor gewassen
Wilde gewassen werden gezaaid, dieren getemd. Akkerbouw en veeteelt
werden de belangrijkste middelen van bestaan.
3100 v. Chr. Boven en beneden Egypte apart (andersom)
2900 v. Chr. Egypte een land door farao Menes
Levenswijze:
- Leiding was in handen van de farao (farao is heilig) en ambtenaren
- De gewone man had geen invloed op het bestuur
- Wel plichten!
Belasting (oogst), verplichte werkzaamheden, dienstplicht
- Voordelen waren er ook
, Goede regeling van waterhuishouding, bescherming, meer beroepen.
Egypte was polytheïstisch (geloven in meerdere Goden)
3000 v. Chr. → Ontstaan schrift Egypte = Hiërogliefenschrift
Kleine tekeningen en pictogrammen, ontcijferd door steen van Rosette:
Steen met daarop 3 verschillende talen;
- Spijkerschrift
- Hiërogliefen
- Grieks
Mesopotamië : schriften uitgevonden
Farao Menes: eerste farao, Egypte een land
Farao Toetanchamon: graf nooit geplunderd
Farao Achnaton: wilde Egypte monotheïstisch → niet gelukt!
Farao Hatsjepsoet: eerste vrouwelijke Farao
Cleopatra: laatste Farao
Farao
Hoogste
ambtenaar; de
vizier
Mensen die konden lezen
en schrijven, priesters,
ambtenaren en de adel
Boeren, handarbeiders en soldaten
Slaven
1000 v. Chr. → invallen van buitenaf en Egypte werd steeds minder een
eenheid.
800 v. Chr. → Egypte wordt veroverd door de Perzen
332 v. Chr. → Egypte wordt veroverd door Alexander de Grote
Onder leiding van Farao Cleopatra, ging het Egyptische rijk ten onder aan het
Romeinse Rijk.