Verdunnen ( Uitleg )
Met verdunnen bedoelen we verdunnen van vloeistoffen in verband met
desinfectie.
Voor de schrijfwijze hiervan maken we gebruik van het verhoudingsteken : Bij
voorbeeld 1: 10 (spreek uit als 1 staat tot 10, of 1 op 10). Verhoudingen worden
altijd zo klein mogelijk en in hele getallen uitgedrukt. Dus niet 2: 10, dan maak
je ervan 1: 5 . Indien de verhouding desinfecteervloeistof: water = 1:10, dan
betekent dit dat we 10 maal zoveel de hoeveelheid water moeten gebruiken als
de hoeveelheid desinfecteervloeistof. Dus in dit voorbeeld: we gebruiken 1 ml
desinfectiemiddel, dan voegen we tienmaal zoveel, dus 10 ml vloeistof toe.
Gebruiken we 3 ml desinfecteervloeistof, dan voegen we water toe in tien maal
3 ml, dus 30 ml water. In de praktijk krijgen we meestal te maken met flessen
waarop de verbruiksverdunning staat aangegeven. Bijvoorbeeld voor urinalen
en po’s gebruiksverdunning 1: 50. Voor vloeren en meubilair
gebruiksverdunning 1: 50 a 100. Wanneer je nu met 10 liter water een
lyortholverdunning moet maken met een gebruiksverhouding van 1: 50
bereken je dit als volgt: 1: 50 betekent dat 1 ml lyorthol vermengd moet
worden met 50 ml water. (Iedere ml lyorthol die je gebruikt moet dus
vermengd worden met 50 ml water). 10 Liter water is een veelvoud van 50 ml
water (ofwel: als je telkens 50 ml water aan de kraan gaat halen, hoe vaak
moet je dan lopen voor je aan die gevraagde 10 liter water bent…) Je berekent
dus eerst hoeveel maal er 50 ml in 10 liter gaat. Daarvoor maak je van de liters
eerst ml. 10 liter = 10.000 ml 10.000 ml : 50 ml = 200 (reken je uit door
staartdeling) . Dus je hebt 200 keer de hoeveelheid water nodig, 200 van 50 ml.
Je voegt dus ook 200 maal 1 ml lyorthol toe = 200 ml lyorthol. Nog een
voorbeeld: Voor het desinfecteren van je handen heb je nodig een
hibitaneverdunning van 800 ml water en hibitane,in een verdunning van 1 :
100, dus 1 ml hibitane per 100 ml water. 800 ml : 100 ml = 8. Dit is dus 8 x 100
ml water = 800 ml water. Je voegt dus ook 8 x 1ml = 8ml hibitane toe.
Met verdunnen bedoelen we verdunnen van vloeistoffen in verband met
desinfectie.
Voor de schrijfwijze hiervan maken we gebruik van het verhoudingsteken : Bij
voorbeeld 1: 10 (spreek uit als 1 staat tot 10, of 1 op 10). Verhoudingen worden
altijd zo klein mogelijk en in hele getallen uitgedrukt. Dus niet 2: 10, dan maak
je ervan 1: 5 . Indien de verhouding desinfecteervloeistof: water = 1:10, dan
betekent dit dat we 10 maal zoveel de hoeveelheid water moeten gebruiken als
de hoeveelheid desinfecteervloeistof. Dus in dit voorbeeld: we gebruiken 1 ml
desinfectiemiddel, dan voegen we tienmaal zoveel, dus 10 ml vloeistof toe.
Gebruiken we 3 ml desinfecteervloeistof, dan voegen we water toe in tien maal
3 ml, dus 30 ml water. In de praktijk krijgen we meestal te maken met flessen
waarop de verbruiksverdunning staat aangegeven. Bijvoorbeeld voor urinalen
en po’s gebruiksverdunning 1: 50. Voor vloeren en meubilair
gebruiksverdunning 1: 50 a 100. Wanneer je nu met 10 liter water een
lyortholverdunning moet maken met een gebruiksverhouding van 1: 50
bereken je dit als volgt: 1: 50 betekent dat 1 ml lyorthol vermengd moet
worden met 50 ml water. (Iedere ml lyorthol die je gebruikt moet dus
vermengd worden met 50 ml water). 10 Liter water is een veelvoud van 50 ml
water (ofwel: als je telkens 50 ml water aan de kraan gaat halen, hoe vaak
moet je dan lopen voor je aan die gevraagde 10 liter water bent…) Je berekent
dus eerst hoeveel maal er 50 ml in 10 liter gaat. Daarvoor maak je van de liters
eerst ml. 10 liter = 10.000 ml 10.000 ml : 50 ml = 200 (reken je uit door
staartdeling) . Dus je hebt 200 keer de hoeveelheid water nodig, 200 van 50 ml.
Je voegt dus ook 200 maal 1 ml lyorthol toe = 200 ml lyorthol. Nog een
voorbeeld: Voor het desinfecteren van je handen heb je nodig een
hibitaneverdunning van 800 ml water en hibitane,in een verdunning van 1 :
100, dus 1 ml hibitane per 100 ml water. 800 ml : 100 ml = 8. Dit is dus 8 x 100
ml water = 800 ml water. Je voegt dus ook 8 x 1ml = 8ml hibitane toe.