Paardenkliniek
1 = Griffelbeen
2 = Pijpbeen
3 = Sesambeen
4 = Kootbeen
5 = Kroonbeen
6 = Straalbeen
7 = niet van toepassing
8 = niet van toepassing
9 = niet van toepassing
10 = Onderrand hoefbeen
11 = zijtak hoefbeen
12 = hoefbeentak
1 t/m 8 = botten van de knie
9 & 10 = griffelbeentjes
11 = Pijpbeen
12 = Sesambeentjes
13 = Kootbeen
14 = Kroonbeen
15 = Straalbeen
16 = Ingang van bloedtoevoer
17 = Hoefbeentakken
18 = aanhechtingsplaats voor diepe buigpees
Beenverbindingen
• Vergroeide botten
• Naadverbindingen
• Kraakbeenverbindingen
• Gewrichten
Gewrichten
Het gewricht:
• Gewrichtskapsel: vlies rondom gewricht
• Gewrichtsholte: ruimte tussen gewrichtskogel en gewrichtskom
• Gewrichtssmeer: Stroperige vloeistof afgegeven door het kapsel
• Kraakbeen: Laagje dat beschermt tegen slijtage
• Kapselbanden: Houden botten op hun plaats
Soorten gewrichten:
• Kogelgewricht
• Scharniergewricht
• Draaigewricht
• Rolgewricht
• Zadelgewricht
, Kogelgewricht:
• Beweging in alle richtingen
• Wordt gevormd door een kop / kogel die in een kom past en ronddraait
• Voorbeeld > schouder en heup gewricht
Scharniergewricht:
• Beweging in een richting mogelijk
• Voorbeeld > knie en ellebooggewricht, teen(vinger)kootje
Draaigewricht:
• Beweging in een richting, ene bot draait ten opzichte van de ander
• Voorbeeld > atlas en draaien (eerste 2 halswervels), waardoor je nee kunt schudden
Rolgewricht:
• Lijkt op draaigewricht, alleen draaien beide botten nu om elkaar heen
• Voorbeeld > spaakbeen en ellepijp
Zadelgewricht:
• Zadelvormige botten
• Voorbeeld > tussen handwortel en duim
Spierstelsel:
Latijns:
• Masculus = Spier
• Tendo = Pees
• Ligament = (gewrichts)band
• Flexor = Buiger
• Extensor = Strekker
• Origo = Oorsprong
• Insertie = Aanhechting
• Contraheren = Samentrekken
• Synergist = Samenwerkende spieren
• Antagonist = Spieren met tegenwerkende kracht. Maken beweging
mogelijk
Musculus = Spier
2 taken:
• Contraheren
• Ontspannen
Functie:
• Beweging mogelijk maken
• Handhaving lichaamsbouw
• Stabilisering gewrichten
• Regelen tempratuur
1 = Griffelbeen
2 = Pijpbeen
3 = Sesambeen
4 = Kootbeen
5 = Kroonbeen
6 = Straalbeen
7 = niet van toepassing
8 = niet van toepassing
9 = niet van toepassing
10 = Onderrand hoefbeen
11 = zijtak hoefbeen
12 = hoefbeentak
1 t/m 8 = botten van de knie
9 & 10 = griffelbeentjes
11 = Pijpbeen
12 = Sesambeentjes
13 = Kootbeen
14 = Kroonbeen
15 = Straalbeen
16 = Ingang van bloedtoevoer
17 = Hoefbeentakken
18 = aanhechtingsplaats voor diepe buigpees
Beenverbindingen
• Vergroeide botten
• Naadverbindingen
• Kraakbeenverbindingen
• Gewrichten
Gewrichten
Het gewricht:
• Gewrichtskapsel: vlies rondom gewricht
• Gewrichtsholte: ruimte tussen gewrichtskogel en gewrichtskom
• Gewrichtssmeer: Stroperige vloeistof afgegeven door het kapsel
• Kraakbeen: Laagje dat beschermt tegen slijtage
• Kapselbanden: Houden botten op hun plaats
Soorten gewrichten:
• Kogelgewricht
• Scharniergewricht
• Draaigewricht
• Rolgewricht
• Zadelgewricht
, Kogelgewricht:
• Beweging in alle richtingen
• Wordt gevormd door een kop / kogel die in een kom past en ronddraait
• Voorbeeld > schouder en heup gewricht
Scharniergewricht:
• Beweging in een richting mogelijk
• Voorbeeld > knie en ellebooggewricht, teen(vinger)kootje
Draaigewricht:
• Beweging in een richting, ene bot draait ten opzichte van de ander
• Voorbeeld > atlas en draaien (eerste 2 halswervels), waardoor je nee kunt schudden
Rolgewricht:
• Lijkt op draaigewricht, alleen draaien beide botten nu om elkaar heen
• Voorbeeld > spaakbeen en ellepijp
Zadelgewricht:
• Zadelvormige botten
• Voorbeeld > tussen handwortel en duim
Spierstelsel:
Latijns:
• Masculus = Spier
• Tendo = Pees
• Ligament = (gewrichts)band
• Flexor = Buiger
• Extensor = Strekker
• Origo = Oorsprong
• Insertie = Aanhechting
• Contraheren = Samentrekken
• Synergist = Samenwerkende spieren
• Antagonist = Spieren met tegenwerkende kracht. Maken beweging
mogelijk
Musculus = Spier
2 taken:
• Contraheren
• Ontspannen
Functie:
• Beweging mogelijk maken
• Handhaving lichaamsbouw
• Stabilisering gewrichten
• Regelen tempratuur