vNG leerdoelen periode 3
Skeletscintigrafie
Begrijpt doel en uitvoering van de dynamische skeletscintigrafie.
Verdenking op ontstekingsprocessen, orthopedische vraagstellingen of trauma
Moment en duur:
o Fase 1: perfusie (dynamisch):
tijdens en onmiddellijk TC99mHDP
1 - 2 minuten 500 mBq – volwassenen
2-4 sec/frame LEAp / LEHR
40-60 frames
Matrix 64x64 of 128x128
o Fase 2: bloodpool/ weke delen (statisch/WB):
Tussen de 2 en max. 10 minuten
2-5 min opnames
Matrix 128x128 of 256x256
o Fase 3: stapeling osteoblasten (statisch/WB): niet eerder dan 2 uur p.i.
Kan bij het onderzoek dynamisch skelet, de verschillende keuzes van de
acquisitieparameters kiezen én beargumenteren. (o.a.: stopconditie, matrix, energiepiek,
energiewindow, collimator etc.).
Renografie
Kan de principes van renografie verklaren.
Renografie brengt de (gescheiden) nierfunctie in beeld.
Renografie is het onderzoek dat leidt tot een renogram. Met een renogram wordt meestal de
curven bedoeld die gegeneerd worden uit de vervaardigde dynamische opnamen.
Het aantal frames hangt af van de manier van acquisitie. Vaak is het gebruikelijk het
onderzoek in meerdere fasen op te nemen. Bijvoorbeeld:
1e fase: 60 frames van 1 seconde (totaal 1 minuut)
2e fase: 12 frames van 5 seconden (totaal 1 minuut)
3e fase 54 frames van 20 seconden (totaal 18 minuten)
o Nierscintigrafie
o 99mTc-DMSA
o Renografie
o 99mTc-MAG3 (tubulair excretie)
o 99mTc-DTPA (glomulaire filtratie), 131I- of 123I-Hippuran (tubulaire excretie) (in
Nl zeer zelden)
o
Kan gemaakte keuzes t.b.v. de acquisitie van een renografie onderbouwen.
Wanneer maken we een renografie (indiacties)
o Vermoeden urinewegobstructie (pijn in de zij en pijn in de rug)
o Plotseling verslechterende nierfunctie zonder duidelijke oorzaak
(bloed bij het plassen, pijn klachten)
o Recidiverende pyelonephritis (terugkomende ontsteking van het pyelon)
o Detectie nierschade na lithotripsie (nier/blaasstenen)
o Verdenking nierarteriestenose (NAS) bij onverklaarbare hypertensie (hoge
bloeddruk) (steeds vaker CT met contrast)
o Alternatief bij jodiumovergevoeligheid (CT)
o Complicaties na niertransplantatie
, Soorten renografieën
• Standaard renografie
o 30 min. vooraf ½ liter water drinken (hydratie)
o Patiënt goed uit laten plassen vlak voor acquisitie
o Acquisitie (20-30 min.)
• Renografie met Lasix ® (furosemide) - bij obstructie
– 30 min. voor, gelijk met radiofarmacon of tijdens scintigrafie
o 30 min. vooraf ½ liter water drinken
o Patiënt goed uit laten plassen vlak voor acquisitie
o Acquisitie (20-30 min.), halverwege Lasix ® i.v.
Of
o 30 min. vooraf Lasix ® i.v. en ½ liter water drinken
o Patiënt goed uit laten plassen vlak voor acquisitie
o Acquisitie (20-30 min.)
Of
o 30 min. vooraf ½ liter water drinken
o Patiënt goed uit laten plassen vlak voor acquisitie
o Acquisitie (20-30 min.), Lasix ® i.v. direct na 99mTc-MAG3
• Renografie met captopril - bij NAS
– 60 min. voor scintigrafie (bloeddruk vooraf controleren)
o 60 min voor acquisitie:
Bloeddruk meten
Toedienen Captopril
30 min na Captopril:
Bloeddruk meten
½ liter water drinken
o Patiënt goed uit laten plassen vlak voor acquisitie
o Acquisitie (20-30 min.)
Tijd-activiteitscurve
Begrijpt de totstandkoming van een tijd-activiteitscurve.
Een tijd-activiteitcurve is niet meer dan een grafiek waarin weergegeven wordt hoeveel
activiteit (y-as) zich in een bepaald gebied (ROI) bevindt. Uitgedrukt in de tijd. (x-as).
Een T/A-curve kan dus uitsluitend uit een dynamisch onderzoek gemaakt worden.
Kan aangeven wat in een tijd-activiteitscurve zichtbaar is.
Tmax = hoogste waarde binnen het ROI
→ moet binnen 5 minuten zijn bereikt,
anders pathologie
1: perfusie (doorbloeding)
2: extractie (filtering)
3: excretie (uitscheiding)
Skeletscintigrafie
Begrijpt doel en uitvoering van de dynamische skeletscintigrafie.
Verdenking op ontstekingsprocessen, orthopedische vraagstellingen of trauma
Moment en duur:
o Fase 1: perfusie (dynamisch):
tijdens en onmiddellijk TC99mHDP
1 - 2 minuten 500 mBq – volwassenen
2-4 sec/frame LEAp / LEHR
40-60 frames
Matrix 64x64 of 128x128
o Fase 2: bloodpool/ weke delen (statisch/WB):
Tussen de 2 en max. 10 minuten
2-5 min opnames
Matrix 128x128 of 256x256
o Fase 3: stapeling osteoblasten (statisch/WB): niet eerder dan 2 uur p.i.
Kan bij het onderzoek dynamisch skelet, de verschillende keuzes van de
acquisitieparameters kiezen én beargumenteren. (o.a.: stopconditie, matrix, energiepiek,
energiewindow, collimator etc.).
Renografie
Kan de principes van renografie verklaren.
Renografie brengt de (gescheiden) nierfunctie in beeld.
Renografie is het onderzoek dat leidt tot een renogram. Met een renogram wordt meestal de
curven bedoeld die gegeneerd worden uit de vervaardigde dynamische opnamen.
Het aantal frames hangt af van de manier van acquisitie. Vaak is het gebruikelijk het
onderzoek in meerdere fasen op te nemen. Bijvoorbeeld:
1e fase: 60 frames van 1 seconde (totaal 1 minuut)
2e fase: 12 frames van 5 seconden (totaal 1 minuut)
3e fase 54 frames van 20 seconden (totaal 18 minuten)
o Nierscintigrafie
o 99mTc-DMSA
o Renografie
o 99mTc-MAG3 (tubulair excretie)
o 99mTc-DTPA (glomulaire filtratie), 131I- of 123I-Hippuran (tubulaire excretie) (in
Nl zeer zelden)
o
Kan gemaakte keuzes t.b.v. de acquisitie van een renografie onderbouwen.
Wanneer maken we een renografie (indiacties)
o Vermoeden urinewegobstructie (pijn in de zij en pijn in de rug)
o Plotseling verslechterende nierfunctie zonder duidelijke oorzaak
(bloed bij het plassen, pijn klachten)
o Recidiverende pyelonephritis (terugkomende ontsteking van het pyelon)
o Detectie nierschade na lithotripsie (nier/blaasstenen)
o Verdenking nierarteriestenose (NAS) bij onverklaarbare hypertensie (hoge
bloeddruk) (steeds vaker CT met contrast)
o Alternatief bij jodiumovergevoeligheid (CT)
o Complicaties na niertransplantatie
, Soorten renografieën
• Standaard renografie
o 30 min. vooraf ½ liter water drinken (hydratie)
o Patiënt goed uit laten plassen vlak voor acquisitie
o Acquisitie (20-30 min.)
• Renografie met Lasix ® (furosemide) - bij obstructie
– 30 min. voor, gelijk met radiofarmacon of tijdens scintigrafie
o 30 min. vooraf ½ liter water drinken
o Patiënt goed uit laten plassen vlak voor acquisitie
o Acquisitie (20-30 min.), halverwege Lasix ® i.v.
Of
o 30 min. vooraf Lasix ® i.v. en ½ liter water drinken
o Patiënt goed uit laten plassen vlak voor acquisitie
o Acquisitie (20-30 min.)
Of
o 30 min. vooraf ½ liter water drinken
o Patiënt goed uit laten plassen vlak voor acquisitie
o Acquisitie (20-30 min.), Lasix ® i.v. direct na 99mTc-MAG3
• Renografie met captopril - bij NAS
– 60 min. voor scintigrafie (bloeddruk vooraf controleren)
o 60 min voor acquisitie:
Bloeddruk meten
Toedienen Captopril
30 min na Captopril:
Bloeddruk meten
½ liter water drinken
o Patiënt goed uit laten plassen vlak voor acquisitie
o Acquisitie (20-30 min.)
Tijd-activiteitscurve
Begrijpt de totstandkoming van een tijd-activiteitscurve.
Een tijd-activiteitcurve is niet meer dan een grafiek waarin weergegeven wordt hoeveel
activiteit (y-as) zich in een bepaald gebied (ROI) bevindt. Uitgedrukt in de tijd. (x-as).
Een T/A-curve kan dus uitsluitend uit een dynamisch onderzoek gemaakt worden.
Kan aangeven wat in een tijd-activiteitscurve zichtbaar is.
Tmax = hoogste waarde binnen het ROI
→ moet binnen 5 minuten zijn bereikt,
anders pathologie
1: perfusie (doorbloeding)
2: extractie (filtering)
3: excretie (uitscheiding)