Leerbestand met kaartjes van personen, vergelijkingen en oefenvragen
Versie: januari 2026
Inhoud:
Legenda met 11 denkers (kleur en foto)
Kernbegrippen
Leercheck per blok
Personenlijst met kernbijdrage en herkenningsfeit
Kaartje van de 11 denkers
Vergelijkingen van 11 denkers
Antwoorden leercheck per blok
7 oefenvragen met antwoorden
10 valkuilen
,Kleurlegenda (1 denker = 1 kleur)
Denker Kleur Foto
Darwin
Lamarck
Freud
Jung
Adler
Skinner
Wundt
Titchener
Descartes
Locke
Chomsky
Tip: zet dezelfde kleur ook als markering op je flashcards en in je aantekeningen.
, Gebruik dit deel om de brede stof snel te herhalen. Houd het kort: term = 1 zin, naam = 1 zin, plus 1
herkenningsfeit.
Kernbegrippen (high-yield)
Internalisme: Geschiedenis verklaren vanuit ontwikkelingen binnen de psychologie zelf
(theorieën/methoden).
Externalisme: Geschiedenis verklaren vanuit context buiten de psychologie (maatschappij, politiek,
instituties).
Presentisme: Het verleden beoordelen met hedendaagse normen/kennis (kan vertekenen).
Historicism(e): Het verleden begrijpen vanuit de eigen tijd en context.
Sophisticated presentism: Verfijnd presentisme: hedendaags perspectief gebruiken zonder claim dat
nu per se beter is.
Great Man: Geschiedenis vooral door uitzonderlijke individuen (grote denkers).
Zeitgeist: Geschiedenis als product van tijdgeest/maatschappelijke omstandigheden.
Origin myths: Hardnekkige (vaak versimpelde) anekdotes die een discipline legitimeren, maar
misleidend kunnen zijn.
Rationalisme: Kennis vooral uit rede/denken.
Empirisme: Kennis vooral uit ervaring/waarneming.
Nativisme: Belangrijke kennis/structuren zijn (deels) aangeboren.
Interactief dualisme: Geest en lichaam zijn onderscheiden, maar kunnen elkaar beïnvloeden (geest-
lichaam interactie).
Psychofysica: Relatie tussen fysieke stimulus en subjectieve ervaring meetbaar maken.
Just noticeable difference (JND): Kleinste merkbare verschil in stimulus; kernbegrip in vroege
psychofysica.
Hogere-ordeconditionering: Een geconditioneerde respons kan basis worden voor nieuwe
conditionering (tweede/derde orde).
Generalisatie: Een geleerde respons treedt ook op bij stimuli die lijken op de oorspronkelijke
stimulus.
Operante conditionering: Gedrag verandert door consequenties (bekrachtiging/straffen) na het
gedrag.
Programmed instruction: Skinner onderwijs-toepassing: leerstof in kleine stappen met
onmiddellijke feedback.
Equipotentialiteit: Idee (Lashley): delen van de cortex kunnen functies van beschadigde delen
overnemen.
Leercheck per blok (p. 15 antwoorden)
1. Historiografie
Begrippen: internalisme/externalisme; presentisme/historicisme; origin myths.
Kun je 1 voorbeeld geven van een origin myth?
Kun je het verschil Great Man vs Zeitgeist uitleggen?
Let op: sophisticated presentism = presentisme + historicisme-gevoeligheid.
Tip: definities zijn vaak letterlijk.
2. Oudheid
Socrates/Plato/Aristoteles: kennisbron + ziel/psyche.