Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting Neuropsychologie: Over de gevolgen van hersenbeschadiging (6e herziende editie) - Ben van Cranenburgh - H1, 3 en 6 t/m 12 | IBSN: 9789036830683

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
64
Geüpload op
17-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze samenvatting biedt een overzichtelijke en tentamenproof weergave van het boek Neuropsychologie: Over de gevolgen van hersenbeschadiging (Ben van Cranenburgh, 6e herziende editie). Het document is bedoeld om snel te leren of te herhalen. O.a. verschillende soorten gevolgen van hersenbeschadiging worden hier duidelijk uitgelegd. De samenvatting behandelt onder andere: - de basisprincipes van hersenbeschadiging - de vele oorzaken en gevolgen van hersenbeschadiging - neuropsychologische stoornissen zoals afasie, apraxie, agnosie, amnesie en neglect en hun verschillende subsoorten (tactiel, visueel, akoestisch etc) - diagnostiek en neuropsychologisch onderzoek - praktijkvoorbeelden en casustieken - behandelingen - de impact van hersenbeschadiging op gedrag, cognitie en dagelijkse vaardigheden en omgeving v.d. persoon Waarom deze samenvatting waardevol is - Compact en overzichtelijk: alle kernpunten in één document - Tentamen- en praktijkgericht: ideaal voor studie en opdrachten - Duidelijke structuur per thema/stoornis - Geschikt voor studenten van ergotherapie, psychologie, geneeskunde, logopedie en (para)medische opleidingen

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Neuropsychologie: Over de gevolgen van
hersenbeschadiging

Inhoud
Table of Contents
Neuropsychologie: Over de gevolgen van hersenbeschadiging...................1
Hoofdstuk 1 Oorzaken van hersenbeschadiging.......................................4
Par 1.1 Definitie en afgrenzing..............................................................4
Par 1.2 Cerebrovasculaire accidenten (beroerte)...................................4
H3:..........................................................................................................10
Par. 3.1 CVA: meer dan een parese......................................................10
Par. 3.2 Motoriek en tonus...................................................................11
3.3 Sensibiliteit....................................................................................12
3.4 Gezichtsveld..................................................................................14
3.5 Bewustzijn......................................................................................14
3.6 Neuropsychologische (cognitieve) functies...................................15
3.7 Stemming, gedrag en persoonlijkheid...........................................16
3.8 Cerebellumstoornissen..................................................................16
3.9 Subjectieve klachten......................................................................17
Hoofdstuk 6: Rechter-hemisfeersymptomen...........................................17
6.1 inleiding:........................................................................................17
6.2 Primair neurologische symptomen:...............................................18
6.3 Neuropsychologische symptomen.................................................19
6.4 Gedragsstijl....................................................................................20
H7: Afasieën/taalstoornissen...................................................................22
7.1 De bouwstenen van taal................................................................22
7.2 Het opmerkelijke van taal..............................................................22
7.3 Spraak VS taal...............................................................................22
7.4 Taal en hersenen............................................................................23
7.5 Definitie en indeling van afasieën.................................................23
7.6 Cognitief taalschema volgens Ellis en Young.................................24
7.7 Stoornissen van lezen en schrijven (alexie/dyslexie,
agrafie/dysgrafie)................................................................................25

1

, 7.8 Herstel na afasie?..........................................................................26
7.9 Rekenstoornissen Acalculie/dyscalculie.........................................26
H8: Neglect en aanverwante stoornissen...............................................27
8.1 Arousal, aandacht en aandachtsstoornissen.................................27
8.2 Definiëring, afgrenzing en voorkomen van neglect..........................29
8.3 Voorbeeld neglect.............................................................................29
8.4 vormen van neglect..........................................................................29
8.5 Verschillen tussen hemi-anopsie en neglect..................................31
8.6 Verklaringshypothesen..................................................................32
8.7 Het vaststellen van neglect...........................................................32
8.8 Herstel en uitgangspunten voor de therapie.................................33
H9: Apraxieën.........................................................................................34
9.1 De complexiteit van alledaagse motoriek......................................34
9.2 Soorten handelingen......................................................................35
9.3 Neutrale sturing van motoriek.......................................................37
9.5 Praktijkvoorbeeld...........................................................................39
9.6 Indeling van apraxieën..................................................................40
9.7 Andere handelingsstoornissen.......................................................41
9.8 Onderzoek naar apraxieën............................................................42
9.9 Therapie en training......................................................................42
H10: Agnosieën.......................................................................................42
10.1 Van stimulus naar perceptie........................................................42
10.2 Indeling van agnosieën................................................................43
10.3 Visuele agnosie............................................................................44
10.4 Akoestische agnosie....................................................................44
10.5 Tactiele agnosie...........................................................................44
10.6 Complexe (supramodale vormen van agnosie)...........................45
10.7 Therapie en training....................................................................45
H11: Stoornisgerichte therapie/training..................................................46
11.1 Overwegingen vooraf..................................................................46
11.2 Motoriek: hemiparese en spasticiteit..............................................46
11.3 Sensibiliteit: hemianesthesie, hemianalgesie en stoornissen
kinethesie...............................................................................................48
11.4 Gezichtsvelden: Hemianopsieën..................................................50
11.5 Handelen: de apraxieën...............................................................51
2

, 11.5.4 Conceptuele/ideatorische apraxie............................................52
11.6 Herkennen: de agnosieën............................................................53
11.7 Taal: de afasieën..........................................................................54
11.8 Aandacht en aandachtsstoornissen.............................................55
11.9 Neglect........................................................................................56
11.10 Geheugen en geheugenstoornissen..........................................58
11.12 Stoornissen van executieve functies.........................................59
11.13 Vermoeibaarheid........................................................................60
11.12 Zintuigelijke overgevoeligheid...................................................60
H12 Veranderingen van stemmen, gedrag en persoonlijkheid...............61
12.1 Emotie en expressie....................................................................61
12.2 Indeling van gedragsveranderingen............................................61
12.3 Algemene kenmerken van gedragsverandering..........................61
12.4 De meest voorkomende gedragsveranderingen..........................61
12.5 De 4 determinanten van gedragsverandering voor
hersenbeschadiging.............................................................................62
12.6 De gedragscirkel..........................................................................63
12.7 Gedragsanalyse in de praktijk.....................................................63
12.8 Noso-agnosie...............................................................................64




3

,Hoofdstuk 1 Oorzaken van hersenbeschadiging

Par 1.1 Definitie en afgrenzing
Bij mensen ouder dan 45 jaar neemt de frequentie van cerebrovasculaire
accidenten (CVA = Beroerte) toe.

 Een van de belangrijkste oorzaken van sterfte & handicaps.

Als hersenbeschadiging niet tot dood leidt, moet patiënt verder leven met
stoornissen (verlammingen, afasie, geheugenstoornissen etc.) Een deel
herstelt goed, ander deel leeft verder met handicap.

Bij neurologische ziekten & hersenbeschadiging wordt er in de hersenen
regorganisatie (= zoeken van nieuwe manieren/wegen in de hersenen om
iets te doen) gedaan waardoor stoornissen geheel of gedeeltelijk kunnen
worden gecompenseerd. Therapie en training zijn gericht op het bereiken
van een hoger niveau van functioneren.

Onderzoek naar herstelmogelijkheden en trainingsstrategieën is
belangrijk. Tegenwoordig wordt een patiënt vaak eerder naar huis
ontslagen (vanuit ziekenhuis of revalidatie).

 Gevolg: stoornissen & problemen onvoldoende bekend zijn en
opduiken wanneer patiënt leven oppakt. (gezin, werk, hobby.) Bijv.
ruimtelijke of aandachtsstoornissen.




Par 1.2



Cerebrovasculaire accidenten (beroerte)
CVA = ‘ongeluk’ met hersenvaten.
Figuur 1 Verloop van ziektes



4

,CVA worden ingedeeld in pathologisch-anatomische oorzaak (‘aard’ van de
laesie = letsel) of klinische verloop.

 Bloeding (20 à 30%)
 Vernauwing (stenose)
 Afsluiting (70 à 80%)



Pathologisch – anatomische indeling:

1. Bloedingen (haemorrhagia)
 Intracerebrale bloedingen -> Bloedingen in hersenen. Vele
bloedingen zijn dodelijk, door de hoge arteriële (=
slagaderlijke) bloeddruk & ruimtegebrek in schedel kan snel
veel hersenweefsel verwoest worden. Wanneer bloeding
ontstaat vormt snel een hematoom. (= lokaal stolsel).
 Extracerebrale bloedingen -> Binnen in het schedel.
o Arachnoïdale bloeding, 30% dodelijk. Ontstaat meestal
doordat een aneurysma (= verwijding vaatwand) van de
grote hersenen knapt. Deze is vaak al bij geboorte
aanwezig en groeit tot hij knapt. Bloed verspreid over
gehele arachnoïdale ruimte.
o Subdurale & epidurale bloedingen/hematomen, meestal
gevolg van schedeltrauma. In stolsel worden bloedcellen
afgebroken, vrijkomende moleculen veroorzaken osmose
(= wateraantrekking) waardoor hematoom (= het
stolsel) zwelt en druk geeft op hersenweefsel.



1. Afsluiting en stenose
Een stenose (= vaatvernauwing) kan leiden tot ischemie (= tekort
aan bloedvoorziening). Vaatafsluiting -> herseninfarct.
Belangrijkste oorzaken:
 Trombosis cerebri = Ontstaat door atherosclerose
(= slagaderverkalking) in bloedvaten.
 Embiolia cerebri = Stuk trombus (= bloedstolsel) schiet los en
sluit verder stroomafwaarts een bloedvat af. kan uit hart of
grote arterie komen.
 Andere oorzaken zijn migraine, vaatziekten of druk van
buitenaf (tumor of hematoom).



Bloedingen komen in vergelijking met afsluitingen minder voor, maar zijn
vaker dodelijker. Daarom hebben de meeste levende CVA patiënten een
herseninfarct gehad.

Onderscheid vormen CVA:
5

,  De anamnese = Omstandigheden waaronder het CVA optrad, bijv.
leeftijd of andere ziekten. Wakker worden met parese -> infarct,
ontstaan CVA tijdens inspanning -> bloeding.
 Klinische beeld = aantal symptomen zijn kenmerkend voor uitval van
een bepaald gebied, bijv. hoofdpijn en later in coma.
 Technisch onderzoek = CT-scan, MRI

Vaak kan er geen uitspraak van oorzaak gedaan worden, wat verder niet
uitmaakt voor herstel, hiervoor is de grootte (hoeveelheid hersenweefsel
dat uitgevallen is) en plaats (aard van symptomen) van CVA belangrijk.



Indeling naar klinisch verloop:

1 – Voorbijgaande neurologische uitval (a & b)

 Er ontstaat neurologische stoornis, die overtijd weer verdwijnt. Een
hersengebiedje wordt tijdelijk niet/minder doorbloed. Er is wel
(vrijwel) volledig herstel. Als patiënt binnen 24 uur hersteld is -> TIA
(= transient ischemic attack).

2- Blijvende neurologische uitval (d)

 Na ontstaan neurologische stoornis stabiliseert de klinische toestand
-> geleidelijk & gedeeltelijk herstel. Mate van herstel verschilt door
niet-medische factoren. (inzet partner, motivatie, intensiteit van
therapie.)

3- Fatale beroerte (progressive stroke) (c)

 Neurologische symptomen nemen progressief toe totdat patiënt
overlijdt. Vaak na bloedingen of grote infarcten.




A & B = voorbijgaande
uitval

C = Fataal verloop
Par.
D =1.2.2 Epidemiologie
Gedeeltelijk
Van een beroerte bedraagt de
incidentie (= aantal nieuwe gevallen
per jaar) in NL 2 à 3 duizend, rond
6

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
17 januari 2026
Aantal pagina's
64
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.81
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
lauraloman

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
lauraloman Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
10
Lid sinds
7 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
1 maand geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen