Klankleer I 2020
Hoorcollege 1: Inleiding in de klankleer
Fonetiek: studie van de spraakklanken
- Studie van het spraakgeluid en de productie en waarneming van dat spraakgeluid
- Drie deelgebieden:
o Articulatorisch → hoe maken we spraakklanken?
o Akoestisch → hoe geven we spraakklanken door? (luchtdeeltjestrilling)
o Perceptieve → hoe nemen we klanken waar?
Fonologie: studie van klanksystemen
- Wat is de functie van een klank in taal?
- In welke combinaties met andere klanken kan die klank voorkomen in de taal?
- Etc.
Analogie gitaar:
Spierkracht (aanslag) – snaar(trilling) – (trilling v.) klankkast
Hoofdcomponenten van het
spraakproductieapparaat
subglottale component glottale component
lucht uit de longen, met trilling stembanden
bijbehorende spieren en (strottenhoofd (larynx) e
luchtwegen onder de larynx stembanden (glottis))
frequentie trilling bepaal
toonhoogte
uitwijking (hoe wijd
stembanden uit elkaar ga
bepaalt amplitude
Articulatorische kenmerken voor klanken
Initiatiekenmerken
- Richting van de luchtstroom
o Egressief (naar buiten gerichte luchtstroom), de meeste talen
o Ingressief (naar binnen gerichte luchtstroom)
- Luchtstroommechanisme
o Pulmonisch (voortgebracht door de longen), meeste klanken
o Ejectieven (gelijktijdige sluiting glottis en mondholte)
o Clicks (compressie kolom lucht, afsluiting in de mondholte zonder lucht uit de
longen)
1
,Laryngale kenmerken
- Stemhebbendheid (klank met of zonder trilling van de stembanden)
- Aspiratie (met aspiratie worden stembanden van klinker later in trilling gebracht)
- Stemkwaliteit
o Breathy
o Creaky (vocal fry)
(Supra)laryngale kenmerken)
- Constrictie (vocaal vs. consonant)
o Consonant: ergens in mond-keelholte wordt een zodanige vernauwing aangebracht
dat de luchtstroom turbulent of voor korte perioden volledig onderbroken raakt
o Vocaal: vernauwing afwezig of gering, dus ononderbroken en gelijkmatige
luchtstroom
2
, Kenmerken voor consonanten
- Plaats: locatie in spraakbuis waar constrictie die de luchtstroom hindert wordt gemaakt, en
indien nodig: het gedeelte van de tong waarmee de constrictie wordt gemaakt
- Stemhebbendheid
- Wijze van articulatie: de mate, sterkte en vorm van constrictie in keel-, neus- en mondholte
Wijzekenmerken (mate en sterkte van constrictie)
- (ex)plosieven/plofklanken: luchtstroom korte tijd volledig onderbroken, daarna release burst
- Trilklanken/ratelaars: zeer korte afsluitingen door twee articulatoren bij elkaar te brengen en
er een luchtstroom door te voeren
Wijzekenmerken (mate van constrictie)
- Fricatieven/wrijfklanken: twee articulatoren zeer dicht bijeen brengen, waardoor
luchtstroom turbulent wordt en ruisgeluid voortbrengt
- Nasaal: lage velumstand, mondholte volledig afgesloten
- Approximanten/halfvocalen: wel sprake van constrictie, maar luchtstroom wordt niet of
nauwelijks verstoord
o Vaak overgang tussen klinkers (o-w-ase, the-j-ater)
Wijzekenmerken (vorm van constrictie)
- Lateralen: (meeste) lucht ontsnapt langs zijden van tong
- Taps/flaps: zeer korte volledige afsluitingen zonder waarneembare release (bv AE city, letter)
Kenmerken voor vocalen
Articulatorische classificatie:
- Mate van constrictie: hoogte (van onderkaak) (bv. [a] is laag, [i] is hoog)
- Plaats van constrictie: positie tong: voor/achter (bv. [i] is voor, [u] is achter)
- Ronding van lippen (bv. [y] is dezelfde klank als [i] maar met getuite lippen)
- Nasalisatie: door laten zakken velum (bv. un vin blanc)
- Lengte: verschil lies/lease, zoem/zoom
3
Hoorcollege 1: Inleiding in de klankleer
Fonetiek: studie van de spraakklanken
- Studie van het spraakgeluid en de productie en waarneming van dat spraakgeluid
- Drie deelgebieden:
o Articulatorisch → hoe maken we spraakklanken?
o Akoestisch → hoe geven we spraakklanken door? (luchtdeeltjestrilling)
o Perceptieve → hoe nemen we klanken waar?
Fonologie: studie van klanksystemen
- Wat is de functie van een klank in taal?
- In welke combinaties met andere klanken kan die klank voorkomen in de taal?
- Etc.
Analogie gitaar:
Spierkracht (aanslag) – snaar(trilling) – (trilling v.) klankkast
Hoofdcomponenten van het
spraakproductieapparaat
subglottale component glottale component
lucht uit de longen, met trilling stembanden
bijbehorende spieren en (strottenhoofd (larynx) e
luchtwegen onder de larynx stembanden (glottis))
frequentie trilling bepaal
toonhoogte
uitwijking (hoe wijd
stembanden uit elkaar ga
bepaalt amplitude
Articulatorische kenmerken voor klanken
Initiatiekenmerken
- Richting van de luchtstroom
o Egressief (naar buiten gerichte luchtstroom), de meeste talen
o Ingressief (naar binnen gerichte luchtstroom)
- Luchtstroommechanisme
o Pulmonisch (voortgebracht door de longen), meeste klanken
o Ejectieven (gelijktijdige sluiting glottis en mondholte)
o Clicks (compressie kolom lucht, afsluiting in de mondholte zonder lucht uit de
longen)
1
,Laryngale kenmerken
- Stemhebbendheid (klank met of zonder trilling van de stembanden)
- Aspiratie (met aspiratie worden stembanden van klinker later in trilling gebracht)
- Stemkwaliteit
o Breathy
o Creaky (vocal fry)
(Supra)laryngale kenmerken)
- Constrictie (vocaal vs. consonant)
o Consonant: ergens in mond-keelholte wordt een zodanige vernauwing aangebracht
dat de luchtstroom turbulent of voor korte perioden volledig onderbroken raakt
o Vocaal: vernauwing afwezig of gering, dus ononderbroken en gelijkmatige
luchtstroom
2
, Kenmerken voor consonanten
- Plaats: locatie in spraakbuis waar constrictie die de luchtstroom hindert wordt gemaakt, en
indien nodig: het gedeelte van de tong waarmee de constrictie wordt gemaakt
- Stemhebbendheid
- Wijze van articulatie: de mate, sterkte en vorm van constrictie in keel-, neus- en mondholte
Wijzekenmerken (mate en sterkte van constrictie)
- (ex)plosieven/plofklanken: luchtstroom korte tijd volledig onderbroken, daarna release burst
- Trilklanken/ratelaars: zeer korte afsluitingen door twee articulatoren bij elkaar te brengen en
er een luchtstroom door te voeren
Wijzekenmerken (mate van constrictie)
- Fricatieven/wrijfklanken: twee articulatoren zeer dicht bijeen brengen, waardoor
luchtstroom turbulent wordt en ruisgeluid voortbrengt
- Nasaal: lage velumstand, mondholte volledig afgesloten
- Approximanten/halfvocalen: wel sprake van constrictie, maar luchtstroom wordt niet of
nauwelijks verstoord
o Vaak overgang tussen klinkers (o-w-ase, the-j-ater)
Wijzekenmerken (vorm van constrictie)
- Lateralen: (meeste) lucht ontsnapt langs zijden van tong
- Taps/flaps: zeer korte volledige afsluitingen zonder waarneembare release (bv AE city, letter)
Kenmerken voor vocalen
Articulatorische classificatie:
- Mate van constrictie: hoogte (van onderkaak) (bv. [a] is laag, [i] is hoog)
- Plaats van constrictie: positie tong: voor/achter (bv. [i] is voor, [u] is achter)
- Ronding van lippen (bv. [y] is dezelfde klank als [i] maar met getuite lippen)
- Nasalisatie: door laten zakken velum (bv. un vin blanc)
- Lengte: verschil lies/lease, zoem/zoom
3