(hoorcolleges, statistiek, boek Baxter &
Babbie)
Inhoud
Methoden van Communicatieonderzoek (hoorcolleges, statistiek, boek Baxter &
Babbie)................................................................................................................... 1
Hoorcolleges........................................................................................................ 2
Hoorcollege 1 (MC-tentamenstof)....................................................................2
Hoorcollege 2 (MC-tentamenstof)....................................................................3
Hoorcollege 3 (MC-tentamenstof)....................................................................5
Interviews uitwerken + coderen.......................................................................6
Experiment en enquête uitwerken...................................................................7
The Basics of Communication Research (Baxter & Babbie).................................8
Hoofdstuk 4...................................................................................................... 8
Hoofdstuk 5.................................................................................................... 10
Hoofdstuk 6.................................................................................................... 11
Hoofdstuk 7.................................................................................................... 13
Hoofdstuk 8.................................................................................................... 15
Hoofdstuk 9.................................................................................................... 15
Hoofdstuk 14.................................................................................................. 15
Betrouwbaarheid............................................................................................ 20
Chi-kwadraat.................................................................................................. 20
Correlatie....................................................................................................... 20
T-toets............................................................................................................ 20
ANOVA tussen proefpersonen (controle groep en experiment groep)............21
ANOVA binnen proefpersonen (voormeting en nameting)..............................22
ANOVA binnen en tussen proefpersonen........................................................22
1
,Hoorcolleges
Hoorcollege 1 (MC-tentamenstof)
Desinformatie= nepinformatie die wordt verspreidt om te misleiden.
Misinformatie= nepinformatie die wordt verspreid zonder intentie om te
misleiden (verspreider ziet het als waarheid)
Ethisch handelen (H5):
- Anonimiseer je data
- Wees transparant in de keuzes die je maakt bij de analyse
- Proefpersonen nemen vrijwillig deel
- Proefpersonen mogen niet geschaad worden
- Als je proefpersonen op het verkeerde been zet, moet je het achteraf
vertellen (deception)
- Gegevens worden vertrouwelijk en integer behandeld
Logic systems (H4):
Empirische cyclus:
Observatie -inductie-> theorie/model: hypothese opstellen -deductie->
voorspellingen
-toetsing-> onderzoeksdata -analyse-> evaluatie -> opnieuw de cyclus doorlopen
‘Positivist paradigm’
Logisch positivisme:
- kennis is gebaseerd op de observatie van de werkelijkheid
- Niet alleen de fysieke wereld (natuurkunde, scheikunde), maar ook de
samenleving werkt volgens wetten.
- Op basis van observaties kun je met behulp van logisch redeneren kennis
over die wetten verklaren.
Inductie leidt niet vanzelf tot zekere/voorspellende kennis.
Karl Popper’s Falsificationisme (postpositivisme/kritisch rationalisme):
- Handhaven het idee van een objectieve, observeerbare werkelijkheid.
- Maar onze observaties zijn subjectief, want ze worden beïnvloed door onze
theorieën, achtergronden en waarden.
- Wetenschap groeit niet door theorieën te bevestigen, maar door theorieën
verwerpen/aan te scherpen: hierdoor ontstaat nieuwe kennis.
- Theorieën moeten dus voortdurend getoetst worden aan de werkelijkheid.
Operationaliseren (H6):
Het proces van (onmeetbaar) concept naar meetbare variabele heet
operationaliseren:
1. Conceptualization
2. Nominal definition
3. Operational definition
2
, Betrouwbaarheid en validiteit (H6):
Betrouwbaarheid= zijn je resultaten hetzelfde met een andere setting,
persoon, locatie etc.
- Tijdstip van nakijken moet niet uitmaken welk cijfer er uit komt
- Andere beoordelaar moet zelfde cijfer geven
- Als het interview in een andere setting wordt afgenomen, moet hetzelfde
eruit komen
Homogeniteit: De verschillende metingen die we doen hebben betrekking op
hetzelfde construct. Verschillende beoordelaars komen tot hetzelfde oordeel.
Stabiliteit: Bij verschillende metingen op verschillende momenten krijgen we
dezelfde uitkomst.
Validiteit= meet je wat je wil meten?
Measurement validity= In hoeverre zijn de uitwerkingen (operationalisaties)
van de afhankelijke en onafhankelijke variabele adequaat?
- Convergent validity= de score correleert sterk met de score op een
andere test die hetzelfde meet
- Discriminant validity= de score correleert niet sterk met de score op
een andere test die iets anders meet.
Interne validiteit= In hoeverre zijn de conclusies over relaties tussen de
onafhankelijk en de afhankelijke variabele geldig?
Externe validiteit= In hoeverre kunnen de conclusies gegeneraliseerd worden?
Onbetrouwbare toets -> nooit valide
Betrouwbare toets -> niet automatisch valide, maar kan wel
Hoorcollege 2 (MC-tentamenstof)
Selectie van respondenten (H7):
Doel: groep van respondenten moet representatief zijn voor de populatie waar je
iets over wilt zeggen.
Non-probability sampling:
- Gelegenheidssteekproef
- Steekproef gebaseerd op kennis van de populatie
- Snowball sampling
- Quota sampling
Probability sampling:
- Simple random sampling
- Systematic sampling
- Stratified sampling
Gewenste steekproefgrootte is afhankelijk van:
3