Studentennummer:
Cognitieve gedragstherapie bij 65-plussers
met angststoornissen
Angst is het gevoel van controleverlies of het ervaren van dreigend gevaar, zelfs wanneer er geen
directe bedreiging aanwezig is. Wanneer dit het dagelijks leven verstoord, spreken we van een
angststoornis (TrimbosInstituut, 2014). Onderzoek toont aan dat de jaarprevalentie van
angststoornissen bij 65-plussers in de EU ongeveer 17% is, terwijl de puntprevalentie meer dan 11%
bedraagt (Andreas et al., 2017; de Graaf et al., 2012). Deze cijfers komen overeen met het Nemesis-2
onderzoek in Nederland voor de leeftijdsgroep tussen de 18 en 65 jaar (de Graaf et al., 2012).
Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de meest gebruikte behandeling voor angststoornissen
(Carpenter et al., 2018; David et al., 2018). Gezien de hoge prevalentie van angststoornissen bij
ouderen, is het belangrijk te onderzoeken of CGT een effectieve behandelmethode is voor hen.
CGT blijkt een effectieve behandelmethode voor 65-plussers. De meta-analyse van Gould et al. (2012)
bij gegeneraliseerde-angststoornissen (GAS) toont aan dat CGT effectiever is dan reguliere zorg, maar
niet effectiever dan actieve controlegroepen. Desondanks is CGT effectiever dan niet-directieve
supportieve therapie (NST-T) in het verminderen van angst en zorgen, zowel na de behandeling als bij
follow-up (Brenes et al., 2017; Brenes et al., 2015). Bijna 70% van de 65-plussers met GAS, gemengde
angst-/depressieklachten of depressie is na de behandeling hersteld of verbeterd, vergeleken met
60% van de 18- tot 65-jarigen. Bijna 90% van beide groepen heeft na de behandeling meer inzicht in
hun klachten en kan beter met stress om gaan (Chaplin et al., 2015). CGT biedt betere resultaten bij
ouderen met paniekstoornis en agorafobie dan bij jongere volwassenen (Hendriks et al., 2014).
Echter is het bewijs over de effectiviteit van CGT bij ouderen gemengd. Studies wijzen op een
verminderde effectiviteit van CGT bij ouderen, vooral bij GAS (Oude Voshaar, 2013; Kishita & Laidlaw,
2017). De meta-analyse van Gould et al. (2012) concludeert dat het onduidelijk is of CGT beter is dan
andere behandelingen zoals supportieve psychotherapie, en dat er meer onderzoek nodig is.
Bovendien zijn de resultaten in vergelijking met andere actieve behandelingen, zoals treatment as
usual of acceptance and commitment therapy dubbelzinnig (Wuthrich et al., 2021). Kishita en Laidlaw
(2017) vonden een middelmatige effectgrote van 0,55 bij 65-plussers met GAS, terwijl er bij 18- tot
65-jarigen een grote effectgrote is van 0,94, wat duidt op verminderde effectiviteit bij ouderen.
Hendriks et al. (2021) benadrukken twee belangrijke factoren die de effectiviteit van de behandeling
beïnvloeden. Ten eerste kunnen verminderde executieve cognitieve functies een rol spelen bij de
verminderde effectiviteit van CGT. Omdat deze functies vaak afnemen bij ouderen, is het belangrijk
eerst de executieve functies te testen. Bij lage prestaties kan werkgeheugentraining worden
aangeboden voordat CGT wordt gestart (Mohlman, 2013; Mohlman, 2020). Ten tweede hebben 65-
plussers mogelijk minder digitale vaardigheden dan jongere volwassenen. Digitale vaardigheden
nemen af na de leeftijd van 55 jaar, aangezien deze groep minder gebruik maakt van digitale tools
(van Deursen, 2019; Witlox et al., 2021). Dit kan worden opgelost door vragenlijsten op papier af te
nemen in plaats van digitaal en meer digitale ondersteuning aan te bieden.