Geschiedenis tijdvak 1t/m5 samenvatting
Tijdvak 1 prehistorie tot 3000 v. Chri tijd van jagers en boeren
Ka 1: de levenswijze van jagers en verzamelaars
Het grootste deel van de geschiedenis leefden mensen als nomaden in een samenleving
van jagers-verzamelaars. Ze kwamen aan hun voedsel door te jagen, vissen te
vangen en voedsel te verzamelen in de natuur. Omdat mensen nog niet konden
schrijven is onze kennis over de prehistorie gebaseerd op ongeschreven
bronnen.
Ka 2: het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen is geleidelijk gegaan, maar de
veranderingen die dit voor de mensheid betekenden zijn zo groot geweest dat er toch
gesproken wordt van een landbouwrevolutie
Ka 3: het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Dankzij de landbouw kunnen boeren zich vestigen op vaste woonplaatsen. Wanneer de
landbouw genoeg oplevert, gaat een aantal bewoners zich bezighouden met ambachten,
handel, bestuur en godsdienst
Sommige dorpen ontwikkelen zich tot een stedelijke landbouwsamenleving met steden
huizen en stadsmuren. De eerste landbouwstedelijke gemeenschappen (stadstaten) met
een agrarischurbane samenleving ontstaan in het zuiden van Mesopotamië
(tegenwoordig irak)
Tijdvak 2 oudheid 3000 v. Chri – 500 n. Chri tijd van grieken en
romeinen
Ka 4: De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat
Oude griekenland: geen eenheid verzameling van onafhankelijke stadstaten (=stad + omringd
platteland)
Polis -mv = poleis
Bestuur verschilt per stadstaat
, Monarchie: staat met vorst aan het hoofd
Aristocratie: staat geleid door de aanzienlijksten (adel)
Oligarchie: staat geleid door een kleine groep (bijv. hele slimme mensen)
Tirannie: staat geleid door alleenheerser die met geweld de macht heeft gegrepen
Democratie: bestuur waarbij het volk beslist
In polis is het veilig en er is voldoende voedsel basis wetenschap het rationeel –
wetenschappelijk denken ontstaat = logisch nadenken, waarnemingen, uitgaan van feiten, conclusies
trekken
Polytheïstische godsdienst (er werd nog in goden geloofd)
Ka 5: de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
Wanneer de Romeinen Griekenland veroveren nemen ze veel over van de Grieken en velen van hen
worden meegenomen naar Rome en Italië om daar te werken (architecten, beeldhouwers, schilders,
medici, leraren Grieks etc.)
Er ontstaat een Grieks-Romeinse cultuur, die door de uitbreiding van het Romeinse Rijk verspreid
wordt in Europa
Ka 6: de groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidt (de expansie van het romeinse rijk)
Door de groei van het Romeinse Rijk worden de volkeren in Europa beïnvloe door de Grieks-
Romeinse cultuur.
De hoogontwikkelde Grieks-Romeinse beschaving verspreidt zich over Europa
Tijdvak 1 prehistorie tot 3000 v. Chri tijd van jagers en boeren
Ka 1: de levenswijze van jagers en verzamelaars
Het grootste deel van de geschiedenis leefden mensen als nomaden in een samenleving
van jagers-verzamelaars. Ze kwamen aan hun voedsel door te jagen, vissen te
vangen en voedsel te verzamelen in de natuur. Omdat mensen nog niet konden
schrijven is onze kennis over de prehistorie gebaseerd op ongeschreven
bronnen.
Ka 2: het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen is geleidelijk gegaan, maar de
veranderingen die dit voor de mensheid betekenden zijn zo groot geweest dat er toch
gesproken wordt van een landbouwrevolutie
Ka 3: het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Dankzij de landbouw kunnen boeren zich vestigen op vaste woonplaatsen. Wanneer de
landbouw genoeg oplevert, gaat een aantal bewoners zich bezighouden met ambachten,
handel, bestuur en godsdienst
Sommige dorpen ontwikkelen zich tot een stedelijke landbouwsamenleving met steden
huizen en stadsmuren. De eerste landbouwstedelijke gemeenschappen (stadstaten) met
een agrarischurbane samenleving ontstaan in het zuiden van Mesopotamië
(tegenwoordig irak)
Tijdvak 2 oudheid 3000 v. Chri – 500 n. Chri tijd van grieken en
romeinen
Ka 4: De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat
Oude griekenland: geen eenheid verzameling van onafhankelijke stadstaten (=stad + omringd
platteland)
Polis -mv = poleis
Bestuur verschilt per stadstaat
, Monarchie: staat met vorst aan het hoofd
Aristocratie: staat geleid door de aanzienlijksten (adel)
Oligarchie: staat geleid door een kleine groep (bijv. hele slimme mensen)
Tirannie: staat geleid door alleenheerser die met geweld de macht heeft gegrepen
Democratie: bestuur waarbij het volk beslist
In polis is het veilig en er is voldoende voedsel basis wetenschap het rationeel –
wetenschappelijk denken ontstaat = logisch nadenken, waarnemingen, uitgaan van feiten, conclusies
trekken
Polytheïstische godsdienst (er werd nog in goden geloofd)
Ka 5: de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
Wanneer de Romeinen Griekenland veroveren nemen ze veel over van de Grieken en velen van hen
worden meegenomen naar Rome en Italië om daar te werken (architecten, beeldhouwers, schilders,
medici, leraren Grieks etc.)
Er ontstaat een Grieks-Romeinse cultuur, die door de uitbreiding van het Romeinse Rijk verspreid
wordt in Europa
Ka 6: de groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidt (de expansie van het romeinse rijk)
Door de groei van het Romeinse Rijk worden de volkeren in Europa beïnvloe door de Grieks-
Romeinse cultuur.
De hoogontwikkelde Grieks-Romeinse beschaving verspreidt zich over Europa