Passief en Actief Smartphonegebruik 1
Actief en Passief Smartphonegebruik: Interne Validiteit van een Vragenlijst en
Samenhang met Depressieve Episodes
Tara van der Sar
2834035
Aantal woorden: 1699
, Passief en Actief Smartphonegebruik 2
Actief en Passief Smartphonegebruik: Interne Validiteit van een Vragenlijst en
Samenhang met Depressieve Episodes
Smartphones spelen een centrale rol in het dagelijks leven van jonge volwassenen,
waardoor steeds meer aandacht ontstaat voor de mogelijke invloed van smartphonegebruik op
het mentale welzijn (Valkenburg & Piotrowski, 2017). Onderzoek laat zien dat intensief
gebruik van digitale en sociale media in samenhang is met een verhoogde kwetsbaarheid voor
sociaal-emotionele problemen, waaronder depressieve gevoelens (Orben et al., 2024). Dit
benadrukt het belang van een meetinstrument dat duidelijk onderscheid maakt tussen
verschillende typen smartphonegebruik om mogelijke verschillen in hun relatie met mentale
gezondheid te kunnen onderzoeken.
In dit onderzoek wordt een vragenlijst onderzocht die twee vormen van
smartphonegebruik onderscheidt: passief gebruik (zoals scrollen en kijken) en actief gebruik
(zoals berichten sturen of posten).
De volgende onderzoeksvragen staan centraal: (1) Vertoont de vragenlijst voor
smartphonegebruik adequate interne validiteit, en (2) Zijn bepaalde patronen van
smartphonegebruik voorspellend voor depressieve episodes.
Om deze vragen te beantwoorden worden drie analyses uitgevoerd, met als doelen: (1) het
beoordelen van de dimensionaliteit en itemkwaliteit van de vragenlijst met een exploratieve
factoranalyse, (2) het beschrijven van de distributies van passief en actief smartphonegebruik
aan de hand van descriptieve statistiek, en (3) het toetsen of passief of actief
smartphonegebruik depressieve episodes voorspelt met behulp van logistische regressie.
Steekproef en variabelen
Het onderzoek omvatte 500 jonge volwassenen, waarvan 50.2% mannelijk was en
49.8% vrouwelijk. De leeftijd van de participanten varieerde van 18 tot 30 jaar (M = 22.92,
SD = 2.36). De afhankelijke variabele (Y), depressieve episode, had een dichotome uitkomst,
waarbij 0 = geen depressieve episode en 1 = wel een depressieve episode. In de steekproef
rapporteerde 13.6% van de deelnemers dat zij in het afgelopen jaar ten minste één
depressieve episode hadden meegemaakt; 86.4% had geen depressieve episode ervaren (M =
0.14, SD = 0.34).
Deelnemers vulden een vragenlijst in die bestond uit tien items die het
smartphonegebruik maten. Deze items waren gelijk verdeeld over twee gebruiksvormen: vijf
items betroffen passief smartphonegebruik (PU_Item1 t/m PU_Item5) en vijf items maten
actief smartphonegebruik (AU_Item1 t/m AU_Item5). Passief smartphonegebruik (Z_PU) en
Actief en Passief Smartphonegebruik: Interne Validiteit van een Vragenlijst en
Samenhang met Depressieve Episodes
Tara van der Sar
2834035
Aantal woorden: 1699
, Passief en Actief Smartphonegebruik 2
Actief en Passief Smartphonegebruik: Interne Validiteit van een Vragenlijst en
Samenhang met Depressieve Episodes
Smartphones spelen een centrale rol in het dagelijks leven van jonge volwassenen,
waardoor steeds meer aandacht ontstaat voor de mogelijke invloed van smartphonegebruik op
het mentale welzijn (Valkenburg & Piotrowski, 2017). Onderzoek laat zien dat intensief
gebruik van digitale en sociale media in samenhang is met een verhoogde kwetsbaarheid voor
sociaal-emotionele problemen, waaronder depressieve gevoelens (Orben et al., 2024). Dit
benadrukt het belang van een meetinstrument dat duidelijk onderscheid maakt tussen
verschillende typen smartphonegebruik om mogelijke verschillen in hun relatie met mentale
gezondheid te kunnen onderzoeken.
In dit onderzoek wordt een vragenlijst onderzocht die twee vormen van
smartphonegebruik onderscheidt: passief gebruik (zoals scrollen en kijken) en actief gebruik
(zoals berichten sturen of posten).
De volgende onderzoeksvragen staan centraal: (1) Vertoont de vragenlijst voor
smartphonegebruik adequate interne validiteit, en (2) Zijn bepaalde patronen van
smartphonegebruik voorspellend voor depressieve episodes.
Om deze vragen te beantwoorden worden drie analyses uitgevoerd, met als doelen: (1) het
beoordelen van de dimensionaliteit en itemkwaliteit van de vragenlijst met een exploratieve
factoranalyse, (2) het beschrijven van de distributies van passief en actief smartphonegebruik
aan de hand van descriptieve statistiek, en (3) het toetsen of passief of actief
smartphonegebruik depressieve episodes voorspelt met behulp van logistische regressie.
Steekproef en variabelen
Het onderzoek omvatte 500 jonge volwassenen, waarvan 50.2% mannelijk was en
49.8% vrouwelijk. De leeftijd van de participanten varieerde van 18 tot 30 jaar (M = 22.92,
SD = 2.36). De afhankelijke variabele (Y), depressieve episode, had een dichotome uitkomst,
waarbij 0 = geen depressieve episode en 1 = wel een depressieve episode. In de steekproef
rapporteerde 13.6% van de deelnemers dat zij in het afgelopen jaar ten minste één
depressieve episode hadden meegemaakt; 86.4% had geen depressieve episode ervaren (M =
0.14, SD = 0.34).
Deelnemers vulden een vragenlijst in die bestond uit tien items die het
smartphonegebruik maten. Deze items waren gelijk verdeeld over twee gebruiksvormen: vijf
items betroffen passief smartphonegebruik (PU_Item1 t/m PU_Item5) en vijf items maten
actief smartphonegebruik (AU_Item1 t/m AU_Item5). Passief smartphonegebruik (Z_PU) en