Hoorcollege 1, inleiding in en geschiedenis van het maatschappelijk opvoeden
1. Inleiding op opvoedondersteuning
Opvoedondersteuning: ondersteuning aan ouders, gericht op het herkennen en verhelpen van
problemen bij het kind en/of in het opvoedsysteem.
It takes a village to raise a child → Afrikaans gezegde waarmee wordt bedoeld dat ouders
mensen om zich heen nodig hebben om ondersteuning te krijgen bij de opvoeding.
Pedagogische ‘civil society’: vrijwillige verbanden en onderlinge betrokkenheid die bijdragen
aan opvoeden en opgroeien, juist door het gewone opvoeden te versterken (burgers die hulp
bieden bij opvoeding van ouders).
Dit gaat niet over hulp bij zwaardere opvoedvragen, maar over een stabiele basis waar ouders
vragen kunnen stellen. De maatschappij wordt zo verantwoordelijk voor de opvoeding van
kinderen.
Het is een idee over hoe we het opvoeden zouden willen vormgeven. We willen voor elk gezin een
PCS waar het gezin op terug zou kunnen vallen.
Vroeger werden er meer gemeenschappen (zuilen) gevormd waarbij ze op elkaar konden
terugvallen.
Pedagogische civil society in 2025:
- Individualisme → minder maatschappelijk opvoeden via traditionele steunstructuren en
netwerken. Mensen zijn meer op zichzelf aangewezen. Maatschappelijke veranderingen
zoals verhuizing, woon-werksituaties, verzakelijking van school- en
opvangmogelijkheden, ontkerkelijking etc. zorgen voor deze stijging van individualisme.
- Maar dat betekent niet dat er minder behoefte aan informele opvoedsteun is! Officiële
instanties zijn niet altijd een juiste vervanging voor ‘het eigen netwerk’. De instanties zijn
geen vervanging voor de steun die de omgeving kan bieden.
- Nieuw jeugd- en gezinsbeleid: versterken van rol mede-opvoeders en benadrukken
collectieve verantwoordelijkheid. Door bezuinigingen zijn de mensen meer op elkaar
aangewezen en de laagdrempelige ondersteuning.
- PCS verwijst naar vrijwillige verenigingen van organisaties en burgers buiten formele
instanties, de overheid en het bedrijfsleven. De formele instanties kunnen wel indirecte
invloed hebben op de PCS, door bijvoorbeeld meer speeltuinen waar kind en ouder
elkaar ontmoeten.
- Sterke PCS: positieve invloed op opvoedklimaat
Waarom de pedagogische civil society?
- Steun bij onzekerheden, vragen of problemen in de opvoeding voor ouders
- Praktische hulp bieden aan ouders die daar behoefte aan hebben (oppassen)
- Vanzelfsprekende bron van (ervarings)kennis en kunde zorgt voor sociale steun en
zelfvertrouwen bij ouders
o Positieve invloed op kinderen
o Positieve invloed op ouders (zie ook literatuur)
, - Bijdrage aan preventie en vroegsignalering → minder snel inschakelen van instanties of
zwaardere vormen van jeugdhulp. De laagdrempelige problemen worden al sneller
besproken met de PCS, waardoor dat grotere latere problemen kan voorkomen.
o Beter voor kind (en op lange termijn goedkoper voor de overheid)
- Denk ook terug aan HC7: normaliseren
Inrichting van de pedagogische civil society: ondersteuning van mede-opvoeders:
De formele medeopvoeders op afstand doen niet mee aan de PCS en staan te ver weg hiervoor.
Het belang van mede-opvoeders: direct en indirect
Medeopvoeder kan iets met het kind doen (oppassen) wat een directe, positieve invloed heeft op
het kind.
Indirect kunnen medeopvoeders steun bieden aan ouders, wat ervoor zorgt dat ouders zich
beter en gesteund voelen. Dat heeft opnieuw een positieve invloed op het kind.
Praktische invulling van pedagogische civil society
- Medeopvoeders, zoals buren, familie, leerkrachten en voetbaltrainers:
o Emotionele steun → luisterend oor krijgen van iemand, gevoelens erkennen
, o Instrumentele steun → praktische hulpmiddelen, zoals oppassen
o Informationele steun→ bieden van informatie over opvoeden
o Normatieve steun→ ouders bepalen samen met anderen wat belangrijke normen
en waarden over opvoeding, bijvoorbeeld over telefoongebruik
- Maatschappelijke initiatieven (betrokkenheid gemeentes):
o Toegankelijkheid bevorderen, mogelijkheden faciliteren
o Nieuwe initiatieven ondersteunen
o Bestaande activiteiten onder de aandacht brengen
Maatschappelijk opvoeden: hoe modern is de pedagogische civil society?
Maatschappelijk opvoeden: opvoeden niet alleen gericht op optimale ontwikkeling van het
kind, maar kind en opvoeding ook zien als onderdeel van de samenleving → wisselwerking
- Samenleving ondersteunt het opvoeden
- Goede opvoeding ondersteunt de samenleving
Opvoedingsadviezen in Nederland van 1600-2000:
Waarom de geschiedenis van opvoedondersteuning?
- Ideeën over wat goede opvoeding is → tijds- en cultuurgebonden (normen, waarden,
praktische aspecten)
- ‘Vraag’ om bepaald type burgers
- Kennis over de geschiedenis van opvoeden helpt daarmee om adviezen over
opvoeding…
o … te doorzien
o … te relativeren
o … te bekritiseren
o …. of juist te verstevigen en onderbouwen
Kort gezegd maakt kennis over opvoedopvattingen van vroeger het mogelijk ideeën van onze
eigen tijd van een afstandje te bekijken en een eigen visie op deze ideeën te ontwikkelen.
Wat weten we over het verleden (<1600)?
- Kennis over opvoeding vanaf de late middeleeuwen
- Genegenheid en bewust opvoeden van alle tijden
- Opvattingen over ‘goed’ opvoeden verschillen per tijdperk
- Na de middeleeuwen
- Kennis via diverse media, zoals dagboeken en kranten
- Meningen en adviezen (bijv. opvoedboeken)
De Gouden Eeuw (1600-1700):
- Opvoeddoel: vrome en deugdzame burgers
o Religie
o Eerlijkheid
o Bescheidenheid
o Hulpvaardigheid
- Maar ook: kerken en stadsbestuur financierden weeshuizen en scholen
- (Wederkerig) maatschappelijk opvoeden dus
, Gezinnen in de Gouden Eeuw:
- Betrokken maar patriarchale vaders
- Eigenwijze moeders, hadden veel te zeggen in de opvoeding. Weduwen werkten vaak
naast het opvoeden.
- Kinderen gewaardeerd en begrepen (vooral in rijke gezinnen)
- Meeste kinderen gaan kort naar school: opvoeding gebeurde ook door werkgevers (vanaf
12 jaar)
Verlichting (1700-1800):
- Opvoeddoel: harde werkers en brave burgers grootbrengen (er was een betere
samenleving nodig)
- Beïnvloed door economische verval en politieke onrust
Verlichtingsdenken: minder nadruk op religie, meer op kennis en vooruitgang. Men hoefde zich
niet neer te leggen bij haar lot. Hard werken zou juist zorgen voor vooruitgang in de
maatschappij.
Volksopvoeding: niet alleen kinderen, het hele volk (met name armen) moest worden opgevoed
(‘beschaafd’ gemaakt)
- Maatschappelijk opvoeden: ook nadruk op verantwoordelijkheid volgende generatie
- Hoofdrol in de opvoeding ineens voor moeders → natuurlijke vrouwelijke aanleg voor een
zachte en liefdevolle opvoeding(Betje Wolff)
1800-1850:
- Veel gezinnen leefden onder de armoedegrens, woonomgeving was heel slecht en
gezinnen waren arm. Arbeid was daarom heel belangrijk. Ook kinderen werden dan ook
betrokken in de arbeid en het geld verdienen.
- Kinderarbeid was nodig, maar ook gezien als deel van een goede opvoeding → orde en
plichtsbesef door een steentje bij te dragen aan het gezin.
- Maatschappelijk opvoeden: onzelfzuchtigheid (niet aan jezelf denken), belang van de
maatschappij voor het eigen belang (collectivisme)
1850-1900:
- Industriële revolutie → economische vooruitgang. De armoede daalde en er was een
opkomst van welvaart in veel gezinnen.
- Kritiek op ontstane materialisme, kinderen moesten worden beschermd tegen het
materialisme.
- Grotere belangstelling voor onderbouwde opvoedadviezen. Meer mensen konden lezen
en kregen interesse in verschillende opvoedadviezen. Opvoeden werd iets wat je goed of
fout kon doen.
- Door verzuiling ‘versplintering’ in opvoedadviezen, maar essentie kwam grotendeels
overeen. De opvoedboeken verschilden per zuil. De verschillen tussen de boeken zijn
uiteindelijk niet groot.
- Opvoeddoel: eerlijke, ijverige burgers die goed bruikbaar waren voor de samenleving
‘zedelijkheid’