– uit de powerpoint van Irene van Meer 2021
Samengevat door: Pascalle Schram
, Tijdens een spleetlamp onderzoek wordt het voorste oogsegment bekeken:
-Palpebra superior en inferior (oogleden)
- Cillia (wimpers)
- Ooglidraden
- Conjuctiva (slijmvlies, bulbar, palpebral)
- Sclera
-Cornea
-Iris
-Voorste oogkamer
-Lens
De routine:
Diffuus -Hoek 30-40, diffuus filter - Palpebra:
-Lichtbundel wijd Kijk naar de huid, wimpers en ooglidranden
-Vergroting 6x of 10x Kijk vervolgens naar het traanpunt en klieren van Meibom
- Conjuctiva:
Kijk naar bulbaire conjuctiva (over oogbol)
Kijk naar palpebrale conjuctiva (in de oogleden)
- Cornea
-Iris/pupl
De volgorde van de observatie is eerst rechtuit, dan kijken naar links/rechts, kijken naar boven (en
ooglid optillen) en kijken naar beneden (en ooglid optillen)
Wat kun je diffuus bij palpebra tegenkomen:
Ooglid problemen: Ooglid hobbels en knobbels:
-Onvolledige knipperslag - Chalazion ( talgklierzwelling)
-Spanning ooglid (strak of slap) → pijnloos, cyste meibom
-Lagophthalmus (incompleet sluiten ooglid) -Hordeolum – abces talgklier
-Dermotachalasis (hangende oogleden) → pijnlijk, Meibom (intern) of Zeiss/Moll (extern), bacterie
-Ptosis -Mollusculum – virale folliculaire conjuctivitis
-Entropion (ooglid naar binnen) → Klein bleek bobbeltje, virus, follikels
-Ectropion (ooglid naar buiten) -Naevus (moedervlek)
-Blepharitis (ooglidrand ontsteking) → congenitaal, groeit niet
-MGD (dysfunctie van de Meibom klieren)
-Trichiasis (naar binnen krullen wimpers)