HOE WERDEN LANDEN ALS ENGELAND EN NEDERLAND STEEDS
DEMOCRATISCHER (1815–1919)?
Situatie rond 1815
- Veel Europese landen hadden een absolute monarchie: de koning had alle macht.
- De bevolking had weinig tot geen politieke invloed.
Invloed van de Verlichting (KA 7.1)
De idealen van de verlichting waren:
- Vrijheid
- Gelijkheid
- Volkssoevereiniteit (macht hoort bij het volk)
- Grondrechten
Deze ideeën zorgden ervoor dat:
- Burgers inspraak eisten
- Absolute macht van de koning ter discussie werd gesteld
- De roep om grondwetten en parlementen groeide
Invloed van de Industriële Revolutie (KA 8.1)
- Er ontstond een nieuwe burgerij (fabriekseigenaren, ondernemers).
- Er ontstond een grote arbeidersklasse.
- Deze groepen wilden politieke invloed die paste bij hun economische en sociale
rol.
, STAP VOOR STAP DEMOCRATISERING
1. censuskiesrecht (1848)
- In Nederland kwam een grondwet.
- De macht van de koning werd beperkt.
- Alleen mannen die genoeg belasting betaalden mochten stemmen.
2. Uitbreiding kiesrecht
- Steeds meer mannen kregen stemrecht.
- Parlement kreeg meer macht.
3. algemeen kiesrecht
- 1917: algemeen mannenkiesrecht
- 1919: vrouwenkiesrecht
- Nederland werd een parlementaire democratie
Conclusie:
Door de idealen van de verlichting én de veranderingen door de industriële revolutie
groeide Europa van een monarchale samenleving naar een democratische samenleving.