Leereenheid 4
ABRvS 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3379 (Stichting
bevordering kwaliteit leefomgeving Schipholregio)
📍Feiten:
® De Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schipholregio
verleende op 8 februari 2012 een uitkering in natura niet toe
wegens hinder door vliegverkeer rond Schiphol.
® De Stichting verklaarde het bezwaar ongegrond.
® De wederpartij ging daarop in beroep bij de rechtbank.
® De rechtbank verklaarde zich onbevoegd, omdat het bestuur van
de Stichting volgens de rechtbank geen bestuursorgaan was.
® Het bestuur van de Stichting stelde daarop hoger beroep ik bij de
Afdeling.
❓Rechtsvraag:
Is het bestuur van de Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving
Schipholregio een bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 lid 1b Awb?
Zo ja:
De beslissing van het bestuurd is dan een ‘besluit’ in de zin van art.
1:3 lid 1 Awb, waartegen beroep openstaat.
Zo nee:
Dan is er geen besluit en dus geen rechtsbescherming via
bezwaar/beroep.
📖 Rechtsregel:
De Afdeling verduidelijkt dat:
☞ een orgaan van een privaatrechtelijke rechtspersoon in beginsel
géén bestuursorgaan is, omdat het openbaar gezag mist.
1
,☞ Uitzondering mogelijk bij organen die geldelijke uitkeringen of
voorzieningen verstrekken, als aan beide cumulatieve vereisten is
voldaan:
1. Inhoudelijke vereiste:
De criteria voor de verstrekking moeten in beslissende mate worden
bepaald door één of meer bestuursorganen (a-organen).
2. Financiële vereiste:
De verstrekking van de uitkeringen of voorzieningen moet voor in
beginsel tweederde of meer worden gefinancierd door deze a-
organen.
Zonder deze twee vereisten blijft het orgaan een privaatrechtelijk
orgaan zonder openbaar gezag.
⚖ Beoordeling Afdeling:
1. Inhoudelijke band:
• Het bestuur van de Stichting bepaalt zelf de criteria voor het
verstrekken van uitkeringen;
• Er is geen beslissende inhoudelijke zeggenschap van publieke a-
organen (zoals besturen van gemeenten of Rijksoverheid) over de
❌ criteria.
Inhoudelijke vereiste is niet vervuld.
2. Financiële band:
De Stichting krijgt wel middelen van publieke partijen, maar deze niet
zodanig in overwegende mate (≧ 2/3), dat financieel vereiste is
❌
vervuld.
Financieel vereiste is niet vervuld.
✅ Conclusie Afdeling:
® Het bestuur van de Stichting is geen bestuursorgaan in de zin van
art. 1:1 lid 1b Awb.
® Daarom kan de beslissing van de Stichting (of de
weigering/afwijzing uitkering) geen besluit in de zin van art. 1:3
lid 1 Awb zijn.
® Dus is de bestuursrechter niet bevoegd om op dat beroep te
beslissen.
2
,ABRvS 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271, AB 2017/348
(Mestbassin Mechelen)
📍Feiten:
® Het college van B&W van Gulpen-Wittem verleent een
omgevingsvergunning voor de aanleg van een mestbassin in
Mechelen.
® Een Stichting stelt beroep in tegen deze vergunning.
® Het college betwist de ontvankelijkheid: de Stichting zou geen
belanghebbende zijn.
® De kernvraag wordt op de Stichting voldoet aan art. 1:2 lid 3 Awb.
❓Rechtsvraag:
Kan de stichting worden aangemerkt als belanghebbende op grond
van art. 1:2 lid 3 Awb bij de omgevingsvergunning voor het
mestbassin?
Concreet:
• Behartigt de Stichting algemene of concrete belangen?
• Doet zij dat op grond van haar statutaire doelstellingen én
feitelijke werkzaamheden?
📖 Rechtsregel:
De Afdeling herhaalt haar vaste jurisprudentie:
1. De statutaire doelstelling moet voldoende specifiek en relevant
zijn voor het bestreden besluit.
2. De rechtspersoon moet feitelijke werkzaamheden verrichten die:
• Passen binnen die doelstelling;
• Meer zijn dan enkel procederen;
• En gericht zijn op het behartigen van het betreffende
❗ algemene/collectieve belang.
Procederen alleen is onvoldoende om als belanghebbende te
gelden.
3
, ⚖ Beoordeling Afdeling:
1. Statutaire doelstelling:
De Stichting heeft als doel o.a.:
- bescherming van milieu en leefomgeving;
- bevordering van een goede ruimtelijke ordening.
✅ Doelstelling op zichzelf is dus niet het probleem.
2. Feitelijke werkzaamheden:
De Stichting voert aan dat zij:
- zich inzet voor het milieu;
- zich uitspreekt tegen het mestbassin;
- beroep heeft ingesteld tegen de vergunning.
De Afdeling stelt vast dat er geen concrete activiteiten zoals:
- voorlichting;
- overleg met overheden;
- onderzoeken;
- campagnes
zijn aangetoond en dat de activiteiten feitelijk uitsluitend uit
procederen bestaan.
❌ Daarmee voldoet de Stichting niet aan het vereiste van feitelijke
werkzaamheden.
✅ Conclusie Afdeling:
® De Stichting kan niet worden aangemerkt als belanghebbende in
de zin van art. 1:2 lid 3 Awb;
® Het beroep is daarom niet-ontvankelijk;
® De omgevingsvergunning voor het mestbassin blijft in stand,
zonder inhoudelijke toetsing van de bezwaren.
4