Wiskunde
Boek 1
Hoofdstuk 2
2.1 frequentieverdelingen
bij de frequentieverdeling (figuur hiernaast) is een histogram gemaakt. Horizontaal
staan de aantallen met de waarnemingsgetallen erbij en verticaal de frequentie.
Een histogram is een staafdiagram bij een frequentieverdeling met meetbare
gegevens op de horizontale as. De staven staan tegen elkaar aan.
Bij de frequentieverdeling is een lijndiagram getekend. Boven elk waarnemingsgetal is
een stip gezet. De hoogte van de stip komt overeen met de frequentie van het
waarnemingsgetal. Door de opeenvolgende stippen te verbinden door lijnstukjes krijg
je de frequetiepolygoon (deze raakt altijd de horizontale as).
In deze afbeelding is alleen de frequentiepolygoon getekend. Als je dit doet met
relatieve frequenties krijg je een relatieve frequentiepolygoon. Dit doe je door:
alle frequenties bij elkaar op te tellen en dat is 28 en dan bij 0 doe je 5/28 x 100% en
dan heb je de relatieve frequentie.
1
, 2.2 Centrummaten en variabelen
Kwalitatieve gegevens: deze gegevens geven een eigenschap of kwaliteit weer, zoals beroep
bijvoorbeeld, het rugnummer van een voetballer is ook kwalitatief.
Kwalitatieve variabele: is vaak niet uitgedrukt in een getal.
Kwantitatieve gegevens: gaat om meetbare gegevens, zoals temperatuur, snelheid en gewicht.
Kwantitatieve variabele: wordt uitgedrukt in een getal.
2
Boek 1
Hoofdstuk 2
2.1 frequentieverdelingen
bij de frequentieverdeling (figuur hiernaast) is een histogram gemaakt. Horizontaal
staan de aantallen met de waarnemingsgetallen erbij en verticaal de frequentie.
Een histogram is een staafdiagram bij een frequentieverdeling met meetbare
gegevens op de horizontale as. De staven staan tegen elkaar aan.
Bij de frequentieverdeling is een lijndiagram getekend. Boven elk waarnemingsgetal is
een stip gezet. De hoogte van de stip komt overeen met de frequentie van het
waarnemingsgetal. Door de opeenvolgende stippen te verbinden door lijnstukjes krijg
je de frequetiepolygoon (deze raakt altijd de horizontale as).
In deze afbeelding is alleen de frequentiepolygoon getekend. Als je dit doet met
relatieve frequenties krijg je een relatieve frequentiepolygoon. Dit doe je door:
alle frequenties bij elkaar op te tellen en dat is 28 en dan bij 0 doe je 5/28 x 100% en
dan heb je de relatieve frequentie.
1
, 2.2 Centrummaten en variabelen
Kwalitatieve gegevens: deze gegevens geven een eigenschap of kwaliteit weer, zoals beroep
bijvoorbeeld, het rugnummer van een voetballer is ook kwalitatief.
Kwalitatieve variabele: is vaak niet uitgedrukt in een getal.
Kwantitatieve gegevens: gaat om meetbare gegevens, zoals temperatuur, snelheid en gewicht.
Kwantitatieve variabele: wordt uitgedrukt in een getal.
2