Week 1a
P.C. Vegter, Vormen van detentie
Vergelding (absolute / klassieke theorie)
Kern
● Straf wordt gerechtvaardigd door het gepleegde delict zelf
● Strafgrond en strafdoel vallen samen
● Punitur, quia peccatum est
Kenmerken
● Schuld en ernst van het feit centraal
● Straf demonstreert normafkeuring
● Geen legitimatie vanuit toekomstig effect
Auteurs
● Kant (zuiver absoluut)
● Jonkers (schuld als begrenzing, straf = verdiend leed)
● Polak (objectieve plaatsbepaling van de dader in de rechtsorde)
Kritiek (Vegter)
● Pure vergelding geeft weinig houvast voor strafbeleid
● Verklaart onvoldoende waarom bepaalde sancties worden gekozen
Speciale preventie (moderne richting)
Kern
● Straf als middel om herhaling te voorkomen
● Punitur, ne peccetur
Vormen
● Positief: resocialisatie, verbetering
● Negatief: afschrikking dader, onschadelijkmaking
Kenmerken
● Dadergericht
● Beïnvloed door criminologie en gedragswetenschappen
● Maatschappijbescherming centraal
Kritiek
● Effectiviteit van vrijheidsstraf bij recidive is beperkt
● Resocialiserende werking vaak overschat
Generale preventie
Kern
● Straf werkt richting samenleving
Twee vormen
● Negatief: afschrikking van potentiële daders
, ● Positief: normbevestiging, norminprenting, vertrouwen in recht
Belangrijk
● Generale preventie ≠ alleen afschrikking
● Positieve generale preventie is essentieel voor legitimiteit strafrecht
Effectiviteit van vrijheidsstraf
Wat werkt níét goed
● Weinig bewijs voor recidivevermindering
● Beperkte afschrikking
● Resocialisatie vaak problematisch
Wat werkt wél
● Beveiliging: tijdens detentie kan geen nieuw delict worden gepleegd
● Normbevestiging richting samenleving
➡ Vrijheidsstraf is vooral effectief als maatschappelijke beveiliging.
Verenigingstheorie (dominant in NL)
Kern
● Straf heeft meerdere doelen
● Vergelding vormt grondslag en begrenzing
● Binnen die grenzen ruimte voor preventie
Varianten
● Schuldrahmenstrafe (Duitse leer): schuld bepaalt bandbreedte
● Sociale vergelding (Remmelink): vergelding + doelmatigheid
● Mulder: gerechtigheid leidend, nut aanvullend
● Van Veen: bovengrens ligt in het verleden, accenten wisselen
➡ Geen zuivere theorie, maar mengvorm.
Trekharmonica-metafoor (Vegter)
● Straftoemeting schuift per zaak:
○ ernstige feiten → speciale preventie / beveiliging
○ doorsnee feiten → vergelding
○ lichte feiten → normbevestiging
➡ Strafdoelen worden flexibel ingezet.
Hoge Raad volgens Vegter
● HR verwerpt regel: “straf mag niet hoger zijn dan schuld”
● HR hanteert feitelijk een verenigingstheorie
● Motivering geeft weinig inzicht in achterliggende theorie
● In zware zaken domineert beveiliging, niet schuld
Wetgever
● Wetgever is pragmatisch, niet theoretisch consistent
, ● Minima en maxima laten veel ruimte
● Geen duidelijke hiërarchie van strafdoelen
Vegters kritiek
● Geen consistente theorie
● Pleidooi voor verdelingstheorie:
○ verschillende strafdoelen op verschillende niveaus (wetgever, rechter, executie)
, S. Meijer, In al haar facetten. Over de betekenis van resocialisatie
Wat is resocialisatie?
● Onderdeel van speciale preventie
● Gericht op gedragsverandering en terugkeer samenleving
Grondslagen resocialisatie
1. Menselijke waardigheid
○ Recht / positieve verplichting
○ Sterk EVRM-invloed
2. Utilitaire grondslag
○ Veiligheid, recidivevermindering
3. Risicomanagement
○ Actuariële logica
○ Resocialisatie als controlemiddel
4. Morele resocialisatie
○ Verantwoordelijkheid
○ Norminternalisatie
○ Slachtofferbewustzijn
Beleidsontwikkeling
● Verschuiving van resocialisatie → re-integratie
● Praktische voorwaarden centraal
● Veiligheid boven autonomie
Vrijheidsbenemende sancties
● Resocialisatie geconditioneerd
● Promoveren/degraderen
● Verlof en v.i. als gedragsbeloning
● Vergelding verschuift naar executiefase
Vrijheidsbeperkende sancties
● Toezicht en voorwaarden
● Eigen punitief karakter
● Niet automatisch resocialiserend
Juridische resocialisatie
● Strafverleden blijft doorwerken
● Beperkte mogelijkheid tot “schone lei”