TOETS-SAMENVATTING
1. Ontstaan van landschap en cultuur
Klimaat en migratie
Aan het einde van de laatste ijstijd, rond 7000 v.Chr., steeg de zeespiegel sterk. Hierdoor
overstroomde onder andere het gebied rond de Zwarte Zee, waar veel volkeren zich
hadden gevestigd vanwege de beschikbaarheid van zoet water en vruchtbare gronden.
Door deze overstromingen werden zij gedwongen het gebied te verlaten.
Deze migraties hadden grote gevolgen:
• verspreiding van mensen over Europa en het Midden-Oosten
• verspreiding van landbouwkennis
• ontstaan van vaste nederzettingen
Belangrijk: zonder landbouw geen vaste nederzettingen → zonder vaste nederzettingen
geen landschapsarchitectuur.
Ontstaan landschapsarchitectuur
Landschapsarchitectuur ontstaat op het moment dat de mens:
• de natuur bewust begint te ordenen
• ingrijpt om voedsel te produceren
• grenzen aanbrengt (eigendom, veiligheid, religie)
Twee archetypen van landschapsarchitectuur
De westerse landschapsarchitectuur is gebaseerd op twee fundamentele
ordeningsprincipes:
1. Ommuurde tuin (walled garden)
• Ontstaan in droge gebieden
• Bescherming tegen hitte, wind en vijanden
• Sterke scheiding tussen binnen en buiten
• Symboliseert:
o controle
o orde
o beschaving
• Later terug te zien in:
o paradijstuinen
o Romeinse stadstuinen
, o middeleeuwse kloostertuinen
2. Open plek in het bos (forest clearing)
• Ontstaan in bosrijke gebieden
• Bos werd gezien als:
o gevaarlijk
o nutteloos
o heidens
• Door ontginning werd het bos heilige, bruikbare grond
• Religieuze en spirituele betekenis
• Later zichtbaar in:
o kloosterontginningen
o agrarische landschappen
Begrip: Paradijs
Het woord paradijs komt van het Oud-Perzische Pairidaēza, wat letterlijk “het
omheinde” betekent. Dit benadrukt dat het idee van een paradijs altijd verbonden is
geweest aan afbakening, orde en bescherming.
, 2. Waterbouwkundige beschavingen
Ontstaan van vroege beschavingen
De eerste beschavingen ontstonden onafhankelijk van elkaar, maar wel onder
vergelijkbare omstandigheden, namelijk:
• gunstig klimaat
• aanwezigheid van grote rivieren
• vruchtbare laagvlakten
Belangrijke gebieden:
• Vruchtbare Sikkel (Mesopotamië)
• Nijl (Egypte)
• Indusvallei
• China
• Peru
Water en bestuur
Wat al deze beschavingen gemeen hadden, was hun complexe relatie met water:
• water was noodzakelijk voor landbouw
• water vormde tegelijkertijd een bedreiging
Daarom ontwikkelden zij:
• dijken
• dammen
• kanalen
• irrigatiesystemen
Omdat deze systemen steeds groter werden:
• moesten dorpen samenwerken
• ontstond een centraal bestuur
• groeiden nederzettingen uit tot steden
Waterbeheer leidde direct tot:
• organisatie
• macht
• hiërarchie
Landschap en economie
De combinatie van:
• vruchtbare grond
• irrigatie
• riviertransport
zorgde voor: