Bestuursrecht
Week 1
Bestuursrecht: geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de relatie tussen het openbaar gezag
– de overheid en de burgers
Bestuursorganen kunnen eenzijdig de positie van de burger beïnvloeden; daarom van belang om te
weten wat onder overheid valt. Bv. een besluit wordt alleen genomen door bestuursorgaan.
Bestuursrecht ziet op:
Rechtsbetrekkingen tussen overheid en burger
Waarbij overheid burgers EENZIJDIG kan binden door overheidshandelingen
Waarbij rechtsnormen gelden en
Burgers tegen die handelingen kunnen opkomen
(rechter toetst)
Besturen: overheidsfunctie die niet bestaat uit wetgeving of rechtspraak. Bestuur wordt geacht het
algemeen belang te dienen (ziet op het van overheidswege behartigen van het algemeen belang).
Awb kent een geleden normstelling; gelaagde opbouw. Zie bv. art. 3:1 Awb.
Wanneer administratief beroep instellen i.p.v. bezwaar? -> staat in bijzondere wet. Bv. art. 77 Vw;
aantal beschikkingen stel je administratief beroep in bij de minister. Algemeen uitgangspunt =
bezwaar maken
Grondslagen van bestuursrecht; democratische rechtsstaat
Democratie
- Volkssoevereiniteit – vrije & geheime verkiezingen
- Verantwoordelijkheid/verantwoordingsplicht
- Openbaarheid van bestuur/persvrijheid
- Inspraak
Rechtsstaat
- Legaliteitsbeginsel
- Waarborgen grondrechten
- Scheiding/evenwicht van machten
- Onafhankelijke rechter – rechterlijke controle
Legaliteitsbeginsel
- Bevoegdheden dienen uitdrukkelijk door de Grondwet of een andere wet te zijn toegekend
- Bestuur handelen dient in overeenstemming te zijn met geschreven en ongeschreven recht
Legaliteitsbeginsel -> de opvatting in het bestuursrecht heerste dat een wettelijk voorschrift alleen
nodig was in geval van belastend overheidsoptreden. Dit is achterhaald. Tegenwoordig ziet het ook
op een positieve handeling van de overheid zoals verstrekking subsidie/uitkering -> wettelijke basis
nodig; er is een geïmpliceerde bevoegdheid waarbij je de subsidie/uitkering weer kunt intrekken. Dus
zowel positief en belastend overheidsoptreden wettelijk basis nodig.
Andere uitgangspunten:
, - Specialiteitsbeginsel -> art. 3:4 lid 1 Awb welke belangen leg je in de weegschaal? Lid 2 ->
daadwerkelijke afweging volgt zodra de belangen in de weegschaal liggen
- Rechtzekerheidsbeginsel: formeel en materieel het geldende recht moet worden toegepast,
dit moet voldoende duidelijk worden beschreven
- Gelijkheidsbeginsel geen afzonderlijk gecodificeerd beginsel voor het bestuursrecht. Rechter
toetst aan 26 IVBPR. Art. 1 Gw kan niet vanwege toetsingsverbod wfz.
- Stelselmatigheid: consistent en consequent beleid Art. 4:84 e.v.
- Individuele rechtsbedeling: zorgvuldigheid
Gelede of gelaagde normstelling
- Wetgever in formele zin laat het stellen van normen veelal over aan lagere regelgevers kijken
in 1 regelgeving is nooit voldoende, je hebt meerdere nodig om een casus op te lossen
- Het bestuursorgaan voltooit het proces van normstelling met een beschikking dan wel bas
- Beschikking bevat voorschriften voor het concrete geval algemene normen omgezet naar
concreet geval
TT: Is x een bestuursorgaan? Op basis van andere wetten uit opmaken. ‘’Er is een
rechtspersoonlijkehid; krachtens publiekrecht ingesteld. Heeft het ook een orgaan? A-orgaan op
moment dat het een voldoende zelfstandige functie/positie heeft.
Stap 1: Is iets een A-orgaan? Soms privaatrechtelijk rechtspersoon… kan nooit A-orgaan worden ->
door naar B-orgaan.
Een ander persoon/college hoef je niet te toetsen. Toets enkel of er openbaar gezag is
Big B’s
Bestuursorgaan -> art. 1:1 lid 1 Awb
B-organen:
- Een ander persoon of college
Geen onderscheidende betekenis
Natuurlijk persoon of rechtspersoon als bedoeld in art. 2:2 en 2:3 BW
- Met enig openbaar gezag bekleed
Eenzijdig rechten of plichten voor een ander in het leven roepen of bindend vast stellen
Hoe kom je aan openbaar gezag? -> 3 alternatieven
1. Krachtens de wet (VNG)
2. Uitzondering op 1 (Schipholregio)
3. Ambtenarenrecht – overwegende overheidsinvloed
Belang onderscheid A en B-organen -> A-orgaan is altijd A-orgaan, te allen tijde gebonden aan
abbb’s.
Bestuursorganen zijn gebonden aan abbb en mogen alleen eenzijdig jouw rechtspositie beïnvloeden
wanneer ze daar een wettelijke grondslag voor hebben gekregen; enig openbaar gezag gekregen via
een wettelijk voorschrift.
Lid 2 -> geen bestuursorgaan Lid 3 -> tenzij het een medewerker betreft (uitzondering op
uitzondering)
JURISPRUDENTIE -> IS IETS EEN BESTUURSORGAAN?
Koningin & Kabinet van de Koningin -> A-orgaan
Week 1
Bestuursrecht: geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de relatie tussen het openbaar gezag
– de overheid en de burgers
Bestuursorganen kunnen eenzijdig de positie van de burger beïnvloeden; daarom van belang om te
weten wat onder overheid valt. Bv. een besluit wordt alleen genomen door bestuursorgaan.
Bestuursrecht ziet op:
Rechtsbetrekkingen tussen overheid en burger
Waarbij overheid burgers EENZIJDIG kan binden door overheidshandelingen
Waarbij rechtsnormen gelden en
Burgers tegen die handelingen kunnen opkomen
(rechter toetst)
Besturen: overheidsfunctie die niet bestaat uit wetgeving of rechtspraak. Bestuur wordt geacht het
algemeen belang te dienen (ziet op het van overheidswege behartigen van het algemeen belang).
Awb kent een geleden normstelling; gelaagde opbouw. Zie bv. art. 3:1 Awb.
Wanneer administratief beroep instellen i.p.v. bezwaar? -> staat in bijzondere wet. Bv. art. 77 Vw;
aantal beschikkingen stel je administratief beroep in bij de minister. Algemeen uitgangspunt =
bezwaar maken
Grondslagen van bestuursrecht; democratische rechtsstaat
Democratie
- Volkssoevereiniteit – vrije & geheime verkiezingen
- Verantwoordelijkheid/verantwoordingsplicht
- Openbaarheid van bestuur/persvrijheid
- Inspraak
Rechtsstaat
- Legaliteitsbeginsel
- Waarborgen grondrechten
- Scheiding/evenwicht van machten
- Onafhankelijke rechter – rechterlijke controle
Legaliteitsbeginsel
- Bevoegdheden dienen uitdrukkelijk door de Grondwet of een andere wet te zijn toegekend
- Bestuur handelen dient in overeenstemming te zijn met geschreven en ongeschreven recht
Legaliteitsbeginsel -> de opvatting in het bestuursrecht heerste dat een wettelijk voorschrift alleen
nodig was in geval van belastend overheidsoptreden. Dit is achterhaald. Tegenwoordig ziet het ook
op een positieve handeling van de overheid zoals verstrekking subsidie/uitkering -> wettelijke basis
nodig; er is een geïmpliceerde bevoegdheid waarbij je de subsidie/uitkering weer kunt intrekken. Dus
zowel positief en belastend overheidsoptreden wettelijk basis nodig.
Andere uitgangspunten:
, - Specialiteitsbeginsel -> art. 3:4 lid 1 Awb welke belangen leg je in de weegschaal? Lid 2 ->
daadwerkelijke afweging volgt zodra de belangen in de weegschaal liggen
- Rechtzekerheidsbeginsel: formeel en materieel het geldende recht moet worden toegepast,
dit moet voldoende duidelijk worden beschreven
- Gelijkheidsbeginsel geen afzonderlijk gecodificeerd beginsel voor het bestuursrecht. Rechter
toetst aan 26 IVBPR. Art. 1 Gw kan niet vanwege toetsingsverbod wfz.
- Stelselmatigheid: consistent en consequent beleid Art. 4:84 e.v.
- Individuele rechtsbedeling: zorgvuldigheid
Gelede of gelaagde normstelling
- Wetgever in formele zin laat het stellen van normen veelal over aan lagere regelgevers kijken
in 1 regelgeving is nooit voldoende, je hebt meerdere nodig om een casus op te lossen
- Het bestuursorgaan voltooit het proces van normstelling met een beschikking dan wel bas
- Beschikking bevat voorschriften voor het concrete geval algemene normen omgezet naar
concreet geval
TT: Is x een bestuursorgaan? Op basis van andere wetten uit opmaken. ‘’Er is een
rechtspersoonlijkehid; krachtens publiekrecht ingesteld. Heeft het ook een orgaan? A-orgaan op
moment dat het een voldoende zelfstandige functie/positie heeft.
Stap 1: Is iets een A-orgaan? Soms privaatrechtelijk rechtspersoon… kan nooit A-orgaan worden ->
door naar B-orgaan.
Een ander persoon/college hoef je niet te toetsen. Toets enkel of er openbaar gezag is
Big B’s
Bestuursorgaan -> art. 1:1 lid 1 Awb
B-organen:
- Een ander persoon of college
Geen onderscheidende betekenis
Natuurlijk persoon of rechtspersoon als bedoeld in art. 2:2 en 2:3 BW
- Met enig openbaar gezag bekleed
Eenzijdig rechten of plichten voor een ander in het leven roepen of bindend vast stellen
Hoe kom je aan openbaar gezag? -> 3 alternatieven
1. Krachtens de wet (VNG)
2. Uitzondering op 1 (Schipholregio)
3. Ambtenarenrecht – overwegende overheidsinvloed
Belang onderscheid A en B-organen -> A-orgaan is altijd A-orgaan, te allen tijde gebonden aan
abbb’s.
Bestuursorganen zijn gebonden aan abbb en mogen alleen eenzijdig jouw rechtspositie beïnvloeden
wanneer ze daar een wettelijke grondslag voor hebben gekregen; enig openbaar gezag gekregen via
een wettelijk voorschrift.
Lid 2 -> geen bestuursorgaan Lid 3 -> tenzij het een medewerker betreft (uitzondering op
uitzondering)
JURISPRUDENTIE -> IS IETS EEN BESTUURSORGAAN?
Koningin & Kabinet van de Koningin -> A-orgaan