Samenvatting sportverenigingen: tussen tradities en ambities
Hoofdstuk 1
Traditionele vereniging moderniseren/transformeren naar dienstverlenende
organisaties… meeste zitten er een beetje tussenin.
Consumptieve en individualisering van sporters vormt een bedreiging.
Commerciële sportaanbieders idem.
Vitaliseringsproces = het proces waarin verenigingen zich aanpassen aan CQ. Inspelen
op de veranderingen die zich voordoen in de omgeving en beleving van de leden.
4 ideaaltypische oriëntaties – een missionaire, professionele, commerciële en
klantgerichte
gezonde sportverenigingen zijn financieel gezond zonder al te veel externe
afhankelijkheid. Ze hebben verenigingskarakter en voldoen aan de wensen van de
leden.. (van en voor leden)
marktaandeel van verenigingen loopt terug. (aantal is wel stabiel, maar het aantal
sportende mensen neemt toe) het aantal leden loopt zelfs licht terug.
Sportverenigingen zijn over het algemeen kleine organisaties met minder dan 200 leden
Mutual support-karakter = lichte organisatiecultuur met inzet van gemotiveerde
vrijwilligers
3 typen sportverenigingen: passie, publiek en profijt
- traditionele invalshoek (passie onder soortgenoten)
- sportverenigingen als publieke dienstverlener (vermaatschappelijking,
instrumentalisering)
- sportverenigingen als op profijt gerichte organisaties (vermarketing)
Hoofdstuk 2
Kenmerken en achtergronden van verenigingen.
Sporten doen we het liefst met soortgenoten (nasleep verzuiling)
Sportbeoefening = primair doel, maar niet de enige
Expressieve variant = waardenoriëntaties en gemeenschappelijke belangen die leden
met elkaar verbinden.
- Inmiddels heeft er een proces van ontzuiling en ontideologisering zich voltrokken
Verschuiving van Mutual support naar dienstbaarheid binnen verenigingen.
- Extrinsieke waarden zorgen voor spanningen binnen verenigingen, intrinsieke
waarden lijken te vervagen.
,- mensen sporten niet bij een vereniging om maatschappelijke doelen te bereiken, maar
om er plezier aan te beleven, dit hoeft overigens niet te betekenen dat die
maatschappelijke doelen geen plek hebben binnen een vereniging.
Sport is kosteneffectief d.w.z. Bijvoorbeeld in een probleemwijk jongeren aan het
sporten zetten is goedkoper dan agenten inzetten.
Macroniveau = samenleven en sportsector
Mesoniveau = de verenigingen
Microniveau = sporter en vrijwilligers
Antropologisch perspectief = kern van context, betekenisgeving en machtsrelaties
antropologisch is wetenschap die zich met de mens bezig houd bv fysiek.
Contested meaning. =
Hoofdstuk 3
In verhouding zijn minder mensen gaan sporten binnen traditionele instituties
SPIN = sport infrastructuur in Nederland
Veel sectoren zijn in de loop van de jaren vrijgegeven aan de markt, er is een liberale,
maar ook een sociaaldemocratische houding ten opzichte van beleid.
Inkomsten sportorganisaties te verdelen over 3 domeinen: leden afdrachten, subsidies
en commerciële inkomsten (marketing, sponsoring)
Sportbonden zijn afhankelijk van de aangesloten verenigingen en deze hebben invloed.
Bij veel traditionele verenigingen ontbreekt het aan marktkennis. Ze hebben weinig
beleid en zijn rationeel.
Helft van de verenigingen heeft groei ambitie, maar er is weinig sprake van
marktverbreding.
Verenigingen hebben laatste jaren meer aandacht voor samenwerking leid tot
nieuwe doelgroepen of uitbreidingen en ontwikkelingen daarvan.
Mutaal support karakter = voor leden door leden
Een dienstverlenende, marktgerichte instelling vraagt een andere soort organisatie,
structuur en management. Het vraagt om deskundig besturen. Veel verenigingen
worden gerund door vrijwilligers en dat brengt beperkingen mee.
Lidmaatschap van een vereniging staat niet automatisch meer voor betrokkenheid
tegenwoordig.
NOC*NSF hebben zich vooral laten leiden door bedrijfeconomische argumenten voor
marktoriëntatie.
Georganiseerde sport is een van de weinige waar de vrije markt en markeringideologie
hun weg nog niet hebben gevonden
, Hoofdstuk 4
De leidinggevende gedachte achter een proeftuin is de verbreding en vernieuweing van
het bestaande – vaak traditionle – aanbod van verenigingen. Bijvoorbeeld: aanbieden
van diverse activiteiten, multifunctioneel gebruik van ruimten en nieuwe doelgroepen
betrekken.
Sport als middel beleeft in de jaren 90 een doorbraak. (sociale binding, gezondheid,
vorming, werkgelegenheid en economie)
Hoofdstuk 7
De sportclub is als het cement van de samenleving.
De georganiseerde sport verliest aan marktaandeel
Ontwikkelings- of moderniseringsproces.
Sociale verbanden/identiteit van mensen en ‘netwerksamenleving’ is sterk aan het
veranderen. Mensen hebben meer middelen tot hun beschikking en hebben daardoor
veel meer mogelijkheden bv. Verspreidde accommodaties bezoeken etc. etc.
Ook internet blijkt tal van mogelijkheden te bieden tot informele gemeenschap vorming.
Civil Society 2.0 = ontwikkelingen die mensen maken om makkelijker kunnen regelen,
kennis delen, samenwerken en handelen met anderen.
Web 2.0 biedt mogelijkheden om dingen samen te doen die daarvoor niet mogelijk
waren
Sportverenigingen kunnen hierop inspelen door bijvoorbeeld voldoen aan de wensen
van hun leden en flexibel te zijn.
Tegenwoordig velerlei sociale constructies zoals bv sportgroepjes, internetclubjes etc.
Veel sporters kiezen tegenwoordig voor meerdere sportverbanden… voorbeeld:
hardloopwedstrijden, lid van atletiekvereniging, loopgroepje met vrienden en recreatief
wandelen.
Moderne verenigingen hebben een divers aanbod van bijvoorbeeld abonnementen.
ICT activiteit is een belangrijke ontwikkeling voor een vereniging (media, sociaal,
mededelingen etc.)
Geformaliseerde organisatie = georganiseerd en gestructureerd
Verschillen tussen gefomaliseerde en minder georganiseerde groepen/verenigingen is
complexer en minder voorspelbaar geworden.
Alles groeit een beetje naar elkaar toe. Mensen gaan ook steeds meer combineren.
Hoofdstuk 1
Traditionele vereniging moderniseren/transformeren naar dienstverlenende
organisaties… meeste zitten er een beetje tussenin.
Consumptieve en individualisering van sporters vormt een bedreiging.
Commerciële sportaanbieders idem.
Vitaliseringsproces = het proces waarin verenigingen zich aanpassen aan CQ. Inspelen
op de veranderingen die zich voordoen in de omgeving en beleving van de leden.
4 ideaaltypische oriëntaties – een missionaire, professionele, commerciële en
klantgerichte
gezonde sportverenigingen zijn financieel gezond zonder al te veel externe
afhankelijkheid. Ze hebben verenigingskarakter en voldoen aan de wensen van de
leden.. (van en voor leden)
marktaandeel van verenigingen loopt terug. (aantal is wel stabiel, maar het aantal
sportende mensen neemt toe) het aantal leden loopt zelfs licht terug.
Sportverenigingen zijn over het algemeen kleine organisaties met minder dan 200 leden
Mutual support-karakter = lichte organisatiecultuur met inzet van gemotiveerde
vrijwilligers
3 typen sportverenigingen: passie, publiek en profijt
- traditionele invalshoek (passie onder soortgenoten)
- sportverenigingen als publieke dienstverlener (vermaatschappelijking,
instrumentalisering)
- sportverenigingen als op profijt gerichte organisaties (vermarketing)
Hoofdstuk 2
Kenmerken en achtergronden van verenigingen.
Sporten doen we het liefst met soortgenoten (nasleep verzuiling)
Sportbeoefening = primair doel, maar niet de enige
Expressieve variant = waardenoriëntaties en gemeenschappelijke belangen die leden
met elkaar verbinden.
- Inmiddels heeft er een proces van ontzuiling en ontideologisering zich voltrokken
Verschuiving van Mutual support naar dienstbaarheid binnen verenigingen.
- Extrinsieke waarden zorgen voor spanningen binnen verenigingen, intrinsieke
waarden lijken te vervagen.
,- mensen sporten niet bij een vereniging om maatschappelijke doelen te bereiken, maar
om er plezier aan te beleven, dit hoeft overigens niet te betekenen dat die
maatschappelijke doelen geen plek hebben binnen een vereniging.
Sport is kosteneffectief d.w.z. Bijvoorbeeld in een probleemwijk jongeren aan het
sporten zetten is goedkoper dan agenten inzetten.
Macroniveau = samenleven en sportsector
Mesoniveau = de verenigingen
Microniveau = sporter en vrijwilligers
Antropologisch perspectief = kern van context, betekenisgeving en machtsrelaties
antropologisch is wetenschap die zich met de mens bezig houd bv fysiek.
Contested meaning. =
Hoofdstuk 3
In verhouding zijn minder mensen gaan sporten binnen traditionele instituties
SPIN = sport infrastructuur in Nederland
Veel sectoren zijn in de loop van de jaren vrijgegeven aan de markt, er is een liberale,
maar ook een sociaaldemocratische houding ten opzichte van beleid.
Inkomsten sportorganisaties te verdelen over 3 domeinen: leden afdrachten, subsidies
en commerciële inkomsten (marketing, sponsoring)
Sportbonden zijn afhankelijk van de aangesloten verenigingen en deze hebben invloed.
Bij veel traditionele verenigingen ontbreekt het aan marktkennis. Ze hebben weinig
beleid en zijn rationeel.
Helft van de verenigingen heeft groei ambitie, maar er is weinig sprake van
marktverbreding.
Verenigingen hebben laatste jaren meer aandacht voor samenwerking leid tot
nieuwe doelgroepen of uitbreidingen en ontwikkelingen daarvan.
Mutaal support karakter = voor leden door leden
Een dienstverlenende, marktgerichte instelling vraagt een andere soort organisatie,
structuur en management. Het vraagt om deskundig besturen. Veel verenigingen
worden gerund door vrijwilligers en dat brengt beperkingen mee.
Lidmaatschap van een vereniging staat niet automatisch meer voor betrokkenheid
tegenwoordig.
NOC*NSF hebben zich vooral laten leiden door bedrijfeconomische argumenten voor
marktoriëntatie.
Georganiseerde sport is een van de weinige waar de vrije markt en markeringideologie
hun weg nog niet hebben gevonden
, Hoofdstuk 4
De leidinggevende gedachte achter een proeftuin is de verbreding en vernieuweing van
het bestaande – vaak traditionle – aanbod van verenigingen. Bijvoorbeeld: aanbieden
van diverse activiteiten, multifunctioneel gebruik van ruimten en nieuwe doelgroepen
betrekken.
Sport als middel beleeft in de jaren 90 een doorbraak. (sociale binding, gezondheid,
vorming, werkgelegenheid en economie)
Hoofdstuk 7
De sportclub is als het cement van de samenleving.
De georganiseerde sport verliest aan marktaandeel
Ontwikkelings- of moderniseringsproces.
Sociale verbanden/identiteit van mensen en ‘netwerksamenleving’ is sterk aan het
veranderen. Mensen hebben meer middelen tot hun beschikking en hebben daardoor
veel meer mogelijkheden bv. Verspreidde accommodaties bezoeken etc. etc.
Ook internet blijkt tal van mogelijkheden te bieden tot informele gemeenschap vorming.
Civil Society 2.0 = ontwikkelingen die mensen maken om makkelijker kunnen regelen,
kennis delen, samenwerken en handelen met anderen.
Web 2.0 biedt mogelijkheden om dingen samen te doen die daarvoor niet mogelijk
waren
Sportverenigingen kunnen hierop inspelen door bijvoorbeeld voldoen aan de wensen
van hun leden en flexibel te zijn.
Tegenwoordig velerlei sociale constructies zoals bv sportgroepjes, internetclubjes etc.
Veel sporters kiezen tegenwoordig voor meerdere sportverbanden… voorbeeld:
hardloopwedstrijden, lid van atletiekvereniging, loopgroepje met vrienden en recreatief
wandelen.
Moderne verenigingen hebben een divers aanbod van bijvoorbeeld abonnementen.
ICT activiteit is een belangrijke ontwikkeling voor een vereniging (media, sociaal,
mededelingen etc.)
Geformaliseerde organisatie = georganiseerd en gestructureerd
Verschillen tussen gefomaliseerde en minder georganiseerde groepen/verenigingen is
complexer en minder voorspelbaar geworden.
Alles groeit een beetje naar elkaar toe. Mensen gaan ook steeds meer combineren.