Introductie - Wat is Rechtspsychologie?
Samenvatting Literatuur
Tussen Wet en Wetenschap: de Psychologie van het Recht (J. de Keijser, R. Horselenberg
& A. Vredeveldt)
Hoofdstuk 1, 2, 3, 32, 33 (pag. 644-657)
, Hoofdstuk 1 - Over de Rechtspsychologie
Pag. 21 - 32
De rechtspsychologie - bevat alle facetten van menselijk gedrag binnen de opsporing,
vervolging en berechting. Het houdt zich bezig met hoe mensen zich gedragen en aan
welke invloeden zij daarbij onderhevig zijn.
Verschil tussen forensisch psycholoog en rechtspsycholoog
● Forensisch psycholoog: passen klinische psychologie toe op individuen in een
gerechtelijke context - mogelijke stoornissen, toerekeningsvatbaarheid,
recidiverisico en diagnose
● Rechtspsycholoog: kijken vanuit cognitieve psychologie en functieleer naar het
gedrag van mensen dat onder invloed van het recht zou moeten staan - algemeen
menselijke functies zoals waarnemen, herinneren en beslissen
Grondlegger rechtspsychologie = William Stern
Hermann Ebbinghaus vooral interesse in algemene principes van het menselijk
geheugenvermogen. Stern wilde dit toepassen op getuigenverklaringen.
→ Daaruit kwam de Aussagepsychologie (psychology of testimony) waaruit hij
concludeerde: ‘de foutloze herinnering is niet de regel, maar de uitzondering. En zelfs de
eed biedt geen bescherming tegen geheugenvertekeningen.’ dit betekent: zelfs wanneer
iemand onder ede verklaart, kan hij zich nog steeds vergissen - getuigen kunnen oprecht
én consistent zijn, maar toch onjuist.
→ Toen volgde de Wirklichkeitsversuche (mock crimes) - waarin een ruzie werd
geënsceneerd en studenten als getuigen dienden.
→ Hugo Münsterberg - psychology and law, maar hij was onhandig en refereerde niet
naar Stern en maakte malicieuze kwalificaties van juristen.
Begin van rechtspsychologie in Nederland:
1909 Jan Simon van der Aa (Hoogleraar in Groningen) - voerde een Wirklickkeitsversuch
uit in de collegezaal. De studenten (die dienden als getuige) schreven uiteenlopende
verklaringen op. De feilbaarheid van getuigen was gedemonstreerd.
De eerstvolgende stap in NL voor de rechtspsychologie was in 1977 door de publicatie
van ‘Een theorie over rechterlijke beslissingen’ waarmee het onderzoek naar rechterlijke
beslissingen een prominente plaats kreeg. In ons land gaat veel rechtspsychologisch
onderzoek over getuigenverklaringen, verhoren van verdachten en
erkenningsprocedures.
Het eerste handboek over rechtspsychologie (de menselijke factor) kwam in 1991.
waarvan nu de zesde editie de nieuwste is. En er worden vakken gegeven op
verschillende universiteiten waarin rechtspsychologie centraal staat, in Maastricht en
Leiden zelfs hele masteropleidingen.
1
,Commotie over de publicatie van Dubieuze zaken door Hans Crombag, Peter van Koppen
en Willem Albert Wagenaar. Het boek analyseerde fouten bij de rechterlijke
besluitvorming. Hierdoor veel ophef totdat van Koppen in 2003 een rechtspsychologische
reconstructie publiceerde van de Schiedammer Parkmoord. Hierin bleek de analyse van
Koppen uiteindelijk juist te zijn.
Ook belangrijk was de tunnelvisie bij politie, wat een belangrijk thema in publicaties
werd. Na Schiedammer Parkmoord kwam er een verbeterplan voor het werk van de
politie - het Programma Versterking Opsporing en Vervolging (PVOV). → tunnelvisie
tegengaan, voornamelijk kritische reflectie en tegenspraak.
Ondanks de praktische hobbels laat bovenstaande zien dat rechtspsychologische kennis
een bijzondere en waardevolle rol kan vervullen in maatschappelijke en juridische
ontwikkelingen.
Rechtspsychologen doen niet alleen wetenschappelijk onderzoek, zij leven in
toenemende mate aan de rechtspraktijk als deskundigen in concrete straf- en civiele
zaken. In het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) wordt het vakgebied
opgedeeld in drie deelgebieden:
1. Validiteit van Verklaringen - hiervoor wordt een rechtspsycholoog het vaakst
ingezet. Voorbeeld opdracht binnen deelgebied: ‘’beoordeel de betrouwbaarheid
van de verklaringen van persoon X (dat kan een verdachte, getuige of aangever
zijn)’’. Hierbij mag er vanuit worden gegaan dat er met betrouwbaarheid,
validiteit wordt bedoeld omdat die term gangbaar is wordt het hier gebruikt.
Onder dit deelgebied vallen analyses als; legio factoren die invloed hebben op
waarnemen, zich herinneren en rapporteren van het incident, maar ook een
analyse van de gestelde vragen in het verhoor.
2. Leugendetectie - de evaluatie van verbale en non-verbale
leugendetectie-technieken, zo testen waarmee het stimuleren van stoornissen kan
worden gedetecteerd. Echter is er nu geen enkele rechtspsycholoog ingeschreven
op dit deelgebied.
3. Bewijs en Bewijsvergaring - zowel brede als nauwkeurige analyses. De brede
analyse; bv. toepassen van psychologische inzichten over biases tijdens het
opsporingsonderzoek. De nauwe analyse; bv. evaluatie van een uitgevoerde
herkenningsprocedure.
Deze deelgebieden geven een goede samenvatting van het rechtspsychologisch
vakgebied.
Toch wordt de toegevoegde waarde van rechtspsychologen in twijfel gesteld - het blijft de
vraag of hij iets doet wat de rechter zelf niet had gekund. Er zijn drie redenen waarom
een rechtspsycholoog als hinder wordt gezien:
1. De toon van rechtspsychologen heeft in sommige publicaties en met name in de
media niet bepaald bijgedragen aan een constructieve discussie tussen juristen en
rechtspsychologen. (zoals de frictie bij de publicatie van dubieuze zaken door de
2
, confronterende schrijfstijl, in eerdere edities was het milder).
2. Juristen begrijpen niet altijd hoe rechtspsychologen hun analyse uitvoeren. Ze
gebruiken namelijk wetenschappelijke kennis en onderzoek om hun conclusies te
trekken (niet alleen eigen oordeel, zoals rechter). Hun werk bestaat uit 3 dingen:
● zoeken naar relevante wetenschappelijke informatie
● uitleggen wat dat onderzoek betekent in gewone taal
● toepassen van die kennis op de specifieke rechtszaak
3. Rechtspsychologen moeten voorzichtig zijn dat ze niet ‘’op de stoel van de rechter’’
gaan zitten. zij geven enkel advies terwijl een rechter beslist. Toch is dit lastig
omdat een rechtspsycholoog soms naar onderdelen van bewijs (zoals een
verhoor) moet kijken dat buiten zijn vakgebied valt om te kunnen beoordelen of
die bekentenis wel valide is.
Drie aanbevelingen om het gat tussen juristen en rechtspsychologen te dichten:
1. Een kritische ondervraging van deskundigen kan ter zitting veel misverstanden
verhelpen. De observaties van beelden door rechtspsychologen zijn niet per
definitie beter dan de observaties van een hoofdagent, maar kunnen wel
noodzakelijk zijn voor een rechtspsychologische beoordeling van andere aspecten
van het bewijs.
2. Rechtspsychologen dienen hun analyse zo transparant mogelijk te houden, zodat de
rechter kan zien waarop zij hun conclusies baseren. Rechtspsychologische
deskundigen dienen transparant en expliciet te zijn over de keuzes die zij maken,
over de rationale achter die keuzes en over de grenzen van hun deskundigheid.
3. Juristen en rechtspsychologen moeten vaker zich verplaatsen in de positie van de
ander.
Dit boek biedt: handvatten om rechtspsychologische bevindingen op waarde te schatten,
het kan beschermen tegen denkfouten en psychologische valkuilen.
3