Marketing = tal van activiteiten die doeltreffend zijn op het inspelen van de wensen en
behoeften van de klant, het verbeteren van een stevige klantrelatie, en verbeteren van
eigen image.
Marktgericht --> inspelen op de wensen en behoeften van de klant
Marketinggericht --> is het voortdurend proberen te verplaatsen in de positie van de klant
ipv product centraal te stellen.
Marketingmix = 4 marketinginstrumenten of 4 P's
Product
Prijs
Plaats (distributie)
Promotie
Doelgroep = specifieke groep (potentiële) afnemers
Bartering = ruilhandel, goederen tegen goederen.
Macromarketing = Op niveau van samenleving, een proces goed laten functioneren om
de economische doelstellingen te verwezenlijken. ( DESTEP )
Mesomarketing = Op niveau van de bedrijfskolom, bedrijfstak. Alle activiteiten van vraag
en aanbod op elkaar afstemmen om in een bepaalde behoefte te voorzien en hun
gezamenlijke doelstellingen bereiken. (5 krachten model)
Micromarketing = Op bedrijfsniveau marketingbeslissingen nemen.
Bedrijfskolom = reeks personen en organisaties, van consument tot oerproducent.
Bedrijfskolom bijv:
Productent
l
Groothandel
l
Detailhandel
l
Consument
,Bedrijfstak = een schakel in de bedrijfskolom met gelijknamige functie in productie of
handel
Branche = binnen bedrijfstak, met elkaar overeengekomen op zaken zoals
productietechnologie en levering
marketinggedachte = de ontwikkeling van het de werking van marketing door de jaren
heen:
Productieorientatie (1900 - 1930) --> Productorientatie ( '40 - ' 50 ) -->
Verkooporientatie ( ' 50 - 70 ) --> marketingorientatie ( ' 70 - ' 90 ) --> Relatiemarketing ( '
90 - heden )
Verkopersmarkt: eindeloos produceren en verkopen want productie was gering in die tijd
en er was veel vraag
Marktgericht: niet alleen rekening houden met de consument, maar ook met andere
marktpartijen
Productgerichtheid:
Marktgerichtheid
Financiering/organisatie vormgeven Behoeften va
l
Product vervaardigen
l
Verkoop van het product
(meer winst door nadruk op omzetverhoging)
Maatschappelijk marketingconcept = een wijze van marktbenadering waar ook rekening
word gehouden met neveneffecten en ruilprocessen op lange termijn.
3 pijlers: samenleving ( maatschappelijk welzijn ), productent (winststreven), consument
( behoeftebevrediging )
MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen) = Letten op het effect van je activiteiten
op mens en milieu.
Relatiemarketing = goede relatie met de afnemer centraal stellen. Voor bedrijven geld
ook een leveranciersrelatie centraal stellen.
, Transactiemarketing = Hoofdzakelijk eenmalige verkoop transacties.
De 6 uitgangspunten en kenmerken van het marketingsconcept: ( wensen en behoeften
van de klant staan centraal bij alle beslissingen )
1. Te vreden klanten
2. Geïntegreerde aanpak
3. Breed omschreven werkterrein
4. Voortdurende concurrentieanalyse
5. Marktonderzoek en doelgroepkeuze
6. Accent op winstbijdrage ipv omzet
Missie = rol en ambities van de organisatie binnen dat gekozen werkterrein
Brand equity = merktrouw
Demarketing = marketinginspanningen terugdringen van de vraag van afnemers.
Behoefte = te tekort aan iets en met een sterke - bijna instinctmatige - neiging van de
persoon om dat op te heffen, niet bepaalde voorkeur voor een product
Wensen = voorkeur voor een bepaald product al ontwikkelt.
Eerste taak marketing: Wensen en behoeften opsporen en inventariseren.
Tweede taak marketing: De 4 P's en de 3 R's = Respons, Reputatie en Relatie
Reputatie = ( of merkimago ) reputatie van het bedrijf, houd je imago hoog.
Relatie = relatie met klanten, het opbouwen van een goede klantrelatie is belangrijk
Respons = de gewenste response in het ruilproces
De waarde van Klandizie:
> De kosten van klantwerving verminderen
> meer klanten langer te behouden
> De winstgevendheid van deze klanten vergroten door hen meer producten en diensten
met hogere marges te verkopen tegen lagere marketingskosten.
Fast moving consumer goods = Frequent gekochte consumptiegoederen
Consumentenmarketing = De leverancier richt zich op de eindgebruiker bijv. Ziggo