Januari 2026 - Study questions
Study questions theme 1
Frandsen (2020). Sport and Mediatization. Chapter 1: Introduction
1. What are the different traditions in mediatisation research mentioned in the text,
and how do they apply specifically to media and sport?
De tekst onderscheidt twee tradities:
Cultural perspective: focust op dagelijkse praktijken en betekenissen; in sport gaat
dit om hoe media sportbeleving, identiteiten en sociale interacties vormgeven (bijv.
sporters die apps en social media gebruiken).
Institutional perspective: focust op structurele en langetermijnveranderingen; in
sport analyseert deze traditie hoe media sportorganisaties, economie en structuren
hervormen.
Deze tradities zijn complementair en samen geschikt om media en sport te analyseren
2. Explain what the author means with the concept of mediatisation as a
"sensitizing concept". Why does the author believe it is useful to view the concept
as such?
Mediatization wordt gezien als een sensitizing concept omdat het:
Geen vaste of meetbare definitie heeft.
Richting en gevoeligheid biedt voor empirisch onderzoek.
Flexibel toepasbaar is op verschillende contexten.
De auteur vindt dit nuttig omdat mediatization contextafhankelijk en niet-uniform verloopt
en ruimte laat voor aanvullende theorieën
3. Explain the dual structure of mediatisation (proposed by Hjarvard (2008),
described in the text). What are its implications for understanding media's role in
contemporary society?
De duale structuur bestaat uit:
1. Embeddedness: media raken ingebed in andere sociale domeinen zoals sport.
2. Independence: media functioneren tegelijkertijd als semi-onafhankelijke instituties
met eigen logica en belangen.
Dit betekent dat mediasport zowel vormen als zelfstandig beïnvloeden, wat hun
maatschappelijke macht vergroot
4. How does mediatisation research advance our understanding of media's role in
social and cultural transformations? Name three key elements that are distinctive
of mediatisation research.
Mediatization research:
Richt zich op langetermijn en structurele veranderingen.
Analyseert media als integraal onderdeel van sociale instituties.
Benadrukt de interactie tussen media en andere maatschappelijke processen (zoals
commercialisering en individualisering).
Deze elementen onderscheiden mediatization research van traditioneel media-effectonderzoek
,Licen et al. (2022). Rediscovering Mediatization of Sport
1. Describe how mediatisation differs from mediation.
Mediation verwijst naar concrete communicatieprocessen, zoals de productie,
distributie en consumptie van mediacontent.
Mediatisation gaat een stap verder en beschrijft lange termijn sociale en structurele
veranderingen die ontstaan doordat samenlevingen steeds afhankelijker worden van
media.
Kort: mediation = communicatieproces; mediatisation = maatschappelijke
transformatie door media
2. Explain what the 'stages of dependency' entail.
De auteurs bouwen voort op Jansson (2018) en onderscheiden drie stadia van
mediadependency:
1. Transactional dependency
Sportactors passen zich tijdelijk aan media aan om exposure, erkenning of inkomsten
te verkrijgen.
2. Ritual dependency
Media beïnvloeden structureel routines, praktijken en betekenissen binnen sport (bijv.
fanrituelen of atleten die media-logica internaliseren).
3. Functional dependency
Sportpraktijken worden volledig afhankelijk van media en technologie, zoals bij
esports of digitaal gemonitorde sportactiviteiten.
Deze stadia vormen een continuüm van toenemende afhankelijkheid
3. Provide an example for all cells in the matrix of dependencies and social systems
that the authors present on p. 800.
Interaction/ Structure
Transactional: atleten geven een interview of persconferentie (mediation).
Ritual: atleten passen gedrag structureel aan mediaverwachtingen aan.
Functional: atleten functioneren primair als mediafiguren/influencers.
Organization/ Institution
Transactional: sportorganisaties krijgen media-aandacht en exposure.
Ritual: organisaties passen structuren en routines aan media-logica aan.
Functional: sportorganisaties worden mediaorganisaties (bv. NBA TV).
Society/ Context
1. Transactional: sport verschijnt als content in de media.
2. Ritual: structurele veranderingen in sportcultuur door media.
3. Functional: Media Sport wordt een autonoom systeem, waarin media zelf sport
produceren (bv. esports, drone racing).
Skey et al. (2017). Mediatization and Sport. A bottom-up perspective.
1. What do the authors mean with a bottom-up perspective, and how do
they motivate their choice for this perspective?
Met een bottom-up perspective bedoelen de auteurs dat zij mediatization bestuderen
vanuit de ervaringen, praktijken en betekenissen van gewone mensen, in dit geval
jonge voetbalfans, in plaats van vanuit instituties zoals mediaorganisaties of
sportbonden. Zij kiezen voor deze benadering om media-centrisme te vermijden en
beter te begrijpen hoe media daadwerkelijk worden gebruikt en geïncorporeerd in
het dagelijks leven. Deze aanpak maakt zichtbaar hoe mediatization zich manifesteert
in alledaagse, belichaamde praktijken, en niet alleen op institutioneel niveau
, 2. Describe the four dimensions that the authors use to structure their analysis. Do
you find them sufficiently distinct from each other?
De auteurs structureren hun analyse met vier dimensies van mediatization:
1. Extension – media overbruggen fysieke afstand (bijv. jongeren volgen buitenlandse
spelers via tv en online media).
2. Substitution – media vervangen sociale activiteiten (bijv. voetbal kijken of gamen
i.p.v. zelf spelen).
3. Amalgamation – media en niet-media-activiteiten raken verweven (bijv. voetbal
spelen geïnspireerd door FIFA of YouTube-clips).
4. Accommodation – mensen passen hun kennis, vaardigheden en routines aan
gemedieerde omgevingen aan.
De dimensies zijn analytisch onderscheiden, maar overlappen in de praktijk en werken
vaak gelijktijdig, wat de auteurs juist productief vinden
3. What finding of the study did you find most striking, and why? Considering that
the data were collected in 2016, in what ways might the findings of a replication
of the study in 2026 differ?
Meest opvallende bevinding:
Dat gemedieerde kennis (via tv, social media en videogames) een centrale referentie wordt
voor wat “echt” voetbal is, en zelfs invloed heeft op hoe jongeren het spel spelen en
beoordelen.
Mogelijke verschillen in 2026:
Nog sterkere rol van social media, influencers en short-form video (bijv. TikTok).
Grotere invloed van gaming, data en AI-gedreven analyse op spelbegrip.
Mogelijk kleinere genderkloof door meer zichtbare vrouwelijke rolmodellen in
media.
De kern zou waarschijnlijk hetzelfde blijven, maar intensiteit en platforms van mediatization
zouden verder zijn toegenomen