1. Zie onderstaand figuur van het mannelijke voortplantingsstelsel.
a. Zet (als het even kan zonder in je boek te spieken) de namen van de onderdelen
in het figuur. Gebruik zowel de medische als de Nederlandse termen.
- Vesica urinaria: urineblaas. Opslag van urine.
- Urethra: plasbuis: afvoer van urine en sperma.
- Sphincter urethrae internus: inwendige sluitspier: onbewuste
afsluiting van de blaas.
- Sphincter urethrae externus: uitwendige sluitspier: bewuste
mictiecontrole.
- Testis: teelbal: productie van zaadcellen en testosteron.
- Epididymis: bijbal: rijping en opslag van zaadcellen.
- Ductus deferens: zaadleider: transport van zaadcellen.
- Vesiculae seminales: zaadblaasjes: productie van fructoserijk
zaadvocht.
- Prostata: prostaat: productie van prostaatvocht, bevordert
beweeglijkheid zaadcellen.
- Glandulae bulbourethrales (Cowper): bulbourethrale klieren:
voorvocht, neutraliseert urethra.
- Ductus ejaculatorius: ejaculatiekanaal: afvoer van sperma naar de
urethra.
- Corpora cavernosa: zwelschamen: erectie.
- Corpus spongiosum: sponsachtig zwellichaam: houdt urethra open.
- Glans penis: eikel: sensibele prikkeling.
- Preputium: voorhuid: bescherming van de glans.
- Scrotum: balzak: temperatuurregulatie testes.
- Funiculus spermaticus: zaadstreng: bevat zaadleider, vaten en
zenuwen.
b. Benoem, zonder in je woordenboek te spieken, van elk onderdeel ook de functie.
2. Zie onderstaand figuur van het vrouwelijke voortplantingsstelsel.
a. Zet (als het even kan zonder in je boek te spieken) de namen van de onderdelen
in het figuur. Gebruik zowel de medische als de Nederlandse termen.
- Ovarium: eierstok: productie van eicellen en hormonen
(oestrogeen, progesteron).