Vak Analyseren en initiëren
Naam student Minouck Frowein
Studentnummer 21159440
Naam Janneke Wubs en Marthy Langedonk
beoordelaar
Versie 1
Datum 02-11-2025
Dealen met de onrust
,Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................................................................ 3
Hoofdstuk 1 – Het beroepsvraagstuk.............................................................................................................. 4
1.1 Context beschrijving.......................................................................................................................................4
1.2 Het beroepsvraagstuk – Dealen met de onrust.............................................................................................5
1.3 Ontwikkelingen in de samenleving – Participatiesamenleving en druk op zorg en wonen...........................6
1.4 Visie op sociaal werk......................................................................................................................................7
1.5 Onderzoeksvraag............................................................................................................................................7
Hoofdstuk 2 – De analyse............................................................................................................................... 9
2.1 Methoden van onderzoek..............................................................................................................................9
2.2 Ervaringen rondom overlast en conflicten...................................................................................................10
2.2.1 Ervaringen van de cliënten...................................................................................................................10
2.2.2 Ervaringen van de begeleiding.............................................................................................................10
2.2.3 Ervaringen van de teamleider en zorgbemiddelaar.............................................................................11
2.2.4 Ervaringen van ketenpartners..............................................................................................................12
2.2.5 De overeenkomsten.............................................................................................................................12
2.3 De meso bevindingen...................................................................................................................................13
2.4 De micro bevindingen...................................................................................................................................15
2.5 Leren wat werkt: inzichten uit literatuur en praktijk...................................................................................16
2.6 Effectief handelen van de begeleiders bij onrust en conflicten....................................................................18
3. Verbetervoorstel...................................................................................................................................... 20
Literatuurlijst............................................................................................................................................... 23
Bijlage 1 – Interview zorgbemiddelaar.......................................................................................................... 25
Bijlage 2 – Casusbeschrijving: situatie schets................................................................................................27
Bijlage 3 – Interview met traject ondersteuner.............................................................................................29
Bijlage 4 – Interview met traject begeleiders................................................................................................ 31
Bijlage 5 – Interview met de teamleider....................................................................................................... 34
Bijlage 6 – Interview met medewerker housing first.....................................................................................36
Bijlage 7 – Interview met wijkagent.............................................................................................................. 37
Bijlage 8 – Interview met psychiater............................................................................................................. 38
.................................................................................................................................................................... 38
Bijlage 9 - Interview met een cliënt.............................................................................................................. 39
Handtekening leidinggevende...................................................................................................................... 40
2
,Inleiding
Deze opdracht vormt de afsluiting van mijn studie Social Work aan De Haagse Hogeschool.
Vier jaar geleden begon ik met werken in de zorg, zonder precies te weten waar het me zou
brengen. Inmiddels weet ik dat het een keuze is waar ik nog elke dag blij mee ben. Werken in
de zorg betekent dat je te maken krijgt met situaties die de meeste mensen nooit van
dichtbij meemaken. Je ziet gedrag dat soms moeilijk te begrijpen is en wordt geconfronteerd
met verhalen die raken. Toch leer je daardoor juist anders naar de wereld te kijken, met
meer geduld, begrip en respect voor wat mensen meedragen aan levensgebeurtenissen.
Het mooiste aan dit werk vind ik dat je er kunt zijn voor een ander. Soms is dat iets kleins,
zoals een praatje of een luisterend oor, maar het kan echt verschil maken voor iemands dag.
In de afgelopen jaren heb ik gemerkt dat het sociaal werk niet alleen om zorg draait, maar
ook om samenwerken, luisteren en durven kijken naar wat er beter kan.
In deze laatste module richt ik me op een beroepsvraagstuk dat voortkomt uit mijn werk bij
Stichting Moed. Binnen een van de woonlocaties is sprake van voortdurende onrust,
spanningen en conflicten tussen bewoners. Dit zorgt voor een onveilige sfeer en brengt veel
druk met zich mee voor de begeleiding. In deze opdracht onderzoek ik hoe begeleiders
effectiever kunnen omgaan met conflicten en overlast tussen bewoners, en wat er nodig is
om samen te werken aan meer rust en veiligheid.
Het verslag beschrijft stap voor stap de analyse van dit vraagstuk, de onderliggende factoren
en een verbetervoorstel om het professioneel handelen te versterken. Daarmee is dit niet
alleen een onderzoek naar de organisatie, maar ook een reflectie op mijn eigen ontwikkeling
als toekomstig sociaal werker.
N.B. Alle namen van cliënten en de werkplek in dit verslag zijn geanonimiseerd
3
, Hoofdstuk 1 – Het beroepsvraagstuk
Dit hoofdstuk beschrijft het beroepsvraagstuk rondom de onveilige woonsituatie in
gemeente W, zoekt de verbinding met een maatschappelijke ontwikkelingen en verbindt het
aan de internationale visie op sociaal werk. Tot slot wordt de onderzoeksvraag met
bijbehorende deelvragen geformuleerd.
1.1 Context beschrijving
Stichting Moed ondersteunt cliënten met een beschermd wonen- of beschermd thuis-
indicatie (hierna BW en BT te noemen). Deze indicatie wordt door de gemeente afgegeven
aan mensen die er niet in slagen zelfstandig een veilige en stabiele woonomgeving te
creëren. Vaak lukt dit niet door onderliggende psychiatrische ziektebeelden,
verslavingsproblematiek of een licht verstandelijke beperking. Regelmatig is er sprake van
meerdere problematieken tegelijk. Cliënten verblijven tijdelijk in deze woonomgeving, met
begeleiding gericht op herstel, structuur in het dagelijks leven en het vergroten van de
zelfstandigheid. Bij een BW-indicatie woont men op een woonvorm waar 24/7 begeleiding
aanwezig is en bij een BT-indicatie woont men zelfstandig met de mogelijkheid om 24/7 een
beroep te doen op begeleiding. Er wordt verwacht van iemand met een BT-indicatie dat
iemand meer zelfstandig is.
Stichting Moed heeft verschillende vormen van huisvesting. In de gemeente D staat de
beschermde woonvorm waar de medewerkers ook hun kantoor hebben. Hier wonen twaalf
cliënten met een BW-indicatie. Deze cliënten hebben ieder een eigen studio en delen
daarnaast een gedeelde woonkamer en keuken. Vanuit deze locatie begeleiden de
medewerkers ook cliënten met een BT-indicatie die verspreid wonen in de gemeente D en
gemeente W. Een deel van de woningen met een BT-indicatie is eigendom van de stichting,
wat betekent dat de cliënten de woning huren van de organisatie. De bewoners die hier
instromen komen vaak vanuit een psychiatrische opnameafdeling, een detentieomgeving,
het ouderlijk huis of een situatie van dakloosheid. In de gemeente W beschikt Stichting
Moed over een pand met zeven woningen waar cliënten met een BT-indicatie wonen.
Het team van Stichting Moed bestaat uit trajectbegeleiders, trajectondersteuners, een
zorgbemiddelaar en een teamleider. Trajectbegeleiders hebben de regie over hun caseload
en krijgen hierbij ondersteuning van de trajectondersteuners. Trajectondersteuners hebben
dag- of avonddiensten en zijn standaard aanwezig op de hoofdlocatie. De hoofdlocatie in
gemeente D is een 24-uursvoorziening. Overdag en in de avond zijn hier altijd minimaal twee
trajectondersteuners aanwezig voor begeleiding en toezicht. Daarnaast werken
doordeweeks ook trajectbegeleiders vanuit het kantoor in D, waardoor er tussen 9:00 uur ‘s
ochtends en 5:00 uur ’s middags meer ruimte is om cliënten in gemeente W te bezoeken of
in te spelen op incidenten. In de nacht is er één medewerker aanwezig voor toezicht en
calamiteiten, ondersteund door een mobiele nachtdienst die verantwoordelijk is voor in
totaal zeven woonlocaties binnen de organisatie.
Omdat er altijd minimaal twee medewerkers aanwezig moeten zijn op de hoofdlocatie en er
daarnaast in de nacht maar één mobiele nachtdienst actief is, is het niet altijd mogelijk om
direct aanwezig te zijn bij incidenten in de BT-woningen. Deze beperkte personele bezetting
4