Sjabloon voor samenvatting tentamenopdracht
PB1712 Onderzoekspracticum longitudinaal onderzoek
Samenvatting
Gepeste leerlingen ervaren vaak sociale uitsluiting, wat kan leiden tot eenzaamheid,
isolatie en negatieve gevolgen voor hun welzijn en sociale ontwikkeling. Deze
experimentele studie onderzocht of gevoelens van verbondenheid bij groep 8-
leerlingen afhangen van deelname aan een interventieprogramma (positieve
groepsvorming of anti-pestprogramma) en van pestervaring bij het begin van het
onderzoek.
Aan het onderzoek namen 448 leerlingen uit 24 klassen deel. Klassen werden random
toegewezen aan positieve groepsvorming (N = 144), een anti-pestprogramma (N =
151) of een controlegroep (N = 153). Verbondenheid werd gemeten met de sub-schaal
‘Comfort’ van de Classroom Peer Context Questionnaire. Pestervaring bij t0 werd
vastgesteld met de Olweus Bully-Victim Questionnaire en gecodeerd als gepest of
niet-gepest.
Multilevelanalyses lieten zien dat beide interventies het gevoel van verbondenheid
verhoogden ten opzichte van de controlegroep. Voor positieve groepsvorming bleek
dit effect afhankelijk van pestervaring: gepeste leerlingen profiteerden minder dan
niet-gepeste leerlingen. Er werd een significante drieweginteractie gevonden tussen
type interventie, tijd en peststatus. Bij het anti-pestprogramma werden geen
verschillen tussen gepeste en niet-gepeste leerlingen gevonden.
Deze resultaten laten zien dat interventies effectief kunnen zijn in het bevorderen van
verbondenheid, maar dat rekening houden met pestervaring belangrijk is voor sociale
inclusie en welzijn van kwetsbare leerlingen.
PB1712 Onderzoekspracticum longitudinaal onderzoek
Samenvatting
Gepeste leerlingen ervaren vaak sociale uitsluiting, wat kan leiden tot eenzaamheid,
isolatie en negatieve gevolgen voor hun welzijn en sociale ontwikkeling. Deze
experimentele studie onderzocht of gevoelens van verbondenheid bij groep 8-
leerlingen afhangen van deelname aan een interventieprogramma (positieve
groepsvorming of anti-pestprogramma) en van pestervaring bij het begin van het
onderzoek.
Aan het onderzoek namen 448 leerlingen uit 24 klassen deel. Klassen werden random
toegewezen aan positieve groepsvorming (N = 144), een anti-pestprogramma (N =
151) of een controlegroep (N = 153). Verbondenheid werd gemeten met de sub-schaal
‘Comfort’ van de Classroom Peer Context Questionnaire. Pestervaring bij t0 werd
vastgesteld met de Olweus Bully-Victim Questionnaire en gecodeerd als gepest of
niet-gepest.
Multilevelanalyses lieten zien dat beide interventies het gevoel van verbondenheid
verhoogden ten opzichte van de controlegroep. Voor positieve groepsvorming bleek
dit effect afhankelijk van pestervaring: gepeste leerlingen profiteerden minder dan
niet-gepeste leerlingen. Er werd een significante drieweginteractie gevonden tussen
type interventie, tijd en peststatus. Bij het anti-pestprogramma werden geen
verschillen tussen gepeste en niet-gepeste leerlingen gevonden.
Deze resultaten laten zien dat interventies effectief kunnen zijn in het bevorderen van
verbondenheid, maar dat rekening houden met pestervaring belangrijk is voor sociale
inclusie en welzijn van kwetsbare leerlingen.