Scheikunde hf 4, zouten
Scheikunde Nova (malmberg) 4 vwo/gymnasium
Paragraaf 1, Verhoudingsformules van zouten
Metaalatomen staan bij de vorming van een zout elektronen af aan niet-metaalatomen. De
metaalatomen k=vormen hierdoor een positief geladen ion en de niet-metaalatomen een
negatief geladen ion. Positieve en negatieve ionen vormen samen een zout.
● Eigenschappen van zouten
➢ Heel sterke binding
Meeste zouten geen kookpunt (ontleden) Bi42A
➢ Zouten zitten in een ionrooster
Sterk, maar niet vervormbaar
➢ Opgelost vallen de positieve en negatieve ionen uit elkaar
Geleiden stroom in opgeloste toestand
● Enkelvoudige en samengestelde ionen
Enkelvoudige ionen:
Ionen die bestaan uit slechts 1 ion.
Samengestelde ionen:
Ionen die bestaan uit atoomgroepen. De atomen in samengestelde ionen zijn met
atoombindingen aan elkaar verbonden.
bijna alle samengestelde ionen zijn negatief geladen, een uitzondering hierop zijn de
‘ammoniumzouten’.
● Verhoudingsformule
De formule van een zout noem je de verhoudingsformule
Bij een moleculaire stof: Alle atomen uit de molecuulformule vormen een neutraal deeltje met
stofeigenschappen
Bij zouten: De kleinste deeltjes zijn positief of negatieve ionen (micro) Maar het zout is neutraal
(macro)
Positieve en negatieve ionen vormen geen atoom, maar zijn in een bepaalde
verhoudingsformule aanwezig zodat de lading neutraal is
Door: Ilse Keuning Blz 1