Hoofdstuk 2 Duitsland
Paragraaf 2.1 Het Duitse keizerrijk (1871-1919)
Het ontstaan van het keizerrijk
-Frankrijk altijd machtigste mogendheid in de loop van 19e eeuw werd dit Pruisen.
Oorzaken:
-Op het Congres van Wenen (1814) krijgt Pruisen grote gebieden in West-Duitsland
-De bevolking groeide veel sneller in Pruisen dan in Frankrijk
-Industrie ontwikkelde zich sneller in Pruisen sterk leger en wapenindustrie
Een verenigde Duitse staat:
-Naast Pruisen andere staten
-Duitse nationalisten wilden 1 staat Bismarck (kanselier van Pruisen) maakte gebruik van dit
nationalisme en begon een oorlog met Frankrijk (Frans-Duitse oorlog 1870-1871).
-Frankrijk verslagen, Parijs omsingeld
-Bismarck riep in Versailles het Duitse keizerrijk uit met Wilhelm I als koning
Duitsland onder Bismarck
-Einde aan Franse dominantie, Duitse keizerrijk politiek, militair en economisch het sterkst
-Drie grote mogendheden om DU: Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije en Rusland (=gevaar) voorzichtig
buitenlands beleid om ze te vriend te houden allianties met OH en Rus.
-Bismarck is ‘’eerlijke makelaar’’, voorbeeld: bij conflict over bezit van de monding van de rivier de
Congo werden tijdens het Congres van Berlijn (1884) afspraken gemaakt.
-Bismarck wilde geen kolonies maar Duitse nationalisten wel in 1884 akkoord met stichting van
kolonies in Afrika.
Duitsland onder Wilhelm II
-Wilhelm I overlijdt kleinzoon keizer Wilhelm II
-Wilhelm II wil meer macht en aanzien voor Duitsland hij ontslaat Bismarck en begint Weltpolitiek
te voeren: vestiging van een wereldimperium met overzeese kolonies.
-Grote, moderne en sterke oorlogsvloot GB voelt zich bedreigd en zij winnen de wapenwedloop.
-Weltpolitiek geen succes, alleen kleine gebieden veroverd
-Extreme nationalisten hadden ‘’Drang nach dem Osten’’, ze vonden dat het snelgroeiende volk
‘’lebensraum’’ nodig had
-Duitsland werd militaristischer RU/FRA/GB bedreigd en worden bondgenoten (Triple Entente /
Geallieerden) daardoor DU en OH ook sterker verbonden (Triple Alliantie / Centralen).
De eerste wereldoorlog
-Deze rivaliteit leidde tot de WO I (1914)
-Plan van Duitsland (Von Schlieffen): vanuit België Frankrijk via het noorden aanvallen en Parijs
veroveren. Daarna met de trein naar het oosten om Rusland te verslaan.
-Uitwerking plan: Duitse aanval loopt vast boven Parijs Slag bij de Marne.
-Beide legers zijn even sterk ontstaan loopgravenoorlog. Rusland valt aan in het oosten
2 fronten oorlog voor Duitsland (wat ze wilden voorkomen met dit plan). Plan is dus mislukt.
-Voedseltekorten doordat er te weinig arbeidskrachten waren + Britten blokkeren de haven
-Onvrede in Duitsland opstanden/revolutie door het volk Keizer Wilhelm II treedt af
-Sociaaldemocraten grijpen de macht en roepen de Republiek uit
-Wapenstilstand met de Geallieerden Verdrag van Versailles (1919) einde WO I.
, Paragraaf 2.2 De Republiek van Weimar (1919-1933)
Wankelende democratie
-De Grondwet werd vastgesteld in Weimar (vandaar de naam) parlementaire democratie
-Rijkspresident: von Hindenburg (conservatief)
-Hoge ambtenaren hadden hun functie behouden en wilden terug naar vroeger + communisten
probeerden de democratie met opstanden en staatsgrepen omver te werpen.
-Bij de Spartakus-opstand (1919) eisten arbeiders dat het kapitalisme werd afgeschaft. Het leger
trad hard op en vermoordden de leiders. Dit leidde tot rellen.
Het Verdrag van Versailles
-Duitsland: schuldige, verloor tien procent van kolonies en grondgebied, mag slechts een zwak leger
hebben, moet hoge herstelbetalingen doen.
-Dolkstootlegende: democratische leiders vroegen om wapenstilstand verlies oorlog.
-Dit leidde tot het verlies van de meerderheid van de democraten bij de verkiezingen van 1920
vanaf nu twee ‘kampen’: Democraten en antidemocraten.
Crisis en herstel
-Herstelbetalingen leidden tot crisis, DU betaalde niet snel genoeg dus trokken FRA en GB het
Roergebied binnen om materiaal in te nemen als terugbetaling.
-DU overheid liet geld bijdrukken inflatie. Duitse mark verliest waarde.
-Bierkelderputsch: in 1923 probeert Hitler (NSDAP) de macht te grijpen staatsgreep neergeslagen
door het leger. Hij besluit de macht te grijpen via de parlementaire weg.
-Geallieerden zien dat economisch herstel van DU in hun eigen belang was opstel Dawesplan.
-Duitse economie afhankelijk van leningen van de VS DU in de greep van VS
De opkomst van Hitler
-Beurskrach in 1929 zorgde ervoor dat de VS hun leningen terugtrok DU economie stort in.
-Hitler populair door zwakke democratie/aanpak crisis door Republiek van Weimar. Hij beloofde een
einde te maken aan de crisis en het gehate VvV.
-Terreur van de SA: leger van Hitler creëerde chaos zodat hij die chaos kon ‘oplossen’.
-Hitler wordt rijkskanselier in 1933.
De Rijksdagbrand
-Rijksdagbrand: voor de verkeizingen stak een Nederlandse communist het Rijksdaggebouw in
brand Hitler geloofde dat dit het sein was voor communistische revolutie.
-De noodverordening werd afgekondigd (grondrechten werden opgeschort).
-Machtigingswet wordt aangenomen: regering kan wetten maken zonder goedkeuring parlement
Hitler alleenheerser. Einde Weimar-grondwet.
-Reden van indienen: noodsituatie (communistische dreiging in Duitsland) en afschaffen democratie
(Hitler wil absolute macht).
Paragraaf 2.1 Het Duitse keizerrijk (1871-1919)
Het ontstaan van het keizerrijk
-Frankrijk altijd machtigste mogendheid in de loop van 19e eeuw werd dit Pruisen.
Oorzaken:
-Op het Congres van Wenen (1814) krijgt Pruisen grote gebieden in West-Duitsland
-De bevolking groeide veel sneller in Pruisen dan in Frankrijk
-Industrie ontwikkelde zich sneller in Pruisen sterk leger en wapenindustrie
Een verenigde Duitse staat:
-Naast Pruisen andere staten
-Duitse nationalisten wilden 1 staat Bismarck (kanselier van Pruisen) maakte gebruik van dit
nationalisme en begon een oorlog met Frankrijk (Frans-Duitse oorlog 1870-1871).
-Frankrijk verslagen, Parijs omsingeld
-Bismarck riep in Versailles het Duitse keizerrijk uit met Wilhelm I als koning
Duitsland onder Bismarck
-Einde aan Franse dominantie, Duitse keizerrijk politiek, militair en economisch het sterkst
-Drie grote mogendheden om DU: Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije en Rusland (=gevaar) voorzichtig
buitenlands beleid om ze te vriend te houden allianties met OH en Rus.
-Bismarck is ‘’eerlijke makelaar’’, voorbeeld: bij conflict over bezit van de monding van de rivier de
Congo werden tijdens het Congres van Berlijn (1884) afspraken gemaakt.
-Bismarck wilde geen kolonies maar Duitse nationalisten wel in 1884 akkoord met stichting van
kolonies in Afrika.
Duitsland onder Wilhelm II
-Wilhelm I overlijdt kleinzoon keizer Wilhelm II
-Wilhelm II wil meer macht en aanzien voor Duitsland hij ontslaat Bismarck en begint Weltpolitiek
te voeren: vestiging van een wereldimperium met overzeese kolonies.
-Grote, moderne en sterke oorlogsvloot GB voelt zich bedreigd en zij winnen de wapenwedloop.
-Weltpolitiek geen succes, alleen kleine gebieden veroverd
-Extreme nationalisten hadden ‘’Drang nach dem Osten’’, ze vonden dat het snelgroeiende volk
‘’lebensraum’’ nodig had
-Duitsland werd militaristischer RU/FRA/GB bedreigd en worden bondgenoten (Triple Entente /
Geallieerden) daardoor DU en OH ook sterker verbonden (Triple Alliantie / Centralen).
De eerste wereldoorlog
-Deze rivaliteit leidde tot de WO I (1914)
-Plan van Duitsland (Von Schlieffen): vanuit België Frankrijk via het noorden aanvallen en Parijs
veroveren. Daarna met de trein naar het oosten om Rusland te verslaan.
-Uitwerking plan: Duitse aanval loopt vast boven Parijs Slag bij de Marne.
-Beide legers zijn even sterk ontstaan loopgravenoorlog. Rusland valt aan in het oosten
2 fronten oorlog voor Duitsland (wat ze wilden voorkomen met dit plan). Plan is dus mislukt.
-Voedseltekorten doordat er te weinig arbeidskrachten waren + Britten blokkeren de haven
-Onvrede in Duitsland opstanden/revolutie door het volk Keizer Wilhelm II treedt af
-Sociaaldemocraten grijpen de macht en roepen de Republiek uit
-Wapenstilstand met de Geallieerden Verdrag van Versailles (1919) einde WO I.
, Paragraaf 2.2 De Republiek van Weimar (1919-1933)
Wankelende democratie
-De Grondwet werd vastgesteld in Weimar (vandaar de naam) parlementaire democratie
-Rijkspresident: von Hindenburg (conservatief)
-Hoge ambtenaren hadden hun functie behouden en wilden terug naar vroeger + communisten
probeerden de democratie met opstanden en staatsgrepen omver te werpen.
-Bij de Spartakus-opstand (1919) eisten arbeiders dat het kapitalisme werd afgeschaft. Het leger
trad hard op en vermoordden de leiders. Dit leidde tot rellen.
Het Verdrag van Versailles
-Duitsland: schuldige, verloor tien procent van kolonies en grondgebied, mag slechts een zwak leger
hebben, moet hoge herstelbetalingen doen.
-Dolkstootlegende: democratische leiders vroegen om wapenstilstand verlies oorlog.
-Dit leidde tot het verlies van de meerderheid van de democraten bij de verkiezingen van 1920
vanaf nu twee ‘kampen’: Democraten en antidemocraten.
Crisis en herstel
-Herstelbetalingen leidden tot crisis, DU betaalde niet snel genoeg dus trokken FRA en GB het
Roergebied binnen om materiaal in te nemen als terugbetaling.
-DU overheid liet geld bijdrukken inflatie. Duitse mark verliest waarde.
-Bierkelderputsch: in 1923 probeert Hitler (NSDAP) de macht te grijpen staatsgreep neergeslagen
door het leger. Hij besluit de macht te grijpen via de parlementaire weg.
-Geallieerden zien dat economisch herstel van DU in hun eigen belang was opstel Dawesplan.
-Duitse economie afhankelijk van leningen van de VS DU in de greep van VS
De opkomst van Hitler
-Beurskrach in 1929 zorgde ervoor dat de VS hun leningen terugtrok DU economie stort in.
-Hitler populair door zwakke democratie/aanpak crisis door Republiek van Weimar. Hij beloofde een
einde te maken aan de crisis en het gehate VvV.
-Terreur van de SA: leger van Hitler creëerde chaos zodat hij die chaos kon ‘oplossen’.
-Hitler wordt rijkskanselier in 1933.
De Rijksdagbrand
-Rijksdagbrand: voor de verkeizingen stak een Nederlandse communist het Rijksdaggebouw in
brand Hitler geloofde dat dit het sein was voor communistische revolutie.
-De noodverordening werd afgekondigd (grondrechten werden opgeschort).
-Machtigingswet wordt aangenomen: regering kan wetten maken zonder goedkeuring parlement
Hitler alleenheerser. Einde Weimar-grondwet.
-Reden van indienen: noodsituatie (communistische dreiging in Duitsland) en afschaffen democratie
(Hitler wil absolute macht).