Inleiding tot het goederenrecht – Vrije Universiteit B1
Hoorcollege I: Kernbegrippen tot het goederenrecht
Onderwerpen;
1. Vermogensrecht
2. Toepassen van de hoofdregels van het Burgerlijk Wetboek
3. Toepassing van de uitleg van de rechter aan de rechtsregels = jurspudentie
Burgerlijk wetboek= de basis van de Nederlandsw privaaterecht
Internationaal recht = het EU-recht en andere internationale verdragen
Goederenrecht heeft een sterk nationaal karakter
Privaatrecht bestaat uit;
1. Personenrecht
I. Personen & familierecht: natuurlijke personen (BW 1)
- Erfrecht (BW 4)
II. Rechtspersonenrecht: betrekking tot de organisatie van privaatrechtelijke
rechtspersonen ex. Art.2:3 BW (BW 2)
a. Privaatrechtelijke rechtspersonen (BW 2)
b. Publiekrechtelijke rechtspersonen ex. Art.2:1 BW & art.2:2 BW
- Vastgesteld staats & bestuurlijk wetgeving
2. Vermogensrecht: rechten op goederen/zaken
I. Goederenrecht (BW 3 & 5)
II. Verbintenissenrecht (BW 6 – 7 -7A)
Overeenkomst
Bijzondere aspecten va goederenrecht & verbintenissenrecht met
verkeersmiddelen en vervoer (BW 8)
Vermogensrecht onderverdeeld in boek 3;
1. Titel 1: Algemene bepalingen
2. Titel 2: rechtshandelingen
3. Titel 3: volmacht
4. Titel 11: rechtsvorderingen: processuele regels
5. Titel 4 t/m 10: Goederen
Boek 5 BW: Zaken: menselijke beheersing vatbaar
Boek 6,7,7A BW: verbintenissen
Inleiding vak;
1. Algemene regels van het vermogensrecht mbt goederen
2. Rechtsverhouding tussen rechtspersonen en goederen
(Rechts)personen;
1
, A. Natuurlijke personen
B. Privaatrechtelijke rechtspersonen: ex. Art.2:3 BW
C. Publiekrechtelijke rechtspersonen ex. Art.2:1 en 2.2 BW
Art.2:5 BW
Een rechtspersoon staat wat het vermogenrecht betreft, met een natuurlijk persoon
gelijk, tenzzij uit de wet tegendeel voortvloeid
Woonplats van een natuurlijk persoon en eeen rechtspersoon ex.
Art.1:10 BW
Goederen: goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten ex. Art.3:1 BW
Zaken: voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijke objecten ex. Art.3:2 BW
1. Menselijke beheersing
2. Stoffelijk = tastbaar
Art.3:2a BW
GEEN zaken zijn dieren, maar de wettelijke regels met betrekking tot zaken worden
grotendeels van toepassing verklaard op dieren
Iedereen zaak is een goed, maar NIET ieder goed is een zaak; een goed bestaat namelijk ook
uit vermogensrecht.
Vermogensrechten: rechten die overdraagbaar zijn OF er rechthebbende stoffelijk voordeel
te verschaffen OF verkregen zijn in ruil van stoffelijk voordeel ex. Art.3:6 BW
- Kan ook gezamenlijk
Vorderingsrecht
Auteursrecht
Erfpacht recht
B1: Goederen
Goederen;
1. Zaken: menselijke beheersing vatbaar
a. Onroerende zaken ex. Art.3:3 lid 1 BW
b. Roerende zaken ex Art.3:3 lid 2 BW
Dieren zijn geen zaken
2. Vermogensrecht ex. Art.3:6 BW
A. Onroerende zaken ex. Art.3:3 lid 1 BW
a. Grond
b. Gewonnen delfstoffen
c. Grond verenigde beplanting
d. Gebouwen en werken die duurzaam net de grond zijn verenigd rechtstreeks /
door vereniging met andere gebouwen of werken
B. Roerende zaken: alle zaken die niet onroerend zijn ex. Art.3:3 lid 2 BW
2
,A1. Registergoed: zijn goederen voor welke overdracht/ vestiging inschrijving in daartoe
bestemde openbare registers noodzakelijk is ex. Art.3:10 BW
- Zowel zaken als vermogensrechten
I. Onroerende zaken ex. Art.3:89 lid 1 Bw
II. Teboekstaande roerende zaken
III. Vermogensrechten: beperkte rechten op registergoederen
Erfpachtrecht
Opstalrecht
Vruchtgebruik gevestigd op registergoed
Niet-registergoederen: alle overige goederen waarvoor inschrijving in een daartoe bestemde
openbaar register geen vereiste is voor rechtsgeldige overdracht en/of vestiging
Bestandsdelen: twee zaken worden met elkaar worden verbonden ex. Art.3:4 BW
- Van zaken slechts
Verliest zelfstandigheid en gaat op in de hoofdzaak
Beoordeling:
1. Verkeersopvatting: algemeen in Nederland wordt gedacht -> beslist de rechter als er
een discussie ontstaat
2. Schadecriterium: door verbreking van elkaar ontstaat er schade
Rechthebbende kunnen juridisch beschikken over goederen waarop zij recht hebben
Juridische vereisten betreft levering van een roerende zaak niet-registergoed VS. Onroerende
zaak, registergoed en vermogensrecht.
Roerende zaken, niet-registergoed levering;
1. Overgedragen middels bezittingsverschaffig ex. Art.3:90 BW jo. Art.3:114 BW/3:115
BW
Registered => bezitingsverschaffing NIET voldoende
Eisen registergoed, onroerende zaken;
1. Rechtsgeldige noteriele akte van levering
2. Inschrijving in de desbetreffende openbaar registers Kadaster
- Ex. Art.3:89 lid 1 BW
B1: rechtssubjecten, rechtsobjecten en rechtsgevolgen
Vermogensrecht: geeft regels ten opzichte van goederen = rechtsobject
Rechtspersonen = rechtssubjecten die rechten hebben op goederen
Rechtssubject: de personen en rechtspersonen die rechten hebben op een ‘object’
3
, Rechtsobject: waar ziet het recht op, het object waarop de rechtspersoon een recht heeft
Eigendomsrecht op roerende zaken = stoffelijke rechtsobjecten
Auto, laptop
Eigendomsrecht op onroerende zaken = stoffelijk rechtsobject
Perceel met daarop een woonhuis
Vermogensrecht = niet stoffelijke rechtsobject
Vorderingsrecht op naam
Erfpachtrecht
Auteursrecht
Rechtssubjecten verbintenisrechtelijk niet goederrechtelijk rechten hebben op een
rechtsobject
Recht van huur betrekking tot een woonhuis
Rechtsverkeer: onderling handelen van men
A. Rechtsfeiten zonder rechtsgevolgen
B. Rechtsfeiten: Feiten met rechtsgevolgen, waardoor (vermogen)srechten kunnen
ontstaan/tenietgaan
a. Bloot rechtsfeit: zonder menselijk handelen gevolgen voor het recht
Rechtshandeling: handelingen de door een rechtspersoon wordt verricht met het oog om
een rechtsgevolg op een objectieve recht daaraan verbonden
B1: eigendom en rechthebbende
Inhoud;
1. Eigendomsrecht op zaken
2. Absolute vs. Relatieve rechten
3. Rechten van de eigenaar
4. Vorderingsrechten
Eigendomsrecht: zaken bieden deze zakelijke recht, het meest omvattende recht dat een
persoon heeft op een zaak ex. Art.5:1 lid 1 BW
Beperkingen? = art.5:1 lid 2 BW;
i. Niet in strijd zijn met rechten van andere personen
ii. Wettelijke voorschriften moet worden geacht worden -> beperking van het
eigendomsgebruik
Bijzonder = appartementsrecht: gesplits eigendomsrecht ten opzichte van het onroerende
zaak ex. Art.5:106 – 5:147 BW
4
Hoorcollege I: Kernbegrippen tot het goederenrecht
Onderwerpen;
1. Vermogensrecht
2. Toepassen van de hoofdregels van het Burgerlijk Wetboek
3. Toepassing van de uitleg van de rechter aan de rechtsregels = jurspudentie
Burgerlijk wetboek= de basis van de Nederlandsw privaaterecht
Internationaal recht = het EU-recht en andere internationale verdragen
Goederenrecht heeft een sterk nationaal karakter
Privaatrecht bestaat uit;
1. Personenrecht
I. Personen & familierecht: natuurlijke personen (BW 1)
- Erfrecht (BW 4)
II. Rechtspersonenrecht: betrekking tot de organisatie van privaatrechtelijke
rechtspersonen ex. Art.2:3 BW (BW 2)
a. Privaatrechtelijke rechtspersonen (BW 2)
b. Publiekrechtelijke rechtspersonen ex. Art.2:1 BW & art.2:2 BW
- Vastgesteld staats & bestuurlijk wetgeving
2. Vermogensrecht: rechten op goederen/zaken
I. Goederenrecht (BW 3 & 5)
II. Verbintenissenrecht (BW 6 – 7 -7A)
Overeenkomst
Bijzondere aspecten va goederenrecht & verbintenissenrecht met
verkeersmiddelen en vervoer (BW 8)
Vermogensrecht onderverdeeld in boek 3;
1. Titel 1: Algemene bepalingen
2. Titel 2: rechtshandelingen
3. Titel 3: volmacht
4. Titel 11: rechtsvorderingen: processuele regels
5. Titel 4 t/m 10: Goederen
Boek 5 BW: Zaken: menselijke beheersing vatbaar
Boek 6,7,7A BW: verbintenissen
Inleiding vak;
1. Algemene regels van het vermogensrecht mbt goederen
2. Rechtsverhouding tussen rechtspersonen en goederen
(Rechts)personen;
1
, A. Natuurlijke personen
B. Privaatrechtelijke rechtspersonen: ex. Art.2:3 BW
C. Publiekrechtelijke rechtspersonen ex. Art.2:1 en 2.2 BW
Art.2:5 BW
Een rechtspersoon staat wat het vermogenrecht betreft, met een natuurlijk persoon
gelijk, tenzzij uit de wet tegendeel voortvloeid
Woonplats van een natuurlijk persoon en eeen rechtspersoon ex.
Art.1:10 BW
Goederen: goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten ex. Art.3:1 BW
Zaken: voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijke objecten ex. Art.3:2 BW
1. Menselijke beheersing
2. Stoffelijk = tastbaar
Art.3:2a BW
GEEN zaken zijn dieren, maar de wettelijke regels met betrekking tot zaken worden
grotendeels van toepassing verklaard op dieren
Iedereen zaak is een goed, maar NIET ieder goed is een zaak; een goed bestaat namelijk ook
uit vermogensrecht.
Vermogensrechten: rechten die overdraagbaar zijn OF er rechthebbende stoffelijk voordeel
te verschaffen OF verkregen zijn in ruil van stoffelijk voordeel ex. Art.3:6 BW
- Kan ook gezamenlijk
Vorderingsrecht
Auteursrecht
Erfpacht recht
B1: Goederen
Goederen;
1. Zaken: menselijke beheersing vatbaar
a. Onroerende zaken ex. Art.3:3 lid 1 BW
b. Roerende zaken ex Art.3:3 lid 2 BW
Dieren zijn geen zaken
2. Vermogensrecht ex. Art.3:6 BW
A. Onroerende zaken ex. Art.3:3 lid 1 BW
a. Grond
b. Gewonnen delfstoffen
c. Grond verenigde beplanting
d. Gebouwen en werken die duurzaam net de grond zijn verenigd rechtstreeks /
door vereniging met andere gebouwen of werken
B. Roerende zaken: alle zaken die niet onroerend zijn ex. Art.3:3 lid 2 BW
2
,A1. Registergoed: zijn goederen voor welke overdracht/ vestiging inschrijving in daartoe
bestemde openbare registers noodzakelijk is ex. Art.3:10 BW
- Zowel zaken als vermogensrechten
I. Onroerende zaken ex. Art.3:89 lid 1 Bw
II. Teboekstaande roerende zaken
III. Vermogensrechten: beperkte rechten op registergoederen
Erfpachtrecht
Opstalrecht
Vruchtgebruik gevestigd op registergoed
Niet-registergoederen: alle overige goederen waarvoor inschrijving in een daartoe bestemde
openbaar register geen vereiste is voor rechtsgeldige overdracht en/of vestiging
Bestandsdelen: twee zaken worden met elkaar worden verbonden ex. Art.3:4 BW
- Van zaken slechts
Verliest zelfstandigheid en gaat op in de hoofdzaak
Beoordeling:
1. Verkeersopvatting: algemeen in Nederland wordt gedacht -> beslist de rechter als er
een discussie ontstaat
2. Schadecriterium: door verbreking van elkaar ontstaat er schade
Rechthebbende kunnen juridisch beschikken over goederen waarop zij recht hebben
Juridische vereisten betreft levering van een roerende zaak niet-registergoed VS. Onroerende
zaak, registergoed en vermogensrecht.
Roerende zaken, niet-registergoed levering;
1. Overgedragen middels bezittingsverschaffig ex. Art.3:90 BW jo. Art.3:114 BW/3:115
BW
Registered => bezitingsverschaffing NIET voldoende
Eisen registergoed, onroerende zaken;
1. Rechtsgeldige noteriele akte van levering
2. Inschrijving in de desbetreffende openbaar registers Kadaster
- Ex. Art.3:89 lid 1 BW
B1: rechtssubjecten, rechtsobjecten en rechtsgevolgen
Vermogensrecht: geeft regels ten opzichte van goederen = rechtsobject
Rechtspersonen = rechtssubjecten die rechten hebben op goederen
Rechtssubject: de personen en rechtspersonen die rechten hebben op een ‘object’
3
, Rechtsobject: waar ziet het recht op, het object waarop de rechtspersoon een recht heeft
Eigendomsrecht op roerende zaken = stoffelijke rechtsobjecten
Auto, laptop
Eigendomsrecht op onroerende zaken = stoffelijk rechtsobject
Perceel met daarop een woonhuis
Vermogensrecht = niet stoffelijke rechtsobject
Vorderingsrecht op naam
Erfpachtrecht
Auteursrecht
Rechtssubjecten verbintenisrechtelijk niet goederrechtelijk rechten hebben op een
rechtsobject
Recht van huur betrekking tot een woonhuis
Rechtsverkeer: onderling handelen van men
A. Rechtsfeiten zonder rechtsgevolgen
B. Rechtsfeiten: Feiten met rechtsgevolgen, waardoor (vermogen)srechten kunnen
ontstaan/tenietgaan
a. Bloot rechtsfeit: zonder menselijk handelen gevolgen voor het recht
Rechtshandeling: handelingen de door een rechtspersoon wordt verricht met het oog om
een rechtsgevolg op een objectieve recht daaraan verbonden
B1: eigendom en rechthebbende
Inhoud;
1. Eigendomsrecht op zaken
2. Absolute vs. Relatieve rechten
3. Rechten van de eigenaar
4. Vorderingsrechten
Eigendomsrecht: zaken bieden deze zakelijke recht, het meest omvattende recht dat een
persoon heeft op een zaak ex. Art.5:1 lid 1 BW
Beperkingen? = art.5:1 lid 2 BW;
i. Niet in strijd zijn met rechten van andere personen
ii. Wettelijke voorschriften moet worden geacht worden -> beperking van het
eigendomsgebruik
Bijzonder = appartementsrecht: gesplits eigendomsrecht ten opzichte van het onroerende
zaak ex. Art.5:106 – 5:147 BW
4