Medische kennis les 1 deel 2 Hormonale stelsel
Vegetatieve functies dat zijn alle functies die er op gericht zijn om de cellen in leven te
houden en die vegetatieve functies, circulatie, ademhalingsstelsel moeten nauw met elkaar
samenwerken en er zijn twee regulerende orgaansystemen die ervoor zorgen dat die
samenwerking goed verloopt. Vegetatief en hormoonstelsel
Homeostase
Twee systemen die de homeostase proberen te handhaven
Homeostase is het in balans houden van alle processen
Zenuwstelsel
Hormoonstelsel
Stemmen samen af voor de vegetatieve functies
Het mechanisme waarbij iets te hoogt wordt en je lichaam het bijstuurt noemen we dit
negatieve feedback.
Zenuwstelsel werkt heel snel met elektrische signalen
Impulsen ( elketrische signalen)
Neurotransmitters ( sympathisch zenuwstelsel adrenaline, parasympatisch
zenuwstelsel acetylcholine )
Snel
Kort effect
Hormonale stelsel
Hormonen (chemisch)
Trager
Effect voor langere duur
Deze twee systemen werken nauw met elkaar samen
Hormoon
Endocrien secretie
Chemische boodschapstofjes afgegeven door een klier ( schildklier )
Chemische boodschapstof ( eiwit- of steroïdstructuur
Meestal geproduceerd door kliercellen
Afgifte in het bloed
Effect elders in het lichaam (doelwitcellen/doelwitorganen)
Stofjes werken alleen op een bepaalde receptor hormonen worde afgegeven door de klieren
komen in het bloed en het moet passen op de receptor ( sleutel in het slot ) dan treed er een
effect op.
Endocriene secretie = worden deze stofjes afgegeven in het bloed, binden aan de juiste
receptor op het doelwit orgaan alleen het orgaan waar het hormoon effect op moet hebben
heeft de juiste receptor en dit noem je het doelwitorgaan er is er geen sprake van een
afvoerbuis.
,Exocriene secretie= worden de stofjes afgegeven aan het externe milieu zoals: zweet,
spijsverteringsenzymen
Hormoonklieren
Endocriene klieren
Pituitary gland = hypofyse
Thyroid = schidklier
Pancreas = alvleesklier is zowel endocrien als exocrien vanwege het afscheiden van
het verteringsenzym. Endocrien is het regelen van de glucose/glucagon
Adrena gland = bijnieren
Ovaries = eierstokken
Testes = zaadballen
Endocrien= Afgifte aan het bloed
Exocrien = afgifte aan de buitenwereld ( zweet, traanvocht, verteringsenzym)
Hypothalamus-hypofysesysteem
Hypothalamus is onderdeel van de hersenstam. Opgebouwd uit zenuwweefsel en staat in
verbinding met de hypofyse.
Hypofyse kunnen beschrijven als de mastergland = de opperhormoon klier want die maakt
veel hormonen aan die andere hormoon klieren weer aansturen. De hypofyse die stuurt de
hypothalamus weer aan.
De hypofyse zelf is een hormoon klier die aangezet wordt door de hypothalmus. De
hypothalamus meet de osmolaiteit van het bloed, ook de temperatuurregulatie.
De hypothalamus maakt: Hormonen die de hypofyse aan kan zetten tot extra hormonen of
die de hypofyse kan remmen
Hypofyseachterkwab ( neurohypofyse ) bestaat uit zenuwweefsel
ADH (antidiuretisch hormoon ) aanmaak in de hypothalamus en bewaard in de hypofyse
achterkwab en zo nodig afgegeven
Doelwitorgaan = de nier
Stimuleert de reabsorptie van water en zout (osmoregulatie)
Oxytocine aanmaak in de hypothalamus doorgegeven aan de hypofyseachterkwab
Doelwitorgaan: baarmoeder en borstklieren
Contractie baarmoeder
Afgifte melk door de borstklieren> toeschietreflex
Knuffelhormoon
Deze worden aangemaakt in de hypothalamus en bewaard is de hypofyse en afgegeven als
de hypothalamus wordt geprikkeld.
Werken op een andere manier.
, Hypofysevoorkwab (klier) ( adenohypofyse ) die wordt aangestuurd door de hypothalamus
door hormonen en dan maakt die zelf ook een heleboel hormonen aan die we in 2 groepen
kunnen verdelen
Glandotrope hormonen (effect op andere hormoonklieren)
TSH = Thyroïdstimulerend hormoon > Schildklier
ACTH = adrenocorticotroop hormoon > bijnierschors
FSH = follikelstimulerend hormoon > Eierstokken/zaadballen
LH = Luteïniserend hormoon > Eierstokken zorgt voor de eisprong en aanmaak
progresteron ( gelijk aan ICSH interstitiële cellen stimulerend hormoon)> zaadballen
Effecthormonen ( direct effect op lichaamsfuncties)
GH = groeihormoon ( somatotroop hormoon, STH) > Alle lichaamscellen
MSH = Melanocystestimulerend hormoon > Huid
Prolactine > zorgt voor melkproductie in de melkklieren
Voorkwab is een hormoon klier wordt aangestuurd door de hypothalamus en maakt deze
hormonen als de voorkwab gestimuleerd wordt
Voorbeeld Negatieve feedback
Prikkel ADH is dat de osmotische waarde van het bloed stijft> dit wordt gemeten door de
osmoreceptoren in de hypothalamus daar zit ook het regelcentrum, hypothalamus die maakt
ADH aan de hypofyse geeft ADH af aan het bloed, effect van ADH op verzamelbuisjes in de
nier. Vervolgens zie je dat de osmotische waarde van het bloed daalt omdat er meer vocht
vast gehouden wordt.
Op het moment dat de celstofwisseling te traag gaat dat in het lichaam gemten wordt dan
gaat de hypothalamus TRH aanmaken. Dat heeft een positief effect op de hypofyse voorkwab
en deze gaat dan TSH aanmaken. Hormoon komt in het bloed gaat door het lichaam maar de
schildklier heeft de juiste receptoren ervoor en die gaat T3 en T4 aanmaken dus je
stofwisseling gaat omhoog. Als er veel schildklier hormoon aanwezig wordt dit gemeten in de
hypothalamus en dan wordt de aanmaak geremd.
Schildklier
Glandula thyroidea
Negatieve feedback/regelkring
Jodium noodzakelijk voor aanmaak schildklierhormoon
T3 en T4 ( tri-jodothyronine en thyroxine)
Stimuleren celstofwisseling in alle lichaamscellen
Je hebt jodium nodig om schildklier hormoon aan te maken. De schildklier hormoon
stimuleert de stofwisseling in alle lichaamscellen. Op het moment dat er teveel schildklier
hormoon is val je af dan heb je dus een hele snelle stofwisseling.
Vegetatieve functies dat zijn alle functies die er op gericht zijn om de cellen in leven te
houden en die vegetatieve functies, circulatie, ademhalingsstelsel moeten nauw met elkaar
samenwerken en er zijn twee regulerende orgaansystemen die ervoor zorgen dat die
samenwerking goed verloopt. Vegetatief en hormoonstelsel
Homeostase
Twee systemen die de homeostase proberen te handhaven
Homeostase is het in balans houden van alle processen
Zenuwstelsel
Hormoonstelsel
Stemmen samen af voor de vegetatieve functies
Het mechanisme waarbij iets te hoogt wordt en je lichaam het bijstuurt noemen we dit
negatieve feedback.
Zenuwstelsel werkt heel snel met elektrische signalen
Impulsen ( elketrische signalen)
Neurotransmitters ( sympathisch zenuwstelsel adrenaline, parasympatisch
zenuwstelsel acetylcholine )
Snel
Kort effect
Hormonale stelsel
Hormonen (chemisch)
Trager
Effect voor langere duur
Deze twee systemen werken nauw met elkaar samen
Hormoon
Endocrien secretie
Chemische boodschapstofjes afgegeven door een klier ( schildklier )
Chemische boodschapstof ( eiwit- of steroïdstructuur
Meestal geproduceerd door kliercellen
Afgifte in het bloed
Effect elders in het lichaam (doelwitcellen/doelwitorganen)
Stofjes werken alleen op een bepaalde receptor hormonen worde afgegeven door de klieren
komen in het bloed en het moet passen op de receptor ( sleutel in het slot ) dan treed er een
effect op.
Endocriene secretie = worden deze stofjes afgegeven in het bloed, binden aan de juiste
receptor op het doelwit orgaan alleen het orgaan waar het hormoon effect op moet hebben
heeft de juiste receptor en dit noem je het doelwitorgaan er is er geen sprake van een
afvoerbuis.
,Exocriene secretie= worden de stofjes afgegeven aan het externe milieu zoals: zweet,
spijsverteringsenzymen
Hormoonklieren
Endocriene klieren
Pituitary gland = hypofyse
Thyroid = schidklier
Pancreas = alvleesklier is zowel endocrien als exocrien vanwege het afscheiden van
het verteringsenzym. Endocrien is het regelen van de glucose/glucagon
Adrena gland = bijnieren
Ovaries = eierstokken
Testes = zaadballen
Endocrien= Afgifte aan het bloed
Exocrien = afgifte aan de buitenwereld ( zweet, traanvocht, verteringsenzym)
Hypothalamus-hypofysesysteem
Hypothalamus is onderdeel van de hersenstam. Opgebouwd uit zenuwweefsel en staat in
verbinding met de hypofyse.
Hypofyse kunnen beschrijven als de mastergland = de opperhormoon klier want die maakt
veel hormonen aan die andere hormoon klieren weer aansturen. De hypofyse die stuurt de
hypothalamus weer aan.
De hypofyse zelf is een hormoon klier die aangezet wordt door de hypothalmus. De
hypothalamus meet de osmolaiteit van het bloed, ook de temperatuurregulatie.
De hypothalamus maakt: Hormonen die de hypofyse aan kan zetten tot extra hormonen of
die de hypofyse kan remmen
Hypofyseachterkwab ( neurohypofyse ) bestaat uit zenuwweefsel
ADH (antidiuretisch hormoon ) aanmaak in de hypothalamus en bewaard in de hypofyse
achterkwab en zo nodig afgegeven
Doelwitorgaan = de nier
Stimuleert de reabsorptie van water en zout (osmoregulatie)
Oxytocine aanmaak in de hypothalamus doorgegeven aan de hypofyseachterkwab
Doelwitorgaan: baarmoeder en borstklieren
Contractie baarmoeder
Afgifte melk door de borstklieren> toeschietreflex
Knuffelhormoon
Deze worden aangemaakt in de hypothalamus en bewaard is de hypofyse en afgegeven als
de hypothalamus wordt geprikkeld.
Werken op een andere manier.
, Hypofysevoorkwab (klier) ( adenohypofyse ) die wordt aangestuurd door de hypothalamus
door hormonen en dan maakt die zelf ook een heleboel hormonen aan die we in 2 groepen
kunnen verdelen
Glandotrope hormonen (effect op andere hormoonklieren)
TSH = Thyroïdstimulerend hormoon > Schildklier
ACTH = adrenocorticotroop hormoon > bijnierschors
FSH = follikelstimulerend hormoon > Eierstokken/zaadballen
LH = Luteïniserend hormoon > Eierstokken zorgt voor de eisprong en aanmaak
progresteron ( gelijk aan ICSH interstitiële cellen stimulerend hormoon)> zaadballen
Effecthormonen ( direct effect op lichaamsfuncties)
GH = groeihormoon ( somatotroop hormoon, STH) > Alle lichaamscellen
MSH = Melanocystestimulerend hormoon > Huid
Prolactine > zorgt voor melkproductie in de melkklieren
Voorkwab is een hormoon klier wordt aangestuurd door de hypothalamus en maakt deze
hormonen als de voorkwab gestimuleerd wordt
Voorbeeld Negatieve feedback
Prikkel ADH is dat de osmotische waarde van het bloed stijft> dit wordt gemeten door de
osmoreceptoren in de hypothalamus daar zit ook het regelcentrum, hypothalamus die maakt
ADH aan de hypofyse geeft ADH af aan het bloed, effect van ADH op verzamelbuisjes in de
nier. Vervolgens zie je dat de osmotische waarde van het bloed daalt omdat er meer vocht
vast gehouden wordt.
Op het moment dat de celstofwisseling te traag gaat dat in het lichaam gemten wordt dan
gaat de hypothalamus TRH aanmaken. Dat heeft een positief effect op de hypofyse voorkwab
en deze gaat dan TSH aanmaken. Hormoon komt in het bloed gaat door het lichaam maar de
schildklier heeft de juiste receptoren ervoor en die gaat T3 en T4 aanmaken dus je
stofwisseling gaat omhoog. Als er veel schildklier hormoon aanwezig wordt dit gemeten in de
hypothalamus en dan wordt de aanmaak geremd.
Schildklier
Glandula thyroidea
Negatieve feedback/regelkring
Jodium noodzakelijk voor aanmaak schildklierhormoon
T3 en T4 ( tri-jodothyronine en thyroxine)
Stimuleren celstofwisseling in alle lichaamscellen
Je hebt jodium nodig om schildklier hormoon aan te maken. De schildklier hormoon
stimuleert de stofwisseling in alle lichaamscellen. Op het moment dat er teveel schildklier
hormoon is val je af dan heb je dus een hele snelle stofwisseling.