Medische kennis les 7 lever en leverfalen
Anatomie en fysiologie van de lever
De lever is een van de grootste organen van ons lichaam
De lever heeft een bijzondere positie alle bloed van de darmen komt
eerst langs door de lever en gaat dan door naar het systeem via de
vena cava
De lever speelt een belangrijke rol bij voedselvertering en daarnaast heeft
de lever de eerste keus uit het voedsel wat via de darmen wordt
aangeboden. Alleen het eerste en laatste stukje van de darmen gaat niet
langs de lever.
Het maagdarm stelsel heeft een samenwerking waarbij de lever en de
alvleesklier een belangrijke rol spelen als zij organen bij de vertering
Vertering
Mechanisch gebeurt door kauwen, kneden etc.
Chemisch gebeurt door enzymen of zuur
Uiteindelijk is het doel van eten en verteren dat de voeding wordt klein
gemaakt tot de kleinste eenheden denk aan enkelvoudige suikers,
cholesterol, aminozuren, vetzuren, glycerol. En die kleinste eenheden
kunnen worden opgenomen in de dunne darm die heeft daarvoor een heel
groot oppervlakte. Daarnaast wordt er in het colon voornamelijk vitamine
K opgenomen en water. Vit K wordt in het colon gemaakt door vitamines
De lever heeft een afvoer een afvoerbuis en die gaat naar de 12 vingerige
darm daarmee gooit die gal in de 12 vingerige darm. Omgekeerd heeft de
lever ook een opslag, galblaas en die komt samen met de afvoer van de
lever en die gooien samen gal in de 12 vingerige darm. Gal is een vocht
dat betrokken is bij de vertering.
Macronutriënten ( grote voedingselementen )
Micronutriënten ( kleine voedingselementen zouten en vitamines )
Vetten, eiwitten, koolhydraten en die vetten worden afgebroken tot bijv.
tryglyceride, vetzuren, glycerol. Suikers worden afgebroken tot
enkelvoudige suikers zoals glucose en eiwitten tot aminozuren. Glucose is
de favoriete brandstof hier wordt energie uit gehaald en slaan we op als
ATP. Uiteindelijk heb je bouwstoffen en energie daaruit kan je weer spieren
opbouwen en voorraden. Voorraden glycogeen in de lever en vet in
vetcellen
De lever is een belangrijk orgaan omdat al het bloed van de darmen langs
de lever gaat dit noemen we het portale bloed. Alleen het bovenste en
onderste stukje van de darmen niet daarom kunnen we ook een zetpil
, nemen want dit komt direct in het lichaam. Net als een spray onder je tong
dit komt gelijk in het bloed.
Lever (hepar)
Aanvoer: De lever heeft daardoor een dubbele bloedvoorziening. De
arterie hepatica deze komt uiteindelijk uit de aorta en de vena porta.
Bloed uit de darmen en uit de arterie is de bloedvoorziening van de lever.
Afvoer vena hepatica daar zijn meerdere van naar de vena cava
Goed om te weten dat sommige medicamenten worden opgenomen via de
slijmvliezen en niet langs de lever gaat.
De lever voert ook gal af daarvoor heeft de lever een algemene galbuis uit
de linker en de rechter kant van de lever komt een galbuis. Heeft ook een
opslag de galblaas en die komt bij die galbuis en daardoor heb je een
gemeenschappelijke galbuis en deze komt uit in de 12 vingerige darm.
Galblaas en galwegen
De lever krijgt een algemene galgang common hepaticus ductus komt
samen met de buis van de galblaas ( de galblaasbuis ) en de
gemeenschappelijke lever buis en vormen dan een algemene galbuis die
noemen we de ductus choledocus genoemd en dan komt er gal in het
duodenum
Samenstelling van gal: Gal bestaat uit water galzouten, afvalproducten
zoals conjugeert bilirubine en cholesterol. De gal is belangrijk vooral door
de galzouten. De galzouten die emogeren vet in de voeding. Het vet wordt
in stukjes gehakt door gal en daardoor is het makkelijker te verteren naast
dat gal erbij komt er ook verteringsenzymen en base uit de alvleesklier en
die komt ook samen met de algemene galbuis. De alvleesklier is belangrijk
omdat hij zorgt voor vertering van eiwitten vetten en koolhydraten
De alvleesklier gooit er amylase bij voor de vertering van koolhydraten.
Lipase voor vetten en trepsine voor eiwitten. De alvleesklier zorgt door
exocriene functie door wat er naar buiten gaat dat vetten, koolhydraten en
eiwitten kunnen worden verteerd.
Als de verteerde voedingstoffen in het bloed komen zegt de alvleesklier
wat er mee moet gebeuren omdat hij insuline (anabool) en glucagon
(kanabool) afscheid na elke maaltijd. In de nacht wat meer glucagon en
minder insuline.
Fysiologie van de lever
De lever krijgt de voeding van de darmen en heeft de eerste keus.
Anatomie en fysiologie van de lever
De lever is een van de grootste organen van ons lichaam
De lever heeft een bijzondere positie alle bloed van de darmen komt
eerst langs door de lever en gaat dan door naar het systeem via de
vena cava
De lever speelt een belangrijke rol bij voedselvertering en daarnaast heeft
de lever de eerste keus uit het voedsel wat via de darmen wordt
aangeboden. Alleen het eerste en laatste stukje van de darmen gaat niet
langs de lever.
Het maagdarm stelsel heeft een samenwerking waarbij de lever en de
alvleesklier een belangrijke rol spelen als zij organen bij de vertering
Vertering
Mechanisch gebeurt door kauwen, kneden etc.
Chemisch gebeurt door enzymen of zuur
Uiteindelijk is het doel van eten en verteren dat de voeding wordt klein
gemaakt tot de kleinste eenheden denk aan enkelvoudige suikers,
cholesterol, aminozuren, vetzuren, glycerol. En die kleinste eenheden
kunnen worden opgenomen in de dunne darm die heeft daarvoor een heel
groot oppervlakte. Daarnaast wordt er in het colon voornamelijk vitamine
K opgenomen en water. Vit K wordt in het colon gemaakt door vitamines
De lever heeft een afvoer een afvoerbuis en die gaat naar de 12 vingerige
darm daarmee gooit die gal in de 12 vingerige darm. Omgekeerd heeft de
lever ook een opslag, galblaas en die komt samen met de afvoer van de
lever en die gooien samen gal in de 12 vingerige darm. Gal is een vocht
dat betrokken is bij de vertering.
Macronutriënten ( grote voedingselementen )
Micronutriënten ( kleine voedingselementen zouten en vitamines )
Vetten, eiwitten, koolhydraten en die vetten worden afgebroken tot bijv.
tryglyceride, vetzuren, glycerol. Suikers worden afgebroken tot
enkelvoudige suikers zoals glucose en eiwitten tot aminozuren. Glucose is
de favoriete brandstof hier wordt energie uit gehaald en slaan we op als
ATP. Uiteindelijk heb je bouwstoffen en energie daaruit kan je weer spieren
opbouwen en voorraden. Voorraden glycogeen in de lever en vet in
vetcellen
De lever is een belangrijk orgaan omdat al het bloed van de darmen langs
de lever gaat dit noemen we het portale bloed. Alleen het bovenste en
onderste stukje van de darmen niet daarom kunnen we ook een zetpil
, nemen want dit komt direct in het lichaam. Net als een spray onder je tong
dit komt gelijk in het bloed.
Lever (hepar)
Aanvoer: De lever heeft daardoor een dubbele bloedvoorziening. De
arterie hepatica deze komt uiteindelijk uit de aorta en de vena porta.
Bloed uit de darmen en uit de arterie is de bloedvoorziening van de lever.
Afvoer vena hepatica daar zijn meerdere van naar de vena cava
Goed om te weten dat sommige medicamenten worden opgenomen via de
slijmvliezen en niet langs de lever gaat.
De lever voert ook gal af daarvoor heeft de lever een algemene galbuis uit
de linker en de rechter kant van de lever komt een galbuis. Heeft ook een
opslag de galblaas en die komt bij die galbuis en daardoor heb je een
gemeenschappelijke galbuis en deze komt uit in de 12 vingerige darm.
Galblaas en galwegen
De lever krijgt een algemene galgang common hepaticus ductus komt
samen met de buis van de galblaas ( de galblaasbuis ) en de
gemeenschappelijke lever buis en vormen dan een algemene galbuis die
noemen we de ductus choledocus genoemd en dan komt er gal in het
duodenum
Samenstelling van gal: Gal bestaat uit water galzouten, afvalproducten
zoals conjugeert bilirubine en cholesterol. De gal is belangrijk vooral door
de galzouten. De galzouten die emogeren vet in de voeding. Het vet wordt
in stukjes gehakt door gal en daardoor is het makkelijker te verteren naast
dat gal erbij komt er ook verteringsenzymen en base uit de alvleesklier en
die komt ook samen met de algemene galbuis. De alvleesklier is belangrijk
omdat hij zorgt voor vertering van eiwitten vetten en koolhydraten
De alvleesklier gooit er amylase bij voor de vertering van koolhydraten.
Lipase voor vetten en trepsine voor eiwitten. De alvleesklier zorgt door
exocriene functie door wat er naar buiten gaat dat vetten, koolhydraten en
eiwitten kunnen worden verteerd.
Als de verteerde voedingstoffen in het bloed komen zegt de alvleesklier
wat er mee moet gebeuren omdat hij insuline (anabool) en glucagon
(kanabool) afscheid na elke maaltijd. In de nacht wat meer glucagon en
minder insuline.
Fysiologie van de lever
De lever krijgt de voeding van de darmen en heeft de eerste keus.