Vragen:
1. Wat kenmerkt een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS)?
2. Wat zijn obsessies?
3. Wat zijn compulsies?
4. Hebben compulsies altijd een reëel verband met de gevreesde situatie?
5. Welke emoties kunnen obsessies veroorzaken bij een cliënt?
6. Wat is een veelvoorkomend kenmerk van cliënten met OCS?
7. Hoe varieert het realiteitsbesef bij OCS?
8. Wat is de prevalentie van OCS?
9. Op welke leeftijd ontstaat OCS meestal?
10.Wanneer begint OCS meestal niet?
11.Zijn er stoornissen verwant aan OCS?
12.Wat is de etiopathogenese van OCS?
13.Wat stelt Mowers twee-factorentheorie over dwanggedrag?
14.Wat is het verschil tussen normale intrusieve gedachten en obsessieve gedachten?
15.Wat is de basis van Becks emotietheorie met betrekking tot OCS?
16.Wat is het metacognitieve model van OCS?
17.Waarom wordt er veel aandacht besteed aan metacognities in de behandeling van
OCS?
18.Hoe spelen metacognities een rol in het verergeren van OCS?
19.Wat is het effect van het uitvoeren van dwanghandelingen bij OCS?
20.Wat gebeurt er wanneer de cliënt zijn dwanghandelingen niet uitvoert?
21.Welke hersensystemen worden geassocieerd met OCS?
, 22.Wat houdt het concept van ‘verantwoordelijkheid’ in bij OCS?
23.Waarom kunnen cliënten met OCS moeite hebben met onzekerheid?
24.Wat is het verschil tussen de inhoud van intrusieve gedachten bij mensen met en
zonder OCS?
25.Wat is het doel van de behandeling volgens het metacognitieve model van OCS?
26.Hoe kunnen emotionele reacties de symptomen van OCS verergeren?
27.Wat is het risico van vermijdingsgedrag in de context van OCS?
28.Hoe kan het metacognitieve model OCS beter verklaren dan andere theorieën?
29.Wat is het effect van onzekerheid op cliënten met OCS?
30.Wat is de belangrijkste focus van CGT in de behandeling van OCS?
31.Wat is het model van O’Connor in relatie tot dwanggedrag?
32.Waarom voert een cliënt dwanghandelingen uit volgens O’Connor?
33.Wat is haperende realiteitstoetsing?
34.Wat is de ‘Inference Based Approach’ bij OCS?
35.Hoeveel tijd gaat er gemiddeld voorbij tussen het ontstaan van OCS en de start van
behandeling?
36.Waarom zoeken cliënten vaak lang uitstel voor behandeling van OCS?
37.Waarom is goede diagnostiek van OCS belangrijk?
38.Wat is het beloop van OCS bij 60% van de cliënten?
39.Hoe wordt OCS meestal vastgesteld?
40.Wat moet er altijd nagevraagd worden wanneer OCS is vastgesteld?
41.Waarom moet de impact van OCS-klachten op naasten worden ingeschat?
42.Waarom is differentiële diagnostiek belangrijk bij OCS?
43.Wat moet je uitvragen om OCS te onderscheiden van andere stoornissen?
44.Wat is een mogelijk onderscheid tussen OCS en een eetstoornis?