Hoogcollege 1
3 stappenmethode van Pinto is de rode draad in deze module:
1. Leer je eigen waarden, normen en gedragscodes kennen. Welke hebben invloed op
jouw denken, handelen en communiceren?
2. Leer de (cultuurgebonden) normen, waarden en gedragscodes van de ander kennen.
Scheidt meningen van feiten. Wat is de functie van het ‘vreemde’ gedrag van de
ander?
3. Hoe ga je om met de verschillen? Waar ligt jouw grens van aanpassing aan en
acceptatie van de ander?
Cultuur:
● Is het geheel van veronderstellingen, opvattingen, waarden, normen en de materiële
uitdrukking ervan die in de samenleving of groep gedeeld en overgeleverd worden.
● De mentale programmering = ‘de software of the mind’
praktijken
waarde
n
rituelen
helden
symbolen
Culturen:
,Een evoluerend systeem van generatie op generatie doorgegeven regels waaraan een groep
mensen -vaak onbewust- gehoorzaamt, dat bovendien referentiekader is van en voor het
gedrag en dat de kijk op de wereld bepaalt.
Twee soorten culturen:
● G-culturen: grofmazige culturen, er worden wel regels gesteld maar niet heel veel.
o Piramide van Maslow
o Er bestaan algemene gedragsregels. Het individu dient deze zelf te vertalen
naar gedragsregels voor specifieke situatie
o Minden (omvang) en minder (intensiteit) sterke affectieve bindingen
● F-culturen: fijnmazige culturen, er worden heel veel regels gesteld.
o Piramide van Pinto
o Voor vrijwel iedere situatie bestaan gedetailleerde gedragsregels. Het individu
leeft deze regels na
o Veel en sterke affectieve bindingen
F- of WIJ- cultuur G- of IK-cultuur
De groep (familie) is belangrijk. Het individu is belangrijk.
“Wat zal de familie ervan zeggen?” “Mag ik dat van mezelf?”
(schaamte)
(schuld)
“De familie moet trots op me kunnen
“Ik ben trots op wat ik kan!” (persoonlijk
zijn!” (groepseer)
succes)
Het voorkomen van: Het voorkomen van:
● gezichtsverlies ● schuld
, ● schaamte, schande Het nastreven van:
Het nastreven van: ● persoonlijk geluk, succes
● eer ● zelfwaardering
● respect ● eerlijkheid (integriteit)
● waardering van de groep
● de twee culturen zijn uitersten
● het zijn ideaaltypen / modellen
o dus het is een zwart-wit-plaatje. Het doel hiervan:
▪ verschillen zien en begrijpen
▪ gedrag ‘verklaren’
▪ door de bomen het bos zien
● een sterk vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid
● een handig hulpmiddel om verschillen te ontdekken
Zes dimensies van culturen
Waarin verschillen culturen van elkaar volgens Hofstede?
De dichotome indeling van culturen is veel te ongenuanceerd
● Een model waarbij gedragsverschillen in kaart worden gebracht
● Zes dimensies van nationale cultuur worden onderscheiden:
o Machtafstand
o Individualisme / collectivisme
o Masculien / feminien
o Onzekerheidsvermijding
o Lange / korte termijnoriëntatie
o Hedonisme / soberheid
Machtsafstand: de mate waarin een samenleving het feit accepteert, dat macht in instituties
en organisaties ongelijk is verdeeld.
Voorbeelden:
● Hoe verhoud jij je tot je ouders, grootouders?
o Aanspreken, tegenspreken
● Hoe verhoud jij je tot je docent, professor?
o Met ‘je’ of ‘u’ aanspreken
o Inbreng docent of (mede) inbreng student
● Hoe verhoud jij je tot je baas?
o Sterke of zwakker hiërarchie