Recht in het algemeen
Rechtsbronnen:
1. Wet
2. Jurisprudentie → Uitspraak van vorige casus gebruiken als uitgangspunt voor een casus.
De uitspraak varieert in ‘sterkte’
Hoge raad → Als zij iets zeggen staat het vast als richtlijn
5 gerechtshoven → Zitten op verschillende locaties
Rechtbanken → Kantonrechters
3. Gewoonte
4. Verdragen en sommige besluiten van internationale organisaties → Verdragen staan boven
de wet.
Objectief recht → Geldt voor iedereen
Subjectief recht → Is op 1 persoon of 1 deel van de samenleving van toepassing
Materieel recht → Inhoud van de wet
- Privaatrecht (BW)
- Strafrecht (Sr)
- Bestuursrecht (Awb)
Formeel recht → De vorm of procedure staat centraal, niet de inhoud
- Burgerlijk procesrecht (Rv)
- Strafprocesrecht (Sv)
- Bestuursprocesrecht (Awb)
Publiekrecht → Regels over inrichting Staat, bevoegdheden van zijn organen en uitvoering van
exclusief aan de overheid opgedragen taken
- Staatsrecht → Regels over organisatie van de Staat, op de bevoegdheden van
staatsorganen en op de grondrechten.
- Bestuursrecht → Bevoegdheden van bestuursorganen.
- Bestuursorganen → Regering, gemeenten, provincies, waterschappen
- Trias Politica → Staatsmacht moet worden gescheiden in drie machten:
- De wetgevende macht → Regering
- De uitvoerende macht → Regering en Staten generaal
- De rechtsprekende macht → Rechterlijke macht
-
- Strafrecht → Welke feiten strafbaar zijn, wie de dader is en welke sancties er zijn.
- Materieel Strafrecht (Sr) → Strafbare feiten, sancties
- Formeel strafrecht (Sv) → Opsporing, terechtzitting, tenuitvoerlegging.
- 2 soorten strafbare feiten:
- Overtreding → Kleine vergrijpen → Kantonrechter.
- Misdrijf → Ernstige strafbare feiten
- Nationaal en internationaal recht
- Monisme → Regerende en wetgevende macht staan dicht bij elkaar (Nederland).
- Dualisme → Regerende en wetgevende macht staan ver uit elkaar.
- Voorrang voor een voor ieder verbindend gedrag (art. 94 Gw)
Privaatrecht / civiel recht / burgerlijk recht → Regels tussen (rechts)personen
- Personen en familierecht
- Rechtspersonenrecht
- Vermogensrecht
Common law
1
, - Amerika en Engeland
- Wet niet gecodificeerd, recht gevormd door precedenten → uitspraken van eerdere rechters
zijn bepalend.
- Rechter spreekt de rol van scheidsrechter
- Bepalen van de straf is aan de jury → Leken → Iemand die er geen verstand van heeft.
- Rechter kan niet altijd over de jury heen.
Civil law
- Nederland
- Wet gecodificeerd
- Rechter is feiten vastleggen en bepaalt strafmaat
2
, De wetgeving
De wet
- Algemeen verbindende voorschriften:
- Formele zin → Opgesteld door Staten Generaal en regering.
- Staten Generaal vertegenwoordigd het Nederlandse volk. Hieronder komen:
- De regering AMvB’s (art. 89 lid 1 Gw)
- Minister → Ministeriële regeling
- Provincie → Provinciale staten (art. 127 Gw / art. 145 Provinciewet)
- Gemeente → Gemeenteraad (art. 127 Gw / art. 149 Gemeentewet)
- Materiële zin → Algemeen verbindend voorschrift.
Hiërarchie van wetgeving:
1. Ieder verbindende verdragsbepaling en EU-recht
2. Grondwet
3. Wetten in formele zin
4. Algemene maatregel van bestuur
5. Ministeriële regeling
6. Provinciale verordeningen
7. Gemeentelijke en waterschapsverordening
Verordening → Algemeen verbindend voorschrift → Rechtstreekse werking.
Verdrag → Mag getoetst worden aan wettelijke regeling, niet aan de grondwet.
Klassieke grondrechten → Tot en met art. 18.
Sociale grondrechten → Art. 19 tot en met 23.
3
Rechtsbronnen:
1. Wet
2. Jurisprudentie → Uitspraak van vorige casus gebruiken als uitgangspunt voor een casus.
De uitspraak varieert in ‘sterkte’
Hoge raad → Als zij iets zeggen staat het vast als richtlijn
5 gerechtshoven → Zitten op verschillende locaties
Rechtbanken → Kantonrechters
3. Gewoonte
4. Verdragen en sommige besluiten van internationale organisaties → Verdragen staan boven
de wet.
Objectief recht → Geldt voor iedereen
Subjectief recht → Is op 1 persoon of 1 deel van de samenleving van toepassing
Materieel recht → Inhoud van de wet
- Privaatrecht (BW)
- Strafrecht (Sr)
- Bestuursrecht (Awb)
Formeel recht → De vorm of procedure staat centraal, niet de inhoud
- Burgerlijk procesrecht (Rv)
- Strafprocesrecht (Sv)
- Bestuursprocesrecht (Awb)
Publiekrecht → Regels over inrichting Staat, bevoegdheden van zijn organen en uitvoering van
exclusief aan de overheid opgedragen taken
- Staatsrecht → Regels over organisatie van de Staat, op de bevoegdheden van
staatsorganen en op de grondrechten.
- Bestuursrecht → Bevoegdheden van bestuursorganen.
- Bestuursorganen → Regering, gemeenten, provincies, waterschappen
- Trias Politica → Staatsmacht moet worden gescheiden in drie machten:
- De wetgevende macht → Regering
- De uitvoerende macht → Regering en Staten generaal
- De rechtsprekende macht → Rechterlijke macht
-
- Strafrecht → Welke feiten strafbaar zijn, wie de dader is en welke sancties er zijn.
- Materieel Strafrecht (Sr) → Strafbare feiten, sancties
- Formeel strafrecht (Sv) → Opsporing, terechtzitting, tenuitvoerlegging.
- 2 soorten strafbare feiten:
- Overtreding → Kleine vergrijpen → Kantonrechter.
- Misdrijf → Ernstige strafbare feiten
- Nationaal en internationaal recht
- Monisme → Regerende en wetgevende macht staan dicht bij elkaar (Nederland).
- Dualisme → Regerende en wetgevende macht staan ver uit elkaar.
- Voorrang voor een voor ieder verbindend gedrag (art. 94 Gw)
Privaatrecht / civiel recht / burgerlijk recht → Regels tussen (rechts)personen
- Personen en familierecht
- Rechtspersonenrecht
- Vermogensrecht
Common law
1
, - Amerika en Engeland
- Wet niet gecodificeerd, recht gevormd door precedenten → uitspraken van eerdere rechters
zijn bepalend.
- Rechter spreekt de rol van scheidsrechter
- Bepalen van de straf is aan de jury → Leken → Iemand die er geen verstand van heeft.
- Rechter kan niet altijd over de jury heen.
Civil law
- Nederland
- Wet gecodificeerd
- Rechter is feiten vastleggen en bepaalt strafmaat
2
, De wetgeving
De wet
- Algemeen verbindende voorschriften:
- Formele zin → Opgesteld door Staten Generaal en regering.
- Staten Generaal vertegenwoordigd het Nederlandse volk. Hieronder komen:
- De regering AMvB’s (art. 89 lid 1 Gw)
- Minister → Ministeriële regeling
- Provincie → Provinciale staten (art. 127 Gw / art. 145 Provinciewet)
- Gemeente → Gemeenteraad (art. 127 Gw / art. 149 Gemeentewet)
- Materiële zin → Algemeen verbindend voorschrift.
Hiërarchie van wetgeving:
1. Ieder verbindende verdragsbepaling en EU-recht
2. Grondwet
3. Wetten in formele zin
4. Algemene maatregel van bestuur
5. Ministeriële regeling
6. Provinciale verordeningen
7. Gemeentelijke en waterschapsverordening
Verordening → Algemeen verbindend voorschrift → Rechtstreekse werking.
Verdrag → Mag getoetst worden aan wettelijke regeling, niet aan de grondwet.
Klassieke grondrechten → Tot en met art. 18.
Sociale grondrechten → Art. 19 tot en met 23.
3