Reclassering
Table of Contents
BOSKER ET AL_2013_THEORIEEN OVER AFBOUW EN STOPPEN MET DELINQUENT GEDRAG......................1
WEEK 1, 5-9 JANUARI......................................................................................................................... 4
DE KOK, M., TIGGES, L. & VAN KALMTHOUT, A. (2020). PROBATION IN EUROPE – THE NETHERLANDS. IN
A. VAN KALMTHOUT EN I. DURNESCU (RED.), PROBATION IN EUROPE. UTRECHT: CONFEDERATION OF
EUROPEAN PROBATION. ALLEEN HOOFDSTUK 1 T/M 4.4. (ZIE PDF OP CANVAS)......................................4
RAAD VAN STATE - SLIMMER STRAFFEN................................................................................................ 6
HOORCOLLEGE 1................................................................................................................................. 9
BOSKER, J. MONNEE-VAN DOORNMALEN, J., HENSKENS, R. & VAN DER PLAAT, D. (2020). EFFECTIEVE
WERKWIJZEN IN RECLASSERINGSTOEZICHT. EEN SYSTEMATISCH LITERATUUROVERZICHT. UTRECHT: HOGE
SCHOOL UTRECHT. ALLEEN HOOFDSTUK: 1, 2 EN PARAGRAFEN: 4.1, 4.2 EN 5.3 (ZIE PDF OP CANVAS) 14
• BOONE, M., BOSKER, J. & DOEKHIE, J. (2024). PROBATION SUPERVISION IN THE NETHERLANDS. IN I.
DURNESCO, J.M. BYRNE, B.J. MACKEY & TAXMAN, F., HANDBOOK ON GLOBAL COMMUNITY
CORRECTIONS (P. 195-212). ROUTLEDGE INTERNATIONAL HANDBOOKS. (ZIE PDF OP CANVAS)............16
HOORCOLLEGE 2............................................................................................................................... 21
WEEK 2, 12-16 JANUARI................................................................................................................... 27
WERMINK, H., BLOKLAND, A., NIEUWBEERTA, P. & TOLLENAAR, N. (2009). RECIDIVE NA WERKSTRAFFEN
EN NA GEVANGENISSTRAFFEN............................................................................................................. 27
HOORCOLLEGE 3............................................................................................................................... 29
VAN DEN BERG, C., BRUGGEMAN, M., HOUSTON, R., JOOSTEN, A. & HARTE, J.M. (2021).
VALIDATIESTUDIE RISICO- EN BESCHERMENDE FACTOREN VAN DE RISC: EEN EVALUATIESTUDIE NAAR DE
LEEFGEBIEDEN VAN HET RISICOTAXATIE EN ADVIESINSTRUMENT VAN DE 3RO........................................36
• HARTE, J.M. (2017). RECIDIVE INSCHATTEN MET BEHULP VAN EEN EMPIRISCH MODEL. KANSEN VOOR
DE STRAFRECHTSPRAKTIJK? NEDERLANDS JURISTENBLAD, 1799, 2368-2389. (ZIE PDF OP CANVAS)...39
HOORCOLLEGE 4............................................................................................................................... 41
WEEK 3, 19-25 JANUARI................................................................................................................... 47
STURM, A., DE VOGEL, V., MENGER, A., & HUIBERS, M.J.H. (2022). THE PRICE OF MISTRUST: A STUDY
INTO THE WORKING ALLIANCE AS PREDICTOR FOR RECIDIVISM. JOURNAL OF POLICE AND CRIMINAL
PSYCHOLOGY, 37, 576-586. (ZIE PDF OP CANVAS)............................................................................47
HOORCOLLEGE 5............................................................................................................................... 49
VAN HALL, M. & CLEOFA-VAN DER ZWET, L. (2020). RECIDIVE NA VERBLIJF IN BUITENLANDSE DETENTIE
EEN STUDIE ONDER TERUGGEKEERDE GEDETINEERDEN IN NEDERLAND. PROCES, 99(5), 318-330. (ZIE
PDF OP CANVAS)............................................................................................................................... 53
• VAN HALL, M., BAKER, T., DIRKZWAGER, A. J., & NIEUWBEERTA, P. (2024). PERCEPTIONS OF
PROBATION OFFICER PROCEDURAL JUSTICE AND RECIDIVISM: A LONGITUDINAL STUDY IN THE
NETHERLANDS. CRIMINAL JUSTICE AND BEHAVIOR, 51(8), 1139-1156.................................................56
HOORCOLLEGE 6............................................................................................................................... 58
Bosker et al_2013_Theorieen over afbouw en stoppen met
delinquent gedrag
6.3 BEÏNVLOEDEN VAN AFBOUWEN VAN DELINQUENT GEDRAG
• Dit hoofdstuk richt zich op de vraag wat werkt bij interventies die afbouw van
delinquent gedrag moeten stimuleren
• Centrale vraag is niet waarom mensen stoppen, maar hoe professionals dit
,proces kunnen beïnvloeden
• De focus ligt op wetenschappelijk onderzoek naar effectiviteit van interventies
6.3.1 INZICHTEN UIT ONDERZOEK NAAR ‘WAT WERKT’
Onderzoek richt zich op factoren die samenhangen met vermindering van recidive
Interventies zijn effectiever wanneer zij:
• Gericht zijn op criminogene factoren
• Aansluiten bij kenmerken van de dader
• Voldoende intensief zijn
Factoren die samenhangen met afbouw van delinquent gedrag:
• Vermindering van antisociale attitudes
• Verbetering van zelfcontrole
• Afname van middelengebruik
• Positieve sociale contacten
Het gaat niet om één factor, maar om combinaties van factoren
Interventies moeten worden afgestemd op veranderbaarheid van factoren
6.3.2 HET RISK-NEED-RESPONSIVITY-MODEL (RNR-MODEL)
• Het RNR-model is een centraal kader binnen interventies gericht op
recidivereductie
3 KERNPRINCIPES:
• RISK-PRINCIPE
• Intensiteit van interventies moet passen bij het recidiverisico
• Hoog risico → intensieve interventies
• Laag risico → beperkte interventies
• Overinterventie bij lage risico’s kan contraproductief zijn
• NEED-PRINCIPE
• Interventies moeten zich richten op criminogene factoren
• Criminogene factoren zijn direct verbonden aan delinquent gedrag
Voorbeelden
• Antisociale cognities
• Delinquente peers (sociale omgeving die crimineel gedrag stimuleert.)
• Impulsiviteit
• Verslaving
Niet-criminogene problemen zijn minder relevant voor recidivereductie
RESPONSIVITY-PRINCIPE
• Interventies moeten aansluiten bij leerstijl en mogelijkheden van de dader
• Cognitief-gedragsmatige interventies zijn het meest effectief
• Rekening houden met motivatie, IQ en psychische problematiek
AANVULLENDE PRINCIPES
• Professionele uitvoering
• Goed opgeleid personeel
,• Consistente toepassing
• Continuïteit van zorg
EFFECTIVITEIT VAN INTERVENTIES VOLGENS HET RNR-MODEL
• Interventies zijn effectiever wanneer meerdere RNR-principes worden
gecombineerd
Effecten zijn groter
• Bij volwassen delinquenten
• In ambulante setting
Effecten zijn kleiner
• In detentie
• Bij korte of slecht uitgevoerde programma’s
Toepassing van alle principes kan leiden tot aanzienlijke recidivereductie
KRITIEK OP HET RNR-MODEL
• Sterke focus op risico en probleemgedrag
• Beperkte aandacht voor motivatie, identiteit en levensdoelen
• Risico op mechanische toepassing zonder oog voor context
• Model zegt weinig over betekenisgeving en zingeving
HET GOOD LIVES MODEL (GLM)
• Het GLM is ontwikkeld als aanvulling op het RNR-model
• Vertrekt vanuit positieve psychologie
Centrale gedachte: Delinquent gedrag ontstaat uit een mislukte poging om
basislevensdoelen te bereiken
PRIMAIRE LEVENSDOELEN
1. Veiligheid
2. Autonomie
3. Verbondenheid
4. Zingeving
5. Competentie
• Iedereen streeft deze doelen na, maar niet iedereen beschikt over legitieme
middelen
INTERVENTIES BINNEN HET GLM
• Gericht op opbouwen van vaardigheden
• Ondersteunen bij het bereiken van prosociale doelen
• Verminderen van risico’s door levenskwaliteit te vergroten
HET GLM EN RECLASSERING
• Vergroot motivatie van delinquenten
• Sluit aan bij desistance-benadering (criminologische stroming die zich richt op het
natuurlijke proces van stoppen met crimineel gedrag
• Wordt vaak gecombineerd met RNR-principes
, Week 1, 5-9 januari
De Kok, M., Tigges, L. & Van Kalmthout, A. (2020).
Probation in Europe – The Netherlands. In A. van
Kalmthout en I. Durnescu (red.), Probation in Europe.
Utrecht: Confederation of European Probation. Alleen
hoofdstuk 1 t/m 4.4. (zie PDF op Canvas)
1. INTRODUCTION
• Reclassering in Nederland bestaat al bijna 200 jaar en is diep verankerd in het
strafrechtsysteem
• De reclassering richt zich voornamelijk op volwassen daders (18+);
jeugdreclassering valt onder een aparte instantie
• Nederland heeft drie reclasseringsorganisaties die privaat zijn maar vrijwel volledig
door de overheid worden gefinancierd
• De Minister van Justitie en Veiligheid is politiek verantwoordelijk voor het
functioneren van de reclassering
• Reclassering is actief in alle fasen van het strafproces: van aanhouding tot en met
nazorg na detentie
KERNTAKEN VAN DE RECLASSERING:
• Adviseren van rechters en officieren van justitie via reclasseringsrapporten
• Toezicht houden op voorwaarden bij straffen en maatregelen
• Uitvoeren van gedragsinterventies
• Organiseren en begeleiden van taakstraffen
• Nederland kent relatief weinig gevangenen doordat veel gebruik wordt gemaakt
van alternatieve sancties zoals taakstraffen en toezicht
• Reclassering werkt intensief samen met politie, OM, gevangenissen, gemeenten,
GGZ en slachtofferhulp
• Hoofddoel van reclassering is het verminderen van recidive en het vergroten van
maatschappelijke veiligheid
1.2 PROBATION ORGANISATIONS
• Nederland kent drie reclasseringsorganisaties voor volwassenen:
• Reclassering Nederland (RN)
• Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG)
• Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJ&R)
• Elke organisatie heeft een eigen doelgroep en expertise
• De verdeling van cliënten gebeurt op basis van problematiek en capaciteit
• Reclassering Nederland begeleidt de grootste groep daders
• SVG richt zich op daders met verslavings- en psychiatrische problematiek
• LJ&R richt zich op sociaal kwetsbare groepen zoals daklozen en zorgmijders
1.3 EUROPEAN PROBATION RULES
Europese Probation Rules zijn richtlijnen van de Raad van Europa
- Doel van deze regels
Table of Contents
BOSKER ET AL_2013_THEORIEEN OVER AFBOUW EN STOPPEN MET DELINQUENT GEDRAG......................1
WEEK 1, 5-9 JANUARI......................................................................................................................... 4
DE KOK, M., TIGGES, L. & VAN KALMTHOUT, A. (2020). PROBATION IN EUROPE – THE NETHERLANDS. IN
A. VAN KALMTHOUT EN I. DURNESCU (RED.), PROBATION IN EUROPE. UTRECHT: CONFEDERATION OF
EUROPEAN PROBATION. ALLEEN HOOFDSTUK 1 T/M 4.4. (ZIE PDF OP CANVAS)......................................4
RAAD VAN STATE - SLIMMER STRAFFEN................................................................................................ 6
HOORCOLLEGE 1................................................................................................................................. 9
BOSKER, J. MONNEE-VAN DOORNMALEN, J., HENSKENS, R. & VAN DER PLAAT, D. (2020). EFFECTIEVE
WERKWIJZEN IN RECLASSERINGSTOEZICHT. EEN SYSTEMATISCH LITERATUUROVERZICHT. UTRECHT: HOGE
SCHOOL UTRECHT. ALLEEN HOOFDSTUK: 1, 2 EN PARAGRAFEN: 4.1, 4.2 EN 5.3 (ZIE PDF OP CANVAS) 14
• BOONE, M., BOSKER, J. & DOEKHIE, J. (2024). PROBATION SUPERVISION IN THE NETHERLANDS. IN I.
DURNESCO, J.M. BYRNE, B.J. MACKEY & TAXMAN, F., HANDBOOK ON GLOBAL COMMUNITY
CORRECTIONS (P. 195-212). ROUTLEDGE INTERNATIONAL HANDBOOKS. (ZIE PDF OP CANVAS)............16
HOORCOLLEGE 2............................................................................................................................... 21
WEEK 2, 12-16 JANUARI................................................................................................................... 27
WERMINK, H., BLOKLAND, A., NIEUWBEERTA, P. & TOLLENAAR, N. (2009). RECIDIVE NA WERKSTRAFFEN
EN NA GEVANGENISSTRAFFEN............................................................................................................. 27
HOORCOLLEGE 3............................................................................................................................... 29
VAN DEN BERG, C., BRUGGEMAN, M., HOUSTON, R., JOOSTEN, A. & HARTE, J.M. (2021).
VALIDATIESTUDIE RISICO- EN BESCHERMENDE FACTOREN VAN DE RISC: EEN EVALUATIESTUDIE NAAR DE
LEEFGEBIEDEN VAN HET RISICOTAXATIE EN ADVIESINSTRUMENT VAN DE 3RO........................................36
• HARTE, J.M. (2017). RECIDIVE INSCHATTEN MET BEHULP VAN EEN EMPIRISCH MODEL. KANSEN VOOR
DE STRAFRECHTSPRAKTIJK? NEDERLANDS JURISTENBLAD, 1799, 2368-2389. (ZIE PDF OP CANVAS)...39
HOORCOLLEGE 4............................................................................................................................... 41
WEEK 3, 19-25 JANUARI................................................................................................................... 47
STURM, A., DE VOGEL, V., MENGER, A., & HUIBERS, M.J.H. (2022). THE PRICE OF MISTRUST: A STUDY
INTO THE WORKING ALLIANCE AS PREDICTOR FOR RECIDIVISM. JOURNAL OF POLICE AND CRIMINAL
PSYCHOLOGY, 37, 576-586. (ZIE PDF OP CANVAS)............................................................................47
HOORCOLLEGE 5............................................................................................................................... 49
VAN HALL, M. & CLEOFA-VAN DER ZWET, L. (2020). RECIDIVE NA VERBLIJF IN BUITENLANDSE DETENTIE
EEN STUDIE ONDER TERUGGEKEERDE GEDETINEERDEN IN NEDERLAND. PROCES, 99(5), 318-330. (ZIE
PDF OP CANVAS)............................................................................................................................... 53
• VAN HALL, M., BAKER, T., DIRKZWAGER, A. J., & NIEUWBEERTA, P. (2024). PERCEPTIONS OF
PROBATION OFFICER PROCEDURAL JUSTICE AND RECIDIVISM: A LONGITUDINAL STUDY IN THE
NETHERLANDS. CRIMINAL JUSTICE AND BEHAVIOR, 51(8), 1139-1156.................................................56
HOORCOLLEGE 6............................................................................................................................... 58
Bosker et al_2013_Theorieen over afbouw en stoppen met
delinquent gedrag
6.3 BEÏNVLOEDEN VAN AFBOUWEN VAN DELINQUENT GEDRAG
• Dit hoofdstuk richt zich op de vraag wat werkt bij interventies die afbouw van
delinquent gedrag moeten stimuleren
• Centrale vraag is niet waarom mensen stoppen, maar hoe professionals dit
,proces kunnen beïnvloeden
• De focus ligt op wetenschappelijk onderzoek naar effectiviteit van interventies
6.3.1 INZICHTEN UIT ONDERZOEK NAAR ‘WAT WERKT’
Onderzoek richt zich op factoren die samenhangen met vermindering van recidive
Interventies zijn effectiever wanneer zij:
• Gericht zijn op criminogene factoren
• Aansluiten bij kenmerken van de dader
• Voldoende intensief zijn
Factoren die samenhangen met afbouw van delinquent gedrag:
• Vermindering van antisociale attitudes
• Verbetering van zelfcontrole
• Afname van middelengebruik
• Positieve sociale contacten
Het gaat niet om één factor, maar om combinaties van factoren
Interventies moeten worden afgestemd op veranderbaarheid van factoren
6.3.2 HET RISK-NEED-RESPONSIVITY-MODEL (RNR-MODEL)
• Het RNR-model is een centraal kader binnen interventies gericht op
recidivereductie
3 KERNPRINCIPES:
• RISK-PRINCIPE
• Intensiteit van interventies moet passen bij het recidiverisico
• Hoog risico → intensieve interventies
• Laag risico → beperkte interventies
• Overinterventie bij lage risico’s kan contraproductief zijn
• NEED-PRINCIPE
• Interventies moeten zich richten op criminogene factoren
• Criminogene factoren zijn direct verbonden aan delinquent gedrag
Voorbeelden
• Antisociale cognities
• Delinquente peers (sociale omgeving die crimineel gedrag stimuleert.)
• Impulsiviteit
• Verslaving
Niet-criminogene problemen zijn minder relevant voor recidivereductie
RESPONSIVITY-PRINCIPE
• Interventies moeten aansluiten bij leerstijl en mogelijkheden van de dader
• Cognitief-gedragsmatige interventies zijn het meest effectief
• Rekening houden met motivatie, IQ en psychische problematiek
AANVULLENDE PRINCIPES
• Professionele uitvoering
• Goed opgeleid personeel
,• Consistente toepassing
• Continuïteit van zorg
EFFECTIVITEIT VAN INTERVENTIES VOLGENS HET RNR-MODEL
• Interventies zijn effectiever wanneer meerdere RNR-principes worden
gecombineerd
Effecten zijn groter
• Bij volwassen delinquenten
• In ambulante setting
Effecten zijn kleiner
• In detentie
• Bij korte of slecht uitgevoerde programma’s
Toepassing van alle principes kan leiden tot aanzienlijke recidivereductie
KRITIEK OP HET RNR-MODEL
• Sterke focus op risico en probleemgedrag
• Beperkte aandacht voor motivatie, identiteit en levensdoelen
• Risico op mechanische toepassing zonder oog voor context
• Model zegt weinig over betekenisgeving en zingeving
HET GOOD LIVES MODEL (GLM)
• Het GLM is ontwikkeld als aanvulling op het RNR-model
• Vertrekt vanuit positieve psychologie
Centrale gedachte: Delinquent gedrag ontstaat uit een mislukte poging om
basislevensdoelen te bereiken
PRIMAIRE LEVENSDOELEN
1. Veiligheid
2. Autonomie
3. Verbondenheid
4. Zingeving
5. Competentie
• Iedereen streeft deze doelen na, maar niet iedereen beschikt over legitieme
middelen
INTERVENTIES BINNEN HET GLM
• Gericht op opbouwen van vaardigheden
• Ondersteunen bij het bereiken van prosociale doelen
• Verminderen van risico’s door levenskwaliteit te vergroten
HET GLM EN RECLASSERING
• Vergroot motivatie van delinquenten
• Sluit aan bij desistance-benadering (criminologische stroming die zich richt op het
natuurlijke proces van stoppen met crimineel gedrag
• Wordt vaak gecombineerd met RNR-principes
, Week 1, 5-9 januari
De Kok, M., Tigges, L. & Van Kalmthout, A. (2020).
Probation in Europe – The Netherlands. In A. van
Kalmthout en I. Durnescu (red.), Probation in Europe.
Utrecht: Confederation of European Probation. Alleen
hoofdstuk 1 t/m 4.4. (zie PDF op Canvas)
1. INTRODUCTION
• Reclassering in Nederland bestaat al bijna 200 jaar en is diep verankerd in het
strafrechtsysteem
• De reclassering richt zich voornamelijk op volwassen daders (18+);
jeugdreclassering valt onder een aparte instantie
• Nederland heeft drie reclasseringsorganisaties die privaat zijn maar vrijwel volledig
door de overheid worden gefinancierd
• De Minister van Justitie en Veiligheid is politiek verantwoordelijk voor het
functioneren van de reclassering
• Reclassering is actief in alle fasen van het strafproces: van aanhouding tot en met
nazorg na detentie
KERNTAKEN VAN DE RECLASSERING:
• Adviseren van rechters en officieren van justitie via reclasseringsrapporten
• Toezicht houden op voorwaarden bij straffen en maatregelen
• Uitvoeren van gedragsinterventies
• Organiseren en begeleiden van taakstraffen
• Nederland kent relatief weinig gevangenen doordat veel gebruik wordt gemaakt
van alternatieve sancties zoals taakstraffen en toezicht
• Reclassering werkt intensief samen met politie, OM, gevangenissen, gemeenten,
GGZ en slachtofferhulp
• Hoofddoel van reclassering is het verminderen van recidive en het vergroten van
maatschappelijke veiligheid
1.2 PROBATION ORGANISATIONS
• Nederland kent drie reclasseringsorganisaties voor volwassenen:
• Reclassering Nederland (RN)
• Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG)
• Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJ&R)
• Elke organisatie heeft een eigen doelgroep en expertise
• De verdeling van cliënten gebeurt op basis van problematiek en capaciteit
• Reclassering Nederland begeleidt de grootste groep daders
• SVG richt zich op daders met verslavings- en psychiatrische problematiek
• LJ&R richt zich op sociaal kwetsbare groepen zoals daklozen en zorgmijders
1.3 EUROPEAN PROBATION RULES
Europese Probation Rules zijn richtlijnen van de Raad van Europa
- Doel van deze regels