Hoofdstuk 1.
- Manager iemand die met en met anderen werkt door hun werkzaamheden te
coördineren, met als oogmerk de doelstellingen van de organisatie te realiseren.
- Conventioneel gestructureerde bedrijven bedrijven met meer werknemers onder dan
bovenaan de ladder, waarbij de organisatie structuur de vorm heeft van een piramide.
- Lagere managers managers in de lagere regionen van de bedrijfscultuur. Deze mensen
coördineren het werk van de ‘gewone’ werknemers die de producten of diensten van de
organisatie generen.
- Middelmanagers managers tussen de lagere management en topmanagement. Deze
coördineren het werk van de lagere managers.
- Hogere of topmanagers managers in de top van het bedrijf, die verantwoordelijk zij voor
het definiëren van doelstellingen en het nemen van beslissingen die van invloed zijn op de
organisatie als geheel.
- Management het proces van het coördineren van werkzaamheden, zodat deze efficiënt
en effectief met en door andere kunnen worden afgerond.
o Proces het proces duidt erop dat de taken of primaire activiteiten waar de
manager bij betrokken is, doorlopend zijn.
Onder deze taken verstaan wij: - Plannen
- Organiseren
- Leiding geven
- Controleren
o Efficiënt het behalen ban de grootst mogelijke productie met de minst mogelijke
input. ( input: middelen, mensen, geld en apparaten )
o Effectiviteit het voltooien van de juiste activiteiten voor het realiseren van
bedrijfsdoelstellingen.
,- In het begin van de 20ste eeuw schreef Henri fayol dat alle managers 5 management functies
zouden moeten uitvoeren. Halverwege de jaren 50 werd coördineren het uitgehaald.
1. Plannen het formuleren van doelstellingen, het ontwikkelen van strategieën
voor het realiseren van deze doelstellingen en het ontwikkelen van plannen om
de benodigde werkzaamheden te integreren en coördineren
2. Organiseren het vast stellen van taken die moeten worden uitgevoerd, wie
moet wat doen, hoe taken samen moeten worden uitgevoerd, wie
verantwoording moet afleggen aan wie en wie welke beslissingen moet nemen.
3. Leiding geven het motiveren van werknemers, het ondersteunen van
afzonderlijke werknemers en werkgroepen tijdens het werk, het kiezen van de
effectiefste commui7nicatie kanalen en het oplossen van problemen met
werknemers.
4. Controleren het vaststellen van de daadwerkelijke prestatie het vergelijken
hiervan met de prestatienormen en het zo nodig nemen van corrigerende
stappen
- Managementrollen specifieke categorieën voor management gedrag. ( bedacht door
Henry Mintzberg )
o Intermenselijke rol managementrollen die te maken hebben met mensen en met
vertegenwoordigende en symbolische zaken
Boegbeeld
Leider
Aanspreekpunt
o Informatieve rol managementrollen die te maken hebben met het ontvangen,
verzamelen en verspreiden van informatie.
Monitor
Verspreider
Zegsman
o Beslissingsrollen managementrollen die te maken hebben met het maken van
keuzes.
Ondernemer
Probleemoplosser
Toekenner van middelen
Onderhandelaar
, - Management vaardigheden (Robert L. Katz)
o Technische vaardigheden vakkundigheid en kennis van en in specialistisch
vakgebied. Deze vaardigheden zijn van belangrijk op de lagere managementniveaus,
aangezien deze managers direct met het productiepersoneel te maken hebben.
o Menselijke vaardigheden de mogelijkheid om goed met andere te kunnen
samenwerken, zowel met individuen als in teamverband. Deze vaardigheid is op elk
managementniveau essentieel . Met deze vaardigheid weet men hoe ze kunnen
communiceren, motiveren, leiden en inspireren
o Conceptuele vaardigheden het vermogen om over abstracte en ingewikkelde
situaties na te denken en te conceptualiseren. Deze vaardigheid is voornamelijk van
belang bij de hogere en topmanagers.
- Belangrijke veranderingen waar managers te maken krijgen en de gevolgen daar van.
- Innovatie dingen anders doen, nieuw terrein verkennen en risico’s nemen
- Organisatie 1 een geheel waarin mensen op een doelbewuste manier bij elkaar zijn
gebracht om specifieke doelstellingen te verwezenlijken
- Organisatie2 een eenheid die bepaalde doelstellingen heeft, mensen bevat en een
doelbewuste structuur heeft om het doel te verwezenlijken.
o Kenmerken van een organisatie zijn: Specifiek doel
Doelbewuste structuur
Mensen
- Universaliteit van management het feit dat management nodig is in organisaties van elk
type en van elke grootte, op alle niveaus en in alle gebieden.
- Manager iemand die met en met anderen werkt door hun werkzaamheden te
coördineren, met als oogmerk de doelstellingen van de organisatie te realiseren.
- Conventioneel gestructureerde bedrijven bedrijven met meer werknemers onder dan
bovenaan de ladder, waarbij de organisatie structuur de vorm heeft van een piramide.
- Lagere managers managers in de lagere regionen van de bedrijfscultuur. Deze mensen
coördineren het werk van de ‘gewone’ werknemers die de producten of diensten van de
organisatie generen.
- Middelmanagers managers tussen de lagere management en topmanagement. Deze
coördineren het werk van de lagere managers.
- Hogere of topmanagers managers in de top van het bedrijf, die verantwoordelijk zij voor
het definiëren van doelstellingen en het nemen van beslissingen die van invloed zijn op de
organisatie als geheel.
- Management het proces van het coördineren van werkzaamheden, zodat deze efficiënt
en effectief met en door andere kunnen worden afgerond.
o Proces het proces duidt erop dat de taken of primaire activiteiten waar de
manager bij betrokken is, doorlopend zijn.
Onder deze taken verstaan wij: - Plannen
- Organiseren
- Leiding geven
- Controleren
o Efficiënt het behalen ban de grootst mogelijke productie met de minst mogelijke
input. ( input: middelen, mensen, geld en apparaten )
o Effectiviteit het voltooien van de juiste activiteiten voor het realiseren van
bedrijfsdoelstellingen.
,- In het begin van de 20ste eeuw schreef Henri fayol dat alle managers 5 management functies
zouden moeten uitvoeren. Halverwege de jaren 50 werd coördineren het uitgehaald.
1. Plannen het formuleren van doelstellingen, het ontwikkelen van strategieën
voor het realiseren van deze doelstellingen en het ontwikkelen van plannen om
de benodigde werkzaamheden te integreren en coördineren
2. Organiseren het vast stellen van taken die moeten worden uitgevoerd, wie
moet wat doen, hoe taken samen moeten worden uitgevoerd, wie
verantwoording moet afleggen aan wie en wie welke beslissingen moet nemen.
3. Leiding geven het motiveren van werknemers, het ondersteunen van
afzonderlijke werknemers en werkgroepen tijdens het werk, het kiezen van de
effectiefste commui7nicatie kanalen en het oplossen van problemen met
werknemers.
4. Controleren het vaststellen van de daadwerkelijke prestatie het vergelijken
hiervan met de prestatienormen en het zo nodig nemen van corrigerende
stappen
- Managementrollen specifieke categorieën voor management gedrag. ( bedacht door
Henry Mintzberg )
o Intermenselijke rol managementrollen die te maken hebben met mensen en met
vertegenwoordigende en symbolische zaken
Boegbeeld
Leider
Aanspreekpunt
o Informatieve rol managementrollen die te maken hebben met het ontvangen,
verzamelen en verspreiden van informatie.
Monitor
Verspreider
Zegsman
o Beslissingsrollen managementrollen die te maken hebben met het maken van
keuzes.
Ondernemer
Probleemoplosser
Toekenner van middelen
Onderhandelaar
, - Management vaardigheden (Robert L. Katz)
o Technische vaardigheden vakkundigheid en kennis van en in specialistisch
vakgebied. Deze vaardigheden zijn van belangrijk op de lagere managementniveaus,
aangezien deze managers direct met het productiepersoneel te maken hebben.
o Menselijke vaardigheden de mogelijkheid om goed met andere te kunnen
samenwerken, zowel met individuen als in teamverband. Deze vaardigheid is op elk
managementniveau essentieel . Met deze vaardigheid weet men hoe ze kunnen
communiceren, motiveren, leiden en inspireren
o Conceptuele vaardigheden het vermogen om over abstracte en ingewikkelde
situaties na te denken en te conceptualiseren. Deze vaardigheid is voornamelijk van
belang bij de hogere en topmanagers.
- Belangrijke veranderingen waar managers te maken krijgen en de gevolgen daar van.
- Innovatie dingen anders doen, nieuw terrein verkennen en risico’s nemen
- Organisatie 1 een geheel waarin mensen op een doelbewuste manier bij elkaar zijn
gebracht om specifieke doelstellingen te verwezenlijken
- Organisatie2 een eenheid die bepaalde doelstellingen heeft, mensen bevat en een
doelbewuste structuur heeft om het doel te verwezenlijken.
o Kenmerken van een organisatie zijn: Specifiek doel
Doelbewuste structuur
Mensen
- Universaliteit van management het feit dat management nodig is in organisaties van elk
type en van elke grootte, op alle niveaus en in alle gebieden.