1A Waarom is een quasi-experiment iets zwakker in het toetsen van causale relaties dan een
volledig gerandomiseerd ontwerp?
A Bij quasi-experimenten wordt er niet gerandomiseerd, waardoor de verdeling van achtergrondkenmerken
niet onder controle is.
B Bij quasi-experimenten is er geen controlegroep aanwezig.
C Bij quasi-experimenten worden de proefpersonen in clusters toegewezen aan experimentele condities,
waardoor de validiteit in gevaar komt.
D Bij quasi-experimenten is de steekproef niet representatief.
1B Wat is een clusterrandomisatie-ontwerp?
A een ontwerp waarbij groepen van individuen op basis van toeval aan experimentele condities worden
toegewezen
B een ontwerp waarbij proefpersonen op basis van toeval aan experimentele condities worden toegewezen
C een ontwerp waarbij de onderzoeker de experimentele condities manipuleert om te zien of er een effect is
D een ontwerp waarbij de onderzoeker steeds een cluster van proefpersonen observeert en nieuwe clusters
van proefpersonen toevoegt zolang er nog geen significant resultaat is
2A Een onderzoek bestaat uit deelnemers die random toegewezen zijn aan twee condities en
waarvan op drie verschillende tijdstippen de vorderingen worden gemeten.
Wat is dit voor soort design?
A een mixed-design
B een within-subjects design
C een between-subjects design
D een pre-experimenteel design
2B Een onderzoeker is geïnteresseerd in potentiële verschillen tussen twee of meer afzonderlijke
experimentele groepen deelnemers, maar wil ook de verandering in de deelnemers in de loop van
de tijd weten.
Welk design moet deze onderzoeker gebruiken?
A een mixed-design
B een within-subjects design
C een between-subjects design
D een single case design (SCD)
,3A Wat is experimentele controle?
A de poging om de invloed van storende externe variabelen te minimaliseren
B het bewust introduceren van storende externe variabelen
C het negeren van storende externe variabelen
D het meten van storende externe variabelen na afloop van het experiment
3B Wat wordt bedoeld met groepsgewijs matchen?
A het vormen van blokken van deelnemers met gelijke kenmerken
B het selecteren van deelnemers op basis van homogene categorieën
C het toewijzen van deelnemers aan experimentele en controlegroepen op toevalsbasis
D het indelen van deelnemers in verschillende leeftijdsgroepen
4A Een boze heks heeft een gerucht gehoord dat prinsen en prinsessen die in kikkers zijn
veranderd, kunnen worden genezen door een kus van een prins of prinses. Om deze hypothese te
toetsen, heeft ze een experiment opgezet waarbij ze twaalf prinsen, twaalf prinsessen en twaalf
gewone burgers heeft gevraagd om een betoverde kikker te kussen. Vervolgens heeft ze gekeken
hoe vaak de betovering van de kikker werd verbroken in elke groep.
Wat is dit voor design?
A een quasi-experimenteel design
B een enkelvoudige tijdsreeks
C een one-shot case study
D een volledig gerandomiseerd experimenteel design
4B Een prins wil onderzoeken of prinsessen daadwerkelijk in staat zijn om de aanwezigheid van
een erwt onder hun matras te voelen. Om dit te onderzoeken nodigt hij achttien prinsessen uit om
in zijn paleis te overnachten gedurende vier nachten. Vervolgens legt de prins bij negen prinsessen
een erwt onder de stapel matrassen en laat de andere negen prinsessen op een gewone stapel
matrassen slapen. De prins vraagt elke dag aan alle prinsessen of ze goed hebben geslapen en
vergelijkt of er een verschil was in slaapervaring tussen de groepen.
Wat is dit voor design?
A een meervoudige tijdreeks
B een enkelvoudige tijdreeks
C een pre-experimenteel design
D een one-shot case study
, 5 A Waarom is een voormeting bij experimenten mogelijk een bedreiging van de externe validiteit?
A Mensen worden in de werkelijke wereld niet gemeten voordat ze natuurlijk gedrag vertonen.
B Een voormeting kan een testeffect opleveren.
C Voormetingen zijn geen bedreiging voor de externe validiteit.
D Als mensen weten dat er een voormeting is, dan selecteren zij zichzelf uit het onderzoek.
5 B Welke stelling over een voormeting bij experimenten in relatie tot externe validiteit is juist?
A Mensen worden doorgaans niet gemeten voordat ze natuurlijk gedrag vertonen, wat de externe validiteit
bedreigt.
B Proefpersonen kunnen leren van de voormeting.
C Voormetingen zijn tijdrovend en kostbaar.
D Voormetingen zijn alleen geschikt voor onderzoek met een retrospectieve benadering.
6 A Een onderzoeker onderzoekt in een experiment het effect van optimisme op risicoperceptie. De
onderzoeker kijkt of de groepen na de optimisme-manipulatie verschillen in optimisme.
Wat voor analyse is dit?
A een analyse om de onderzoeksvraag te beantwoorden
B een assumptiecheck voor covariaten
C een manipulatiecheck
D een poweranalyse
6 B Een onderzoeker onderzoekt in een experiment het effect van attitude op optimisme. De
onderzoeker kijkt of de groepen na de attitude-manipulatie verschillen in attitude.
Wat voor analyse is dit?
A een analyse om de onderzoeksvraag te beantwoorden
B een assumptiecheck voor covariaten
C een manipulatiecheck
D een poweranalyse
7A Wat is een voorbeeld van staged manipulation in field settings in sociaalpsychologisch
onderzoek?
A het geven van gefingeerde terugkoppelingen over prestaties na een eenvoudige puzzeltaak
B het laten uitvoeren van een taak in een natuurlijke omgeving zonder inmenging van de onderzoeker
C het geven van echte feedback op de prestaties van de proefpersoon na een eenvoudige puzzeltaak
D het onthullen van de echte identiteit van andere deelnemers aan de proefpersoon
volledig gerandomiseerd ontwerp?
A Bij quasi-experimenten wordt er niet gerandomiseerd, waardoor de verdeling van achtergrondkenmerken
niet onder controle is.
B Bij quasi-experimenten is er geen controlegroep aanwezig.
C Bij quasi-experimenten worden de proefpersonen in clusters toegewezen aan experimentele condities,
waardoor de validiteit in gevaar komt.
D Bij quasi-experimenten is de steekproef niet representatief.
1B Wat is een clusterrandomisatie-ontwerp?
A een ontwerp waarbij groepen van individuen op basis van toeval aan experimentele condities worden
toegewezen
B een ontwerp waarbij proefpersonen op basis van toeval aan experimentele condities worden toegewezen
C een ontwerp waarbij de onderzoeker de experimentele condities manipuleert om te zien of er een effect is
D een ontwerp waarbij de onderzoeker steeds een cluster van proefpersonen observeert en nieuwe clusters
van proefpersonen toevoegt zolang er nog geen significant resultaat is
2A Een onderzoek bestaat uit deelnemers die random toegewezen zijn aan twee condities en
waarvan op drie verschillende tijdstippen de vorderingen worden gemeten.
Wat is dit voor soort design?
A een mixed-design
B een within-subjects design
C een between-subjects design
D een pre-experimenteel design
2B Een onderzoeker is geïnteresseerd in potentiële verschillen tussen twee of meer afzonderlijke
experimentele groepen deelnemers, maar wil ook de verandering in de deelnemers in de loop van
de tijd weten.
Welk design moet deze onderzoeker gebruiken?
A een mixed-design
B een within-subjects design
C een between-subjects design
D een single case design (SCD)
,3A Wat is experimentele controle?
A de poging om de invloed van storende externe variabelen te minimaliseren
B het bewust introduceren van storende externe variabelen
C het negeren van storende externe variabelen
D het meten van storende externe variabelen na afloop van het experiment
3B Wat wordt bedoeld met groepsgewijs matchen?
A het vormen van blokken van deelnemers met gelijke kenmerken
B het selecteren van deelnemers op basis van homogene categorieën
C het toewijzen van deelnemers aan experimentele en controlegroepen op toevalsbasis
D het indelen van deelnemers in verschillende leeftijdsgroepen
4A Een boze heks heeft een gerucht gehoord dat prinsen en prinsessen die in kikkers zijn
veranderd, kunnen worden genezen door een kus van een prins of prinses. Om deze hypothese te
toetsen, heeft ze een experiment opgezet waarbij ze twaalf prinsen, twaalf prinsessen en twaalf
gewone burgers heeft gevraagd om een betoverde kikker te kussen. Vervolgens heeft ze gekeken
hoe vaak de betovering van de kikker werd verbroken in elke groep.
Wat is dit voor design?
A een quasi-experimenteel design
B een enkelvoudige tijdsreeks
C een one-shot case study
D een volledig gerandomiseerd experimenteel design
4B Een prins wil onderzoeken of prinsessen daadwerkelijk in staat zijn om de aanwezigheid van
een erwt onder hun matras te voelen. Om dit te onderzoeken nodigt hij achttien prinsessen uit om
in zijn paleis te overnachten gedurende vier nachten. Vervolgens legt de prins bij negen prinsessen
een erwt onder de stapel matrassen en laat de andere negen prinsessen op een gewone stapel
matrassen slapen. De prins vraagt elke dag aan alle prinsessen of ze goed hebben geslapen en
vergelijkt of er een verschil was in slaapervaring tussen de groepen.
Wat is dit voor design?
A een meervoudige tijdreeks
B een enkelvoudige tijdreeks
C een pre-experimenteel design
D een one-shot case study
, 5 A Waarom is een voormeting bij experimenten mogelijk een bedreiging van de externe validiteit?
A Mensen worden in de werkelijke wereld niet gemeten voordat ze natuurlijk gedrag vertonen.
B Een voormeting kan een testeffect opleveren.
C Voormetingen zijn geen bedreiging voor de externe validiteit.
D Als mensen weten dat er een voormeting is, dan selecteren zij zichzelf uit het onderzoek.
5 B Welke stelling over een voormeting bij experimenten in relatie tot externe validiteit is juist?
A Mensen worden doorgaans niet gemeten voordat ze natuurlijk gedrag vertonen, wat de externe validiteit
bedreigt.
B Proefpersonen kunnen leren van de voormeting.
C Voormetingen zijn tijdrovend en kostbaar.
D Voormetingen zijn alleen geschikt voor onderzoek met een retrospectieve benadering.
6 A Een onderzoeker onderzoekt in een experiment het effect van optimisme op risicoperceptie. De
onderzoeker kijkt of de groepen na de optimisme-manipulatie verschillen in optimisme.
Wat voor analyse is dit?
A een analyse om de onderzoeksvraag te beantwoorden
B een assumptiecheck voor covariaten
C een manipulatiecheck
D een poweranalyse
6 B Een onderzoeker onderzoekt in een experiment het effect van attitude op optimisme. De
onderzoeker kijkt of de groepen na de attitude-manipulatie verschillen in attitude.
Wat voor analyse is dit?
A een analyse om de onderzoeksvraag te beantwoorden
B een assumptiecheck voor covariaten
C een manipulatiecheck
D een poweranalyse
7A Wat is een voorbeeld van staged manipulation in field settings in sociaalpsychologisch
onderzoek?
A het geven van gefingeerde terugkoppelingen over prestaties na een eenvoudige puzzeltaak
B het laten uitvoeren van een taak in een natuurlijke omgeving zonder inmenging van de onderzoeker
C het geven van echte feedback op de prestaties van de proefpersoon na een eenvoudige puzzeltaak
D het onthullen van de echte identiteit van andere deelnemers aan de proefpersoon