Samenvatting stof Verdiepend Materieel Strafrecht (Paragraaf 1)
VERDIEPEND MATERIEEL STRAFRECHT
Level: 1st Bachelor (UHasselt style)
Purpose: Practice only
Time: 3 hours
Instructions:
Answer all questions
Motivate where required
Use legal terminology correctly
PART I – MULTIPLE CHOICE (40 points)
(Each question = 2 points)
1. Strafrechtelijke aansprakelijkheid vereist in beginsel:
A. Enkel een gedraging
B. Gedraging en schade
C. Gedraging, wederrechtelijkheid, schuld en strafwaardigheid
D. Gedraging en opzet
2. Het beginsel “geen straf zonder schuld” houdt in dat:
A. Schuld altijd bewezen moet worden
B. Opzet altijd vereist is
C. Strafrechtelijke aansprakelijkheid onmogelijk is bij afwezigheid van verwijtbaarheid
D. Culpa altijd strafbaar is
3. Het Melk-en-Water-arrest is vooral relevant voor:
A. Opzet bij misdrijven
B. De uitzondering op het schuldvereiste
, ESTUDYR
C. Poging
D. Medeplegen
4. Bij reglementaire delicten geldt dat:
A. Opzet altijd bewezen moet worden
B. Culpa nooit mogelijk is
C. Afwezigheid van alle schuld (AVAS) uitzonderlijk kan worden aanvaard
D. Schuld irrelevant is
5. Opzet moet betrekking hebben op:
A. Enkel het gevolg
B. Enkel de gedraging
C. Alle bestanddelen van de delictsomschrijving die onder opzet vallen
D. Enkel wederrechtelijkheid
6. Algemeen opzet (dolus generalis) betekent:
A. Het willen van een specifiek gevolg
B. Voorbedachtheid
C. Bewust en vrijwillig handelen
D. Onvoorzichtig gedrag
7. Voorwaardelijk opzet vereist:
A. Zekerheid van het gevolg
B. Onverschilligheid
C. Bewuste aanvaarding van een aanmerkelijke kans
D. Lichte onvoorzichtigheid
1. Strafrechtelijke aansprakelijkheid vereist in beginsel:
A. Enkel een gedraging
B. Gedraging en schade
C. Gedraging, wederrechtelijkheid, schuld en strafwaardigheid
D. Gedraging en opzet