Samenvatting stof Verdiepend Materieel Strafrecht (Paragraaf 2)
VERDIEPEND MATERIEEL STRAFRECHT
Level: 1st Bachelor (UHasselt style)
Purpose: Practice only
Time: 3 hours
Instructions:
41. Culpa wordt het best omschreven als:
A. Bewuste aanvaarding van risico
B. Voorbedachtheid
C. Verwijtbare onvoorzichtigheid of nalatigheid
D. Onverschilligheid
Correct answer: C
Rationale:
Culpa vereist geen opzet maar een verwijtbare afwijking van het gedrag dat van een normaal
voorzichtig persoon mag worden verwacht.
42. Bewuste culpa verschilt van voorwaardelijk opzet doordat:
A. Bij culpa het gevolg zeker is
B. Bij bewuste culpa het gevolg niet wordt aanvaard
C. Culpa altijd zwaarder wordt bestraft
D. Opzet geen kennis vereist
Correct answer: B
Rationale:
Bij bewuste culpa ziet de dader het risico, maar vertrouwt hij erop dat het gevolg zich niet zal
voordoen. Bij voorwaardelijk opzet wordt het risico aanvaard.
, ESTUDYR
43. De maatstaf voor culpa is:
A. Subjectief
B. Volledig objectief
C. Objectief-subjectief
D. Louter intentioneel
Correct answer: C
Rationale:
De rechter vergelijkt het gedrag met dat van een normaal voorzichtig persoon in dezelfde
concrete omstandigheden.
44. Welke factor speelt GEEN rol bij de beoordeling van culpa?
A. De concrete omstandigheden
B. De hoedanigheid van de dader
C. De voorzienbaarheid van het gevolg
D. De strafmaat
Correct answer: D
Rationale:
De strafmaat is een gevolg van schuld, niet een element bij de vaststelling ervan.
45. Wederrechtelijkheid betekent:
A. In strijd met de moraal
B. In strijd met de wil van het slachtoffer
C. In strijd met het objectieve recht
D. In strijd met interne regels
Correct answer: C
Rationale:
Wederrechtelijkheid verwijst naar strijdigheid met de rechtsorde, niet met subjectieve normen.