1
,Bijeenkomst 1.1:
Hoofdstuk 2.2 t/m 2.6: Voorbereiding van het geding,
procesingang, procedure in vogelvlucht, alternatieven
2.2 Alternatieven voor een procedure bij de civiele rechter
2.2.1 Treffen van een regeling
De wet spreekt niet over een regeling maar over een vaststellingsovereenkomst art.
7:900 e.v. BW. Als partijen met de vaststellingsovereenkomst het oogmerk hadden
om dwingend recht te omzeilen, kan deze overeenkomst nietig zijn op grond van art.
3:40 BW. Een regeling is een afspraak met depositieve werking, dit houdt in dat de
overeenkomst een nieuwe rechtstoestand in het leven roept, ook als deze hetzelfde
is als de oude rechtstoestand.
Bewijsafspraken worden alleen aangemerkt als vaststellingsovereenkomst als
tegenbewijs wordt uitgesloten art. 7:900 lid 3 BW.
Voor een regeling geldt geen vormvoorschrift, zodat deze ook mondeling tot stand
kan komen. Een regeling is snel en goedkoop, nadeel is dat als de regeling niet wordt
nagekomen, alsnog een vordering in rechte moet worden ingesteld om een titel te
verkrijgen. Dat kan bijvoorbeeld een vordering tot nakoming zijn. Door de regeling
vast te leggen in een notariële akte kan dit worden ondervangen art. 430 Rv.
2.2.2 Mediation
Doel van mediation is het tot stand brengen van een regeling
(vaststellingsovereenkomst). Partijen kunnen zich laten bijstaan door advocaten of
andere adviseurs. Het is aan partijen zelf om te besluiten om tot mediation over te
gaan. De rechter kan partijen niet dwingen tot mediation over te gaan, maar de
afspraken die volgen uit mediation in de vaststellingsovereenkomst bindt partijen
wel.
De mediatior heeft geen verschoningsrecht art. 165 Rv, waardoor hij als getuige kan
worden opgeroepen.
Het verschil met een regeling is dat partijen zelf de kosten van de mediator moeten
betalen. Er kan wel een toevoeging worden aangevraagd via de wet op de
rechtsbijstand art. 33a-33 e wet op de rechtsbijstand.
2.2.3 Bindend advies
Voor een bindend advies is een bindend adviseur nodig. Een van de partijen dient
een verzoekschrift in bij de voorzieningenrechter en deze benoemt na het horen van
partijen een bindend adviseur.
Het door middel van bindend advies laten beslissen van een geschil is een
vaststellingsovereenkomst art. 7:900 lid 1 BW. Het bindend advies zelf gaat deel
2
,uitmaken van die overeenkomst art. 7:900 lid 2 BW. Een bindend advies is
vernietigbaar als het onaanvaardbaar is art. 7:904 lid 1 BW.
Een beslissing in strijd met dwingend recht is echter niet vernietigbaar art. 7:902 BW.
Na vernietiging van het bindend advies is de burgerlijke rechter bevoegd, tenzij uit
de wet of overeenkomst anders voortvloeit art. 7:904 lid 2 BW. Een
bindendadviesovereenkomst sluit de weg naar de rechter dus uit. De rechter zal de
eisende partij niet-ontvankelijk verklaren.
2.2.4 Arbitrage
Arbitrage houdt in dat een scheidsgerecht (alleen rechtsprekende arbiter of arbitraal
college) een beslissing neemt met betrekking tot het geschil dat partijen verdeeld
houdt. Het gaat hier om door de overheid gefaciliteerde, maar door partijen zelf
bekostigde en georganiseerde particuliere rechtspraak.
Wenden partijen zich tot het scheidsgerecht voordat er een geschil is dan wordt
gesproken van een arbitraal beding. Doen zij dit als er wel al een geschil is dan heet
dit een compromis art. 1020 lid 2 Rv. De wet gebruikt als verzamelterm
‘’overeenkomst tot arbitrage’’.
2.2.4.1 Arbitrage in en buiten Nederland
Nederlandse arbitrageregels als de plaats van arbitrage in Nederland is gelegen art.
1073 lid 1 Rv. Als de arbitrage in Nederland plaatsvindt dan is de plaats van arbitrage
ook Nederland art. 1037 Rv. Buiten Nederland is de Nederlandse rechter onbevoegd
art. 1074-1076 Rv.
2.2.4.2 Overeenkomst tot arbitrage
Aan arbitrage moet een overeenkomst ten grondslag liggen art. 1021 Rv. Dat kan
ook door verwijzing naar algemene voorwaarden, maar dan staat het beding op de
zwarte lijst art. 6:236 sub n BW, of langs elektronische weg art. 6:227a lid 1 BW.
Alle geschillen dienen voor arbitrage art. 1020 lid 1 Rv. Het mag alleen niet gaan
over rechtsgevolgen die niet ter vrije bepaling van partijen staan zoals
familierechtelijke betrekkingen. De overeenkomst tot arbitrage bepaalt hoe de
arbitrage zal verlopen. Er wordt in vastgelegd hoeveel arbiters er zijn art. 1026 Rv,
hoe de arbiters worden benoemd art. 1027 Rv, hoe de procedure moet worden
gevoerd art. 1036 lid 1 Rv, of hoger beroep mogelijk is art. 1061a Rv en welke
rechtsregels moeten worden toegepast art. 1054 Rv.
2.2.4.3 Bevoegdheid van de burgerlijke rechter en het scheidsgerecht
Door de overeenkomst tot arbitrage vervalt de bevoegdheid van de burgerlijke
rechter om over dat geschil te beslissen art. 1022 lid 1 Rv voor Nederland en art.
1074 lid 1 Rv voor buitenland. Op het vervallen van de bevoegdheid moet wel een
beroep worden gedaan, uiterlijk bij de conclusie van antwoord. Als gedaagde dit niet
doet, dan herleeft de bevoegdheid van de burgerlijke rechter. De burgerlijke rechter
mag wel altijd feitenonderzoek doen.
3
, 2.2.4.5 Verloop van de procedure
De procedure begint op het moment dat deze aanhangig is. Dit is het moment van
het sluiten van het compromis art. 1024 Rv of in het geval van een arbitraal beding
aan een mededeling van de ene partij aan de andere art. 1025 Rv. Alles tenzij
partijen een andere regeling hebben getroffen. De procedure begint met een
inleidend processtuk, de memorie van eis art. 1038a Rv.
4