College 1: De neuropsycholoog
Leerdoelen:
• Kennis verwerven over het beroep van een neuropsycholoog
• Dit kunnen plaatsen in de bredere context van de psychologie
• De defini:es van relevante begrippen leren binnen de context van de neuropsychologie
• Verschillende neuropsychologische stoornissen beschrijven en de redenen waarom deze stoornissen
neuropsychologisch van aard zijn
• Beschrijven waar bepaalde hersengebieden/-structuren liggen ten opzichte van andere gebieden
Wat is een neuropsycholoog en wat doen ze
Wat is een neuropsycholoog?
Een clinicus/wetenschapper:
• Die gebruik maakt van neurologie, neurowetenschappen en psychologie
• Om te begrijpen hoe gedrag correleert met hersenfunc:es
• Om “normaal” en “beperkt” cogni:ef, sociaal, fysiek en emo:oneel func:oneren te beoordelen
Neuropsycholoog is gewoonlijk klinisch van aard
• Neuropsychologen zijn geen medische artsen
• Klinische taken zijn meestal diagnos:sch
• Er kunnen verwijzingen naar specialisten worden gegeven voor behandelingen
• Onderzoekstaken kunnen bestaan uit onderzoeken van:
o De oorzaken van een aandoening
o De bijbehorende hersen-/gedrags-/cogni:eve processen
o De diagnos:sche benaderingen
o De effec:viteit van behandelingen
Donald Hebb
• Vader van de neuropsychologie
• Hebbiaanse theorie: neurale paden ontwikkelen zich op basis van ervaringen (paden meer
gebruiken à worden sneller en sterker)
• Vroege neuropsychologie was nauw verbonden met onderzoek naar en diagnose van hersenletsel
en demen:e
o De rela:e tussen verlies van hersenfunc:e (door hersenletsel) en verandering in
gedachten/gedrag is makkelijker waar te nemen
o De moderne neuropsychologie omvat een verscheidenheid aan stoornissen
, Neurologisch onderzoek
1. Voorgeschiedenis van de pa:ënt:
• Hoe lang zijn de symptomen al aanwezig?
• Hoe ziet je leven eruit (achtergrond)?
• Geschiedenis van andere ziekten (ook in de familie)
2. Bewustzijnstoestand
• Alert, slaperig (drowsy), stupor (bijna bewusteloos), verward
• Spraakgebreken, asymmetrie in het gezicht, lichaamshouding (gezichtsasymmetrie kan
bijvoorbeeld wijzen op een beroerte)
• Emo:es à geagiteerd, angs:g, depressief, apathisch, rusteloos
3. Fysiek onderzoek
• Bloeddruk, beeldvorming van de hersenen (zoeken naar laesies en krimp van de hersenen)
• Reflexen, pijn, spierbewegingen, coördina:e, reuk
Neurologisch onderzoek helpt om te kijken naar meer klassieke neurologische aandoeningen
• Beroertes, letsel en laesies kunnen asymmetrie en func:everlies vertonen
• Parkinson kan gepaard gaan met reukverlies en motorische veranderingen
• Demen:e kan geheugenverlies, desoriënta:e of agita:e vertonen
Dit neurologische onderzoek was de klassieke klinische benadering in de klinische psychologie, maar in de
jaren vij\ig tot zeven:g veranderde dit
• 1950: Roy Grinker begon met het toepassen van “bio” op de psychologie
• 1977: George L. Engel stelde een medisch perspec:ef voor en paste “sociaal” toe op de
geneeskunde à werd als radicaal gezien, omdat men dacht dat je met medicijnen het aangetaste
orgaan (hersenen) moest behandelen en niet de sociale problemen
à Leidde tot de ontwikkeling van het bio psychosociale model
Het bio psychosociale model
Neuropsychologische beoordeling:
• Combineert veel tests acankelijk van de symptomen van de pa:ënt
• Kan IQ-, cogni:eve en psychometrische tests omvafen
Biopsychosociaal model:
• Sociale steunnetwerken (vrienden, familie) beïnvloeden gezondheidsuitkomsten: idee à wanneer
je je gesteund voelt en voelt dat je de juiste behandeling krijgt, zal de medische uitkomst beter zijn
• Het gevoel van welzijn van de pa:ënt beïnvloedt uitkomsten
• Soms kan een mismatch tussen de behoe\en van de pa:ënt en hun sociale netwerk (bijvoorbeeld
pa:ënt wilde thuis blijven, familie denkt dat ze moeten werken) of omgeving (bijvoorbeeld een
rus:ge plek nodig hebben om te slapen maar ergens lawaaierig wonen) stress toevoegen die de
genezing kan belemmeren
Hoe hee\ dit model de neuropsychologie veranderd?
• Uitgangspunt: een persoon is niet gemaakt van geïsoleerde organen, maar func:oneert als een
geheel
• Je hebt goede biologische, sociale en psychologische omstandigheden nodig om een goede mentale
gezondheid te hebben
Leerdoelen:
• Kennis verwerven over het beroep van een neuropsycholoog
• Dit kunnen plaatsen in de bredere context van de psychologie
• De defini:es van relevante begrippen leren binnen de context van de neuropsychologie
• Verschillende neuropsychologische stoornissen beschrijven en de redenen waarom deze stoornissen
neuropsychologisch van aard zijn
• Beschrijven waar bepaalde hersengebieden/-structuren liggen ten opzichte van andere gebieden
Wat is een neuropsycholoog en wat doen ze
Wat is een neuropsycholoog?
Een clinicus/wetenschapper:
• Die gebruik maakt van neurologie, neurowetenschappen en psychologie
• Om te begrijpen hoe gedrag correleert met hersenfunc:es
• Om “normaal” en “beperkt” cogni:ef, sociaal, fysiek en emo:oneel func:oneren te beoordelen
Neuropsycholoog is gewoonlijk klinisch van aard
• Neuropsychologen zijn geen medische artsen
• Klinische taken zijn meestal diagnos:sch
• Er kunnen verwijzingen naar specialisten worden gegeven voor behandelingen
• Onderzoekstaken kunnen bestaan uit onderzoeken van:
o De oorzaken van een aandoening
o De bijbehorende hersen-/gedrags-/cogni:eve processen
o De diagnos:sche benaderingen
o De effec:viteit van behandelingen
Donald Hebb
• Vader van de neuropsychologie
• Hebbiaanse theorie: neurale paden ontwikkelen zich op basis van ervaringen (paden meer
gebruiken à worden sneller en sterker)
• Vroege neuropsychologie was nauw verbonden met onderzoek naar en diagnose van hersenletsel
en demen:e
o De rela:e tussen verlies van hersenfunc:e (door hersenletsel) en verandering in
gedachten/gedrag is makkelijker waar te nemen
o De moderne neuropsychologie omvat een verscheidenheid aan stoornissen
, Neurologisch onderzoek
1. Voorgeschiedenis van de pa:ënt:
• Hoe lang zijn de symptomen al aanwezig?
• Hoe ziet je leven eruit (achtergrond)?
• Geschiedenis van andere ziekten (ook in de familie)
2. Bewustzijnstoestand
• Alert, slaperig (drowsy), stupor (bijna bewusteloos), verward
• Spraakgebreken, asymmetrie in het gezicht, lichaamshouding (gezichtsasymmetrie kan
bijvoorbeeld wijzen op een beroerte)
• Emo:es à geagiteerd, angs:g, depressief, apathisch, rusteloos
3. Fysiek onderzoek
• Bloeddruk, beeldvorming van de hersenen (zoeken naar laesies en krimp van de hersenen)
• Reflexen, pijn, spierbewegingen, coördina:e, reuk
Neurologisch onderzoek helpt om te kijken naar meer klassieke neurologische aandoeningen
• Beroertes, letsel en laesies kunnen asymmetrie en func:everlies vertonen
• Parkinson kan gepaard gaan met reukverlies en motorische veranderingen
• Demen:e kan geheugenverlies, desoriënta:e of agita:e vertonen
Dit neurologische onderzoek was de klassieke klinische benadering in de klinische psychologie, maar in de
jaren vij\ig tot zeven:g veranderde dit
• 1950: Roy Grinker begon met het toepassen van “bio” op de psychologie
• 1977: George L. Engel stelde een medisch perspec:ef voor en paste “sociaal” toe op de
geneeskunde à werd als radicaal gezien, omdat men dacht dat je met medicijnen het aangetaste
orgaan (hersenen) moest behandelen en niet de sociale problemen
à Leidde tot de ontwikkeling van het bio psychosociale model
Het bio psychosociale model
Neuropsychologische beoordeling:
• Combineert veel tests acankelijk van de symptomen van de pa:ënt
• Kan IQ-, cogni:eve en psychometrische tests omvafen
Biopsychosociaal model:
• Sociale steunnetwerken (vrienden, familie) beïnvloeden gezondheidsuitkomsten: idee à wanneer
je je gesteund voelt en voelt dat je de juiste behandeling krijgt, zal de medische uitkomst beter zijn
• Het gevoel van welzijn van de pa:ënt beïnvloedt uitkomsten
• Soms kan een mismatch tussen de behoe\en van de pa:ënt en hun sociale netwerk (bijvoorbeeld
pa:ënt wilde thuis blijven, familie denkt dat ze moeten werken) of omgeving (bijvoorbeeld een
rus:ge plek nodig hebben om te slapen maar ergens lawaaierig wonen) stress toevoegen die de
genezing kan belemmeren
Hoe hee\ dit model de neuropsychologie veranderd?
• Uitgangspunt: een persoon is niet gemaakt van geïsoleerde organen, maar func:oneert als een
geheel
• Je hebt goede biologische, sociale en psychologische omstandigheden nodig om een goede mentale
gezondheid te hebben