Leerdoelen
Studenten hebben kennis van de verschillende strafrechtstheorieën en kunnen aangeven
wat de heersende strafrechtstheorie is.
In de rechtsleer worden strafrechtstheorieën doorgaans onderverdeeld in twee
hoofdcategorieën: absolute en relatieve theorieën.
• Absolute theorieën (retributivisme): Deze zijn gericht op het verleden en zien
vergelding als de enige rechtvaardiging voor straf. De straf is een morele noodzaak
omdat er een misdrijf is gepleegd (punitur, quia peccatum est).
• Relatieve theorieën (utilitarisme): Deze zijn gericht op de toekomst en zien straf als
een middel om een doel te bereiken, namelijk het voorkomen van criminaliteit
(preventie).
• De Moderne Richting: Ontstaan eind 19e eeuw, verschoof deze richting het accent
van vergelding naar de beveiliging van de samenleving en de persoon van de dader.
Hierbij staat de sociale controle centraal in plaats van een morele reactie op
verwijtbaar onrecht.
De heersende strafrechtstheorie in de Nederlandse strafrechtspleging is de
verenigingstheorie. Deze theorie combineert elementen van het retributivisme en het
utilitarisme. In de meest gangbare variant dient vergelding als de rechtvaardiging en de
begrenzing van de straf (niet zwaarder straffen dan verdiend), waarbinnen ruimte is voor
preventieve doelen zoals speciale en generale preventie.
Studenten hebben kennis van opvattingen over de relatie tussen straffen en vergelden en
kunnen benoemen welke consequenties uit die opvattingen voortvloeien.
Vergelding wordt in de bronnen omschreven als een wezenlijk kenmerk van straf: straffen is
per definitie het toevoegen van leed dat als 'verdiend' wordt gepresenteerd vanwege een
voorafgaande normovertreding.
Er zijn verschillende opvattingen over deze relatie met bijbehorende consequenties:
• Vergelding als doel op zich: In de absolute theorie is vergelding de enige reden voor
straf, ongeacht of de straf nuttig effect sorteert. Dit vloeit voort uit de categorische
imperatief van Kant: gerechtigheid moet geschieden.
• Vergelding als irrationele basis: Volgens Knigge is de drang tot vergelding in de
menselijke natuur geworteld en daarmee een 'feitelijk gegeven'. De consequentie is
dat straf niet louter op rationele doelstellingen (zoals preventie) gebaseerd kan
worden, omdat de samenleving een reactie eist die het onrecht vereffent.
• Vergelding als begrenzing (proportionaliteit): In de (neo-)klassieke visie is de mate
van schuld de bovengrens van de straf. Een belangrijke consequentie is het
schuldvoldoeningsprincipe: er mag niet meer leed worden toegevoegd dan
verantwoord is op basis van de ernst van het feit en de schuld van de dader.
, Studenten hebben kennis over strafdoelen en kunnen die kennis toepassen op actuele
vraagstukken, zoals de wenselijkheid van korte vrijheidsstraffen.
De bronnen onderscheiden drie hoofddoelen van straf die in de praktijk worden toegepast:
1. Speciale preventie: Het voorkomen dat de dader opnieuw de fout ingaat via
incapacitatie (insluiting), individuele afschrikking en resocialisatie.
2. Generale preventie: Het voorkomen van criminaliteit bij het publiek door generale
afschrikking, normstelling en normbevestiging.
3. Vergelding: Het uitdrukken van afkeuring door een straf die proportioneel is aan de
ernst van het delict en de verwijtbaarheid.
Toepassing op korte vrijheidsstraffen (< 3 maanden): Het actuele debat over de
wenselijkheid van korte vrijheidsstraffen laat zien dat deze modaliteit onder druk staat wat
betreft de effectiviteit van de strafdoelen:
• Speciale preventie: Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de recidive na een
korte vrijheidsstraf vaak even hoog of zelfs hoger is dan na niet-vrijheidsbenemende
straffen, zoals een taakstraf. Daarnaast is de duur vaak te kort om effectieve
resocialisatie of behandeling te starten.
• Detentieschade: Korte detenties leiden vaak tot het verlies van baan, huisvesting en
sociale contacten, wat de kans op nieuwe criminaliteit vergroot.
• Generale preventie: Het generaal afschrikwekkende effect van korte vrijheidsstraffen
ten opzichte van andere straffen wordt als zeer beperkt ingeschat.
• Vergelding: Hoewel vergelding met een korte vrijheidsstraf bereikt kan worden,
wordt geconcludeerd dat ook andere straffen (zoals een taakstraf) een vergelijkbare
hoeveelheid afkeuring en ervaren strafzwaarte kunnen uitdrukken.
→ Conclusie uit de bronnen: Vanwege de geringe effectiviteit en de hoge kosten wordt
geadviseerd terughoudend te zijn met korte vrijheidsstraffen en vaker te kiezen voor
alternatieven zoals taakstraffen of voorwaardelijke sancties.