Marketing: Inspelen op de wensen en behoeften van afnemers.
Marketingmix: De 4 P’S, prijs, plaats, product en promotie.
Definitie sport: sport omvat alle activiteiten waarbij fysieke inspanning
of fysieke vaardigheid verlangd wordt en waarbij de inspanning en/of
vaardigheid zelf het doel is. Dit kan al dan niet binnen een context die
georganiseerd is, wedstrijdreglementen bevat of aan bepaalde spelregels
voldoet.
Sportmarketing: Het proces binnen een organisatie dat door op wensen
en behoeften van afnemers in te spelen, rekening houdend met de
specifieke sportkenmerken, toegevoegde waarde creëert voor deze
afnemers, zodat een langdurige relatie wordt opgebouwd waarbinnen
organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden.
Marktbenaderingsconcept: Zeven verschillende benaderingsconcepten
hoe een organisatie de markt kan benaderen.
Afnemer: Een persoon, organisatie, of systeem dat goederen, diensten,
informatie, of energie koopt, ontvangt, of verbruikt van een leverancier,
aanbieder, of producent.
Synoniem voor: klant, koper, consument, gebruiker of opdrachtgever.
Sportproduct: Een product dat tastbaar is bijvoorbeeld
hardloopschoenen.
Sportdienst: Een dienst wat niet tastbaar is en wat je kan ervaren
bijvoorbeeld een hardlooptraining.
Sportmarketingcanvas: Visueel hulpmiddel om stapsgewijs tot een goed
sportmarketingplan te komen.
Actieve sportconsument: Consumeert sport door het zelf te doen en te
ervaren. (Breedtesport markt)
Passieve sportconsument: Consumeert sport door te kijken, luisteren of
te lezen. (Topsportmarkt)
Breedtesportmarkt: Markt voor niet-professionele, recreatieve,
sportbeoefening, door een breed publiek, gericht op gezondheid, plezier,
en sociale doeleinden, in tegenstelling tot topsport.
NOC*NSF: Nationaal Olympisch comité en de Nederlandse Sport
Federatie, overkoepelende sportorganisatie van Nederland.
VWS: Ministerie van Volksgezondheid, welzijn en sport.
, Profit organisatie: Doelstelling draait om winst te maken.
Non-profit organisatie: Doelstelling draai niet om winst te maken.
Sport hardware: Functionele goederen die door breedtesporters gebruikt
worde bij het beoefenen van hun sport.
Topsportmarkt: Sport die wordt beoefend door professionals staan
centraal. Consument is passief.
Attractiviteit: Mate waarin iets aantrekkelijk is. Hoe groot is de vraag
naar het product.
Consumentengedrag: Consumentengedrag is het gedrag dat een
consument vertoont ten opzichte van een waarde propositie die een
organisatie richting die consument formuleert.
Koopbeslissingsproces: Het koopbeslissingsproces geeft aan wat er in
het hoofd van de consument omgaat bij het doen van een bepaalde
aankoop.
Sportcommitment: Toegewijd zijn om een sport te blijven beoefenen.
Transactionele opbrengsten: Opbrengsten door stadionbezoek
(food/beverage) en merchandise en media in de vorm van geld.
Non-transactionele opbrengsten: Opbrengsten door mediaconsumptie
en cocreatie in het stadion in de vorm van loyaliteit, onvoorwaardelijke
steun en positieve verbondenheid met de club.
Externe analyse (macro analyse): Bij de macro analyse wordt er
gekeken naar externe onbeheersbare invloeden in de omgeving van de
organisatie.
DESTEP factoren: Demografisch, economisch, sociaal cultureel,
technologische ontwikkelingen, ecologisch, politiek juridisch.
Meso analyse: Bij de meso analyse wordt er gekeken naar de voor de
organisatie beïnvloedbare maar niet geheel beheersbare omgeving.
Vijfkrachtenmodel van Porter: Dit model bepaald de aantrekkelijkheid
van een bepaalde markt.
Substituten: Goederen of diensten die door consumenten als
vervangbaar worden gezien.
Waardestrategie: Met het vaststellen van een waardestrategie kan een
organisatie waarde toevoegen en een onderscheidend vermogen creëren
ten opzichte van concurrenten.Er zijn in totaal drie waardestrategieën te