Medisch Fitness - Praktijkvoorbereiding
Inhoudsopgave
1.1 PRAKTIJKVOORBEREIDING LUMBALE WERVELKOLOM - VOORAF ..................................................... 2
1.2 PRAKTIJKVOORBEREIDING LUMBALE WERVELKOLOM – FASE 2 (ASSOCIATIEF) ................................ 6
1.3 PRAKTIJKVOORBEREIDING LUMBALE WERVELKOLOM – FASE 3 (AUTONOOM) ............................... 11
2.1 PRAKTIJKVOORBEREIDING CERVICOTHORACALE WERVELKOLOM - VOORAF ................................ 16
2.2 PRAKTIJKVOORBEREIDING CERVICOTHORACALE WERVELKOLOM – MOBILITEIT ............................ 21
2.3 PRAKTIJKVOORBEREIDING CERVICOTHORACALE WERVELKOLOM – HOUDING ............................. 27
2.4 PRAKTIJKVOORBEREIDING CERVICOTHORACALE WERVELKOLOM – KRACHT ................................ 32
3.1 PRAKTIJKVOORBEREIDING KNIE - VOORAF .................................................................................... 37
3.2 PRAKTIJKVOORBEREIDING KNIE – STABILITEIT ............................................................................... 43
3.3 PRAKTIJKVOORBEREIDING KNIE – KRACHT .................................................................................... 48
3.4 PRAKTIJKVOORBEREIDING KNIE – SPORTSPECIFIEK ...................................................................... 53
4.1 PRAKTIJKVOORBEREIDING ENKEL - VOORAF ................................................................................. 58
4.2 PRAKTIJKVOORBEREIDING ENKEL - STABILITEIT ............................................................................ 64
4.3 PRAKTIJKVOORBEREIDING ENKEL - SPORTSPECIFIEK .................................................................... 69
1
,1.1 Praktijkvoorbereiding Lumbale wervelkolom - Vooraf
* Deze casus wordt ook gebruikt tijdens de praktijktoets.
Casus:
Dhr. Schuiling (37 jaar) heeft al jaren rugklachten. Uit onderzoek door de huisarts blijkt dat zijn
rugklachten aspecifiek zijn.
De lumbale wervelkolom van dhr. Schuiling is instabiel volgens de specialist. De huisarts stuurt
hem naar een fitnesscentrum voor core stability training. Volgens de leefstijlprofessional die daar
groepen mensen begeleid is de kracht- en vormsluiting verminderd.
Hr. Schuiling geeft aan dat hij al jaren traint waaronder zijn buikspieren en rugspieren. Hoe kan
het dat zijn lumbale wervelkolom instabiel is? Hij wil graag snappen wat er aan de hand is en
weten welke oefeningen hij moet doen om van zijn klachten af te komen.
Onderdeel A: Analyse van een orthopedische aandoening
1. Omschrijving orthopedische beperking
• Beschrijf in het kort de aandoening: bij wie komt de aandoening voor en wat zijn de
kenmerken van deze aandoening?
Er is sprake van aspecifieke rugklachten met instabiliteit van de lumbale
wervelkolom (LWK). Er is verminderde kracht- en vormsluiting: de passieve stabiliteit
(vorm van de wervelkolom en het bekken) en de actieve stabiliteit (spiercontrole)
functioneren onvoldoende
Kenmerken zijn:
o Wisselende rugpijn zonder duidelijke oorzaak
o Verminderde controle/stabiliteit bij dagelijkse bewegingen
o Pijn bij lang zitten, staan of bukken
o Geen structurele afwijking op beeldvorming (dus aspecifiek)
o Vaak overactieve oppervlakkige spieren en onderactieve diepe stabilisatoren
2. Epidemiologie
o Prevalentie: 60-80% van de bevolking ervaart ooit lage rugpijn
o 90% Daarvan betreft aspecifieke rugklachten
o De leeftijd ligt meestal tussen de 30-50 jaar
o Er is geen onderscheid in geslacht
o Er is sprake van een stijgende trend door sedentaire leefstijl en
stressfactoren
3. Etiologie (oorzaak)
• Wat zijn mogelijke oorzaken voor het ontstaan van de aandoening?
o Spier- en gewrichtdysfunctie
o Slechte houding of langdurig zitten
o Slechte core-stabiliteit (verstoorde forward recruitment)
o Overbelasting of juist inactiviteit
o Psychologische stressfactoren
• Wat zijn risicofactoren voor het ontstaan van de aandoening?
o Overgewicht, zwaar werk, weinig bewegen, roken
2
, o Stress of angst (verhoogt spierspanning en pijnperceptie)
o Onvoldoende balans tussen belasting en belastbaarheid
4. Anatomie / fysiologie
• Welke osale regio's zijn hierbij betrokken?
o Lumbale wervelkolom (L1-L5) – dragend deel, buigen/strekken
o Bekkengordel (os ilium, os pubis) – koppeling romp-benen
• Welke bewegingen kunnen gemaakt worden in deze regio’s?
o Flexie/Extensie (grootste bewegingsuitslag)
o Lateroflexie
o Rotatie
• Wat zijn de relevante actieve structuren (spieren) en wat is hun functie?
o Lokale stabilisatoren (Segmentale stabiliteit en vormsluiting)
§ M. transversus abdominus
§ M. multifidius
§ Diafragma
§ Bekkenbodem
o Globale stabilisatoren (Beweging, krachtoverdracht & krachtsluiting)
§ M. rectus abdominus
§ M. obliquus
§ M. erector spinae
§ M. gluteus maximus
o Belangrijk:
§ Vormsluiting: passieve stabiliteit door botstructuren en bekkenvorm
§ Krachtsluiting: actieve stabiliteit via spiercoördinatie en intra-
abdominale druk
5. Symptomen
• Wat zijn de belangrijkste symptomen van de aandoening en waar worden deze
symptomen door veroorzaakt?
o Zeurende pijn in onderrug, soms uitstralend naar bil/heup
o Spierstijfheid of kramp
o Verminderde mobiliteit en coördinatie
o Vermoeidheid, angst voor bewegen (kinesiophobie)
o Eventuele slaapproblemen door pijn
o Oorzaak: Verstoorde samenwerking lokale/globale spieren -> instabiliteit ->
microirritatie -> pijn
6. Medische behandeling
Hoe wordt de diagnose gesteld?
• Welk onderzoek wordt gedaan (bijv. anamnese, lichamelijk-, radiologisch
onderzoek)?
o Anamnese + lichamelijk onderzoek
o Uitsluiten van specifieke oorzaken (hernia, fractuur, infectie)
o Geen structurele afwijking zichtbaar op MRI of röntgen
• Wordt er gebruik gemaakt van een indeling in de duur van de aandoening?
o Acuut: <6 weken
o Subacuut: 6-12 weken
o Chronisch: >12 weken
3
, • Waar is het medische behandelplan op gericht (wat is het doel)?
o Actieve revalidatie (core stability, educatie, zelfmanagement)
o Vermijden van bedrust, juist blijven bewegen
• Zijn er medische richtlijnen bekend voor deze aandoeningen (bijv. multidisciplinaire
richtlijnen of van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)?
o NHG-Standaard Aspecifieke Lage Rugpijn
o KNGF-Richtlijn Lage Rugpijn en Lumbosacraal Radiculair Syndroom (2021)
7. Beweegprogramma
• Fase 1: Wat is het doel van deze fase?
o Cognitieve fase:
§ Doel: bewustwording en activatie lokale stabilisatoren
§ Oefeningen: bekkenkantelingen, ademhaling, transversus activatie
(‘navel intrekken’)
§ Geen beweging in wervelkolom (statisch)
• Fase 2: Wat is het doel van deze fase?
o Associatieve fase:
§ Doel: coördinatie verbeteren, integratie van lokale en globale
stabilisatoren
§ Oefeningen: plank, bridge, bird-dog
§ Feedback op houding en ademhaling noodzakelijk
• Fase 3: Wat is het doel van deze fase?
o Autonome fase:
§ Doel: automatiseren van stabiliteit, functionele integratie in
sport/dagelijkse beweging
§ Oefeningen: squat, deadlift, rotatieoefeningen, pallof press
§ Minder feedback, meer dynamiek en complexiteit
8. Preventie/complicaties
• Welke leefstijladviezen kun je geven ter preventie van het ontstaan van de
ziekte/aandoening? (primaire preventie)
o Dagelijks bewegen, juiste houding, tiltechniek
o Core stability onderhouden
o Voorkomen van overgewicht en stress
• Welke leefstijladviezen kun je geven om klachten / symptomen van de
ziekte/aandoening te verminderen? (tertiaire preventie)
o Regelmatig lichte coretraining (onderhoud)
o Wissel houdingen af, beperk langdurig zitten
o Werk aan stressmanagement en ontspanning
• Welke signalen kan je herkennen bij overbelasting/stress?
o Toename pijn, vermoeidheid, stijfheid, concentratieproblemen
• Welke acties kun jij als Sportkundige ondernemen je bij overbelasting/stress?
o Trainingsbelasting aanpassen
o Techniek en houding corrigeren
o Overleg met fysiotherapeut of arts bij toename klachten
Onderdeel B: Opdrachten Medische Fitness LWK
4
Inhoudsopgave
1.1 PRAKTIJKVOORBEREIDING LUMBALE WERVELKOLOM - VOORAF ..................................................... 2
1.2 PRAKTIJKVOORBEREIDING LUMBALE WERVELKOLOM – FASE 2 (ASSOCIATIEF) ................................ 6
1.3 PRAKTIJKVOORBEREIDING LUMBALE WERVELKOLOM – FASE 3 (AUTONOOM) ............................... 11
2.1 PRAKTIJKVOORBEREIDING CERVICOTHORACALE WERVELKOLOM - VOORAF ................................ 16
2.2 PRAKTIJKVOORBEREIDING CERVICOTHORACALE WERVELKOLOM – MOBILITEIT ............................ 21
2.3 PRAKTIJKVOORBEREIDING CERVICOTHORACALE WERVELKOLOM – HOUDING ............................. 27
2.4 PRAKTIJKVOORBEREIDING CERVICOTHORACALE WERVELKOLOM – KRACHT ................................ 32
3.1 PRAKTIJKVOORBEREIDING KNIE - VOORAF .................................................................................... 37
3.2 PRAKTIJKVOORBEREIDING KNIE – STABILITEIT ............................................................................... 43
3.3 PRAKTIJKVOORBEREIDING KNIE – KRACHT .................................................................................... 48
3.4 PRAKTIJKVOORBEREIDING KNIE – SPORTSPECIFIEK ...................................................................... 53
4.1 PRAKTIJKVOORBEREIDING ENKEL - VOORAF ................................................................................. 58
4.2 PRAKTIJKVOORBEREIDING ENKEL - STABILITEIT ............................................................................ 64
4.3 PRAKTIJKVOORBEREIDING ENKEL - SPORTSPECIFIEK .................................................................... 69
1
,1.1 Praktijkvoorbereiding Lumbale wervelkolom - Vooraf
* Deze casus wordt ook gebruikt tijdens de praktijktoets.
Casus:
Dhr. Schuiling (37 jaar) heeft al jaren rugklachten. Uit onderzoek door de huisarts blijkt dat zijn
rugklachten aspecifiek zijn.
De lumbale wervelkolom van dhr. Schuiling is instabiel volgens de specialist. De huisarts stuurt
hem naar een fitnesscentrum voor core stability training. Volgens de leefstijlprofessional die daar
groepen mensen begeleid is de kracht- en vormsluiting verminderd.
Hr. Schuiling geeft aan dat hij al jaren traint waaronder zijn buikspieren en rugspieren. Hoe kan
het dat zijn lumbale wervelkolom instabiel is? Hij wil graag snappen wat er aan de hand is en
weten welke oefeningen hij moet doen om van zijn klachten af te komen.
Onderdeel A: Analyse van een orthopedische aandoening
1. Omschrijving orthopedische beperking
• Beschrijf in het kort de aandoening: bij wie komt de aandoening voor en wat zijn de
kenmerken van deze aandoening?
Er is sprake van aspecifieke rugklachten met instabiliteit van de lumbale
wervelkolom (LWK). Er is verminderde kracht- en vormsluiting: de passieve stabiliteit
(vorm van de wervelkolom en het bekken) en de actieve stabiliteit (spiercontrole)
functioneren onvoldoende
Kenmerken zijn:
o Wisselende rugpijn zonder duidelijke oorzaak
o Verminderde controle/stabiliteit bij dagelijkse bewegingen
o Pijn bij lang zitten, staan of bukken
o Geen structurele afwijking op beeldvorming (dus aspecifiek)
o Vaak overactieve oppervlakkige spieren en onderactieve diepe stabilisatoren
2. Epidemiologie
o Prevalentie: 60-80% van de bevolking ervaart ooit lage rugpijn
o 90% Daarvan betreft aspecifieke rugklachten
o De leeftijd ligt meestal tussen de 30-50 jaar
o Er is geen onderscheid in geslacht
o Er is sprake van een stijgende trend door sedentaire leefstijl en
stressfactoren
3. Etiologie (oorzaak)
• Wat zijn mogelijke oorzaken voor het ontstaan van de aandoening?
o Spier- en gewrichtdysfunctie
o Slechte houding of langdurig zitten
o Slechte core-stabiliteit (verstoorde forward recruitment)
o Overbelasting of juist inactiviteit
o Psychologische stressfactoren
• Wat zijn risicofactoren voor het ontstaan van de aandoening?
o Overgewicht, zwaar werk, weinig bewegen, roken
2
, o Stress of angst (verhoogt spierspanning en pijnperceptie)
o Onvoldoende balans tussen belasting en belastbaarheid
4. Anatomie / fysiologie
• Welke osale regio's zijn hierbij betrokken?
o Lumbale wervelkolom (L1-L5) – dragend deel, buigen/strekken
o Bekkengordel (os ilium, os pubis) – koppeling romp-benen
• Welke bewegingen kunnen gemaakt worden in deze regio’s?
o Flexie/Extensie (grootste bewegingsuitslag)
o Lateroflexie
o Rotatie
• Wat zijn de relevante actieve structuren (spieren) en wat is hun functie?
o Lokale stabilisatoren (Segmentale stabiliteit en vormsluiting)
§ M. transversus abdominus
§ M. multifidius
§ Diafragma
§ Bekkenbodem
o Globale stabilisatoren (Beweging, krachtoverdracht & krachtsluiting)
§ M. rectus abdominus
§ M. obliquus
§ M. erector spinae
§ M. gluteus maximus
o Belangrijk:
§ Vormsluiting: passieve stabiliteit door botstructuren en bekkenvorm
§ Krachtsluiting: actieve stabiliteit via spiercoördinatie en intra-
abdominale druk
5. Symptomen
• Wat zijn de belangrijkste symptomen van de aandoening en waar worden deze
symptomen door veroorzaakt?
o Zeurende pijn in onderrug, soms uitstralend naar bil/heup
o Spierstijfheid of kramp
o Verminderde mobiliteit en coördinatie
o Vermoeidheid, angst voor bewegen (kinesiophobie)
o Eventuele slaapproblemen door pijn
o Oorzaak: Verstoorde samenwerking lokale/globale spieren -> instabiliteit ->
microirritatie -> pijn
6. Medische behandeling
Hoe wordt de diagnose gesteld?
• Welk onderzoek wordt gedaan (bijv. anamnese, lichamelijk-, radiologisch
onderzoek)?
o Anamnese + lichamelijk onderzoek
o Uitsluiten van specifieke oorzaken (hernia, fractuur, infectie)
o Geen structurele afwijking zichtbaar op MRI of röntgen
• Wordt er gebruik gemaakt van een indeling in de duur van de aandoening?
o Acuut: <6 weken
o Subacuut: 6-12 weken
o Chronisch: >12 weken
3
, • Waar is het medische behandelplan op gericht (wat is het doel)?
o Actieve revalidatie (core stability, educatie, zelfmanagement)
o Vermijden van bedrust, juist blijven bewegen
• Zijn er medische richtlijnen bekend voor deze aandoeningen (bijv. multidisciplinaire
richtlijnen of van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)?
o NHG-Standaard Aspecifieke Lage Rugpijn
o KNGF-Richtlijn Lage Rugpijn en Lumbosacraal Radiculair Syndroom (2021)
7. Beweegprogramma
• Fase 1: Wat is het doel van deze fase?
o Cognitieve fase:
§ Doel: bewustwording en activatie lokale stabilisatoren
§ Oefeningen: bekkenkantelingen, ademhaling, transversus activatie
(‘navel intrekken’)
§ Geen beweging in wervelkolom (statisch)
• Fase 2: Wat is het doel van deze fase?
o Associatieve fase:
§ Doel: coördinatie verbeteren, integratie van lokale en globale
stabilisatoren
§ Oefeningen: plank, bridge, bird-dog
§ Feedback op houding en ademhaling noodzakelijk
• Fase 3: Wat is het doel van deze fase?
o Autonome fase:
§ Doel: automatiseren van stabiliteit, functionele integratie in
sport/dagelijkse beweging
§ Oefeningen: squat, deadlift, rotatieoefeningen, pallof press
§ Minder feedback, meer dynamiek en complexiteit
8. Preventie/complicaties
• Welke leefstijladviezen kun je geven ter preventie van het ontstaan van de
ziekte/aandoening? (primaire preventie)
o Dagelijks bewegen, juiste houding, tiltechniek
o Core stability onderhouden
o Voorkomen van overgewicht en stress
• Welke leefstijladviezen kun je geven om klachten / symptomen van de
ziekte/aandoening te verminderen? (tertiaire preventie)
o Regelmatig lichte coretraining (onderhoud)
o Wissel houdingen af, beperk langdurig zitten
o Werk aan stressmanagement en ontspanning
• Welke signalen kan je herkennen bij overbelasting/stress?
o Toename pijn, vermoeidheid, stijfheid, concentratieproblemen
• Welke acties kun jij als Sportkundige ondernemen je bij overbelasting/stress?
o Trainingsbelasting aanpassen
o Techniek en houding corrigeren
o Overleg met fysiotherapeut of arts bij toename klachten
Onderdeel B: Opdrachten Medische Fitness LWK
4