De verdeling van T-scores:
- Heeft dezelfde vorm als de verdeling van standaardscores, maar een ander
gemiddelde en spreiding.
Stanines zijn afgeleid van:
- Een normaalverdeling.
T-scores zijn afgeleid van:
- Standaarscores.
Percentielscores zijn afgeleid van:
- Het goede antwoord staat hier niet bij (dus niet van een normaalverdeling, stanine-
verdeling, studentverdeling of standaardscores).
T-scores hebben:
- Gemiddelde 50 en SD 10.
Stanines hebben:
- Gemiddelde 5 en SD 2.
Standaardscores hebben:
- Gemiddelde 0 en SD 1.
In SPSS kun je standaardscores het gemakkelijkst berekenen met de procedure:
- Descriptives.
Een expectancy table geeft:
- Voor elke testscore een verwachte waarde van de uitkomst.
Bij norm-referenced testing:
- Is het criterium dat elke persoon wordt vergeleken met andere personen.
Bij criterion-referenced testing:
- Wordt elke persoon vergeleken met een van tevoren vaststaande norm.
Een tentamen waarbij van tevoren vaststaat dat je 75% van de vragen goed moet hebben
om een voldoende te halen, is een voorbeeld van:
- Criterion-referenced testing.
, Gregory 3B
Tentamenvraag A correleert .80 met de totaalscore en heeft een p-waarde van 0.10.
Tentamenvraag B correleert .10 met de totaalscore en heeft een p-waarde van 0.90.
- A is discriminerender en moeilijker dan B.
o Disciminerender bij een hogere correlatie met de totaalscore en moeilijker bij
een lagere p-waarde.
Bij een bepaald tentamen zakken zeer veel studenten. Item A heeft een correlatie van .50
met de totaalscore, en item B een correlatie van .30.
- A is discriminerender dan B.
Welke formule is juist in de klassieke testtheorie?
- Var(X) = Var(E) + Var(T).
o X = geobserveerde score. T = ware score. E = meetfout.
Welke formule is in de klassieke testtheorie de betrouwbaarheid?
- Var(T) / (Var(E) + Var(T)).
Een bepaalde test van 6 items heeft twee factoren. De correlatie tussen de factoren is 0.3.
Wat kun je zeggen over coëfficiënt alpha?
- Die kan hoger zijn dan 0.8.
Een test wordt gesplitst in twee helften. De gemiddelde correlatie tussen de items van de
eerste en de tweede helft is 0.3. De correlatie tussen de som van de eerste helft en de som
van de tweede helft is 0.8. Wat kun je zeggen over de split-half betrouwbaarheid van de test.
- Die is groter dan 0.8.
De IRF geeft aan …
- Hoe de kans op een correct antwoord afhangt van de trek (trait).
Aan welke vergelijking voldoen de ICC’s in het Rasch model? (exp betekent e-macht).
- 1/(1 + exp(-(theta – ß))).
De item information function geeft aan …
- Hoe het discriminerend vermogen van het item afhangt van de trek (trait).
In een IRT model zijn tests …
- Minder betrouwbaar voor zeer hoge en zeer lage scores, meer betrouwbaar in de
middenscores.